Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2 §2
Wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen, artikel 4 en 10
Besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019 betreffende de vrije stroken langs autosnelwegen, artikel 4 en 5
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §1
De stad Gent streeft reeds lang naar een oplossing om het zwaar verkeer voor de bedrijventerreinen Zwijnaarde II en III uit het centrum van Zwijnaarde te weren.
De Stad Gent heeft samen met de Vlaamse Overheid, in het bijzonder het Agentschap Wegen en Verkeer en De Vlaamse Waterweg NV, naar aanleiding van de opmaak van een Masterplan voor de reconversie van de DOMO-site (Zwijnaarde II) door de NV Alinso én na onderzoek van alle mogelijke locatiealternatieven gekozen voor het meest gepaste tracé.
Het tracé wordt, volgens het Masterplan, voorzien vanaf Nederzwijnaarde tussen enerzijds de oksel van het knooppunt van de autosnelwegen E17-E40 en anderzijds het bedrijventerrein Domo (Zwijnaarde II), waarbij de nieuwe ontsluitingsweg komt te liggen binnen de 10 tot 30 m-zone, en dit zoveel mogelijk tegen de 30 m-grens, om vervolgens onder de E40 door te lopen tot aan het rond punt dat aansluit op de R4.
Om dit tracé te kunnen realiseren zal de Stad Gent een strook grond van 30 meter breed met daarop een deel van de industriële bebouwing op de Alinso-site aankopen.
Echter, de industriële bebouwing aan de kant van het knooppunt E17-E40 is door de NV Alinso nog een aantal jaren verhuurd aan de NV Soliver/AGP. Een voortijdige opzeg van de gebruiksrechten van de NV Soliver/AGP zou een onverantwoord hoge financiële kost voor de overheid met zich meebrengen.
Het Vlaamse Gewest en de Stad Gent komen daarom overeen om de nieuwe openbare ontsluitingsweg in een 1e fase, tijdelijk, langsheen het bestaande industriegebouw te leggen. Hierdoor ligt de tijdelijke weg deels in de 0 tot 10 m zone langs het autosnelwegdomein.
ln een 2e en definitieve fase, die ingaat na afbraak van de gebouwen uiterlijk op 31/12/2048, wordt, om de 0 tot 10 zone te vrijwaren, de nieuwe openbare ontsluitingsweg aangelegd tegen rand van de 30m zone.
De tijdelijke en definitieve ontsluitingsweg loopt ook deels over het autosnelwegdomein, namelijk onder de brug van de E40, waar vervolgens aangetakt wordt aan het rond punt dat toegang geeft op de R4.
Het aanleggen van constructies op het autosnelwegdomein en in de bouwvrije stroken langs de autosnelweg dient te gebeuren in overeenstemming met de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen (hierna Autosnelwegenwet) en het BVR van 25 januari 2019 betreffende de vrije stroken langs autosnelwegen (hierna BVR bouwvrije stroken).
Artikel 4 van de Autosnelwegenwet bepaalt dat niemand op het domein van de autosnelweg installaties of bouwwerken mag oprichten, maar dat bij uitzondering de Minister tot wiens bevoegdheid de Openbare Werken behoren van dat verbod mag afwijken, hetzij ten bate van een openbare dienst, hetzij voor het oprichten van installaties of gebouwen in verband met de dienst van de autosnelweg.
Artikel 1 van het BVR bouwvrije stroken bepaalt dat de vrije stroken een breedte van dertig meter aan weerszijden van de grens van het domein van de autosnelweg beslaan.
Artikel 2, eerste lid, 1° van het BVR bouwvrije stroken bepaalt dat het verboden is om in die vrije stroken te bouwen, te herbouwen of bestaande constructies overeenkomstig artikel 4.1.1, 3°, VCRO te verbouwen.
Artikel 4 van het BVR bouwvrije stroken bepaalt dat de wegbeheerder voorbij de tiende meter, gemeten van de grens van het domein van de autosnelweg, afwijkingen op dit verbod kan toestaan.
Artikel 5 van het BVR bouwvrije stroken bepaalt dat in de eerste tien meter van de vrije stroken langs autosnelwegen de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, afwijkingen van het verbod, vermeld in artikel 2, eerste lid, 1°, kan toestaan voor de aanleg van verkeers- en vervoersinfrastructuur en de aanhorigheden daarvan als de gevraagde afwijkingen een doelstelling van algemeen belang dienen en het huidige beheer of de toekomstige ontwikkeling van de autosnelwegen niet belemmeren.
In de voorliggende overeenkomst tussen Stad en AWV worden de modaliteiten voor de realisatie van de tijdelijke en definitieve ontsluitingsweg voor bedrijventerrein Zwijnaarde II en III geregeld.
Aan de Vlaamse Minister zal gevraagd worden om een afwijking toe te staan op het verbod tot bouwen van constructies op het autosnelwegdomein (onderdoorgang van de E40) én tegelijk in de bouwvrije stroken langsheen het autosnelwegdomein, en dit zowel voor het tijdelijke als voor het definitieve tracé.
De Vlaamse Minister en AWV wensen voorafgaand aan het MB een overeenkomst af te sluiten met de Stad Gent waarin de concrete modaliteiten worden afgesproken tussen de Vlaamse overheid en de Stad Gent.
Keurt goed de overeenkomst tussen De Stad Gent en AWV met betrekking tot de modaliteiten voor de nieuwe tijdelijke en definitieve ontsluitingsweg voor bedrijventerrein Zwijnaarde II en III.