Terug
Gepubliceerd op 05/02/2021

2021_CVB_01202 - OMV_2020124982 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de basisschool Henri D’Haese met een nieuwbouwvolume en het optimaliseren van de aansluiting op de bestaande infrastructuur, het slopen van een rijwoning, het rooien van bomen en de bemaling in functie van de bouwwerken - met openbaar onderzoek - Tweekapellenstraat 36-38, 9050 Gentbrugge - Vergunning

college van burgemeester en schepenen / vast bureau
do 04/02/2021 - 08:30 virtueel - Microsoft Teams
Datum beslissing: do 04/02/2021 - 11:11
Goedgekeurd

Samenstelling

Bevoegde schepen

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, Filip Watteeuw, Sofie Bracke, Elke Decruynaere, Astrid De Bruycker, Sami Souguir, Tine Heyse, Isabelle Heyndrickx, Bram Van Braeckevelt, Rudy Coddens, Mieke Hullebroeck, Luc Kupers, Danny Van Campenhout

Verontschuldigd

Annelies Storms

Secretaris

Danny Van Campenhout

Voorzitter

Mathias De Clercq
2021_CVB_01202 - OMV_2020124982 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de basisschool Henri D’Haese met een nieuwbouwvolume en het optimaliseren van de aansluiting op de bestaande infrastructuur, het slopen van een rijwoning, het rooien van bomen en de bemaling in functie van de bouwwerken - met openbaar onderzoek - Tweekapellenstraat 36-38, 9050 Gentbrugge - Vergunning 2021_CVB_01202 - OMV_2020124982 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de basisschool Henri D’Haese met een nieuwbouwvolume en het optimaliseren van de aansluiting op de bestaande infrastructuur, het slopen van een rijwoning, het rooien van bomen en de bemaling in functie van de bouwwerken - met openbaar onderzoek - Tweekapellenstraat 36-38, 9050 Gentbrugge - Vergunning

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet lokale besturen van 22 december 2017, artikel 56.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stad Gent heeft een aanvraag (OMV_2020124982) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 12 oktober 2020.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het uitbreiden van de basisschool Henri D’Haese met een nieuwbouwvolume en het optimaliseren van de aansluiting op de bestaande infrastructuur, het slopen van een rijwoning, het rooien van bomen en de bemaling in functie van de bouwwerken

• Adres: Tweekapellenstraat 36-38, 9050 Gentbrugge

Kadastrale gegevens: afdeling 22 sectie B nrs. 69G5, 69G6 en 69F5

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 3 november 2020.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 januari 2021.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.

 

De aanvraag is gelegen langs de Tweekapellenstraat in de wijk Oud Gentbrugge. De omgeving aan de straatzijde bestaat uit gesloten bebouwing met twee tot drie bouwlagen en een variatie aan dakvormen. Het terrein in kwestie bestaat uit drie percelen. Op het grootste perceel bevindt zich de huidige basisschool Henri D’Haese. Een eerste schoolgebouw bevindt zich aan de straatzijde en telt drie bouwlagen en een plat dak. Op het gelijkvloers is een diepe aanbouw aanwezig over één bouwlaag tegen de linkerperceelsgrens. Het terrein vergroot in het binnengebied van het bouwblok. In het noorden bevindt zich een tweede oorspronkelijke schoolgebouw dicht tegen de perceelsgrenzen.

Op de percelen aan de rechterzijde ten opzichte van de Tweekapellenstraat bevindt zich een eengezinswoning met drie bouwlagen en een zadeldak. Ook dit gebouw heeft enkele aanbouwen tegen de rechterperceelsgrens. Oorspronkelijk was er een aanbouw voorzien met eenzelfde diepte als het schoolgebouw. Echter is een groot deel van het dak gesloopt. Dit pand werd aangekocht door Stad Gent met het oog op de schooluitbreiding.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Voorliggende aanvraag betreft de sloop van de bebouwing aan de straatzijde en het oprichten van een nieuwbouw schoolgebouw. Bijkomend wordt een klaslokaal en tuinberging op de speelplaats afgebroken.

 

Het nieuwe gebouw bestaat uit drie delen: een hoofdgebouw aan de straatzijde, een lager tussenstuk en een hoger volume aan de zijde van de speelplaats. Het hoofdgebouw heeft een kenmerkende ronde gevel, noodzakelijk voor de inrijbewegingen van de brandweervoertuigen. Rechts naast het gebouw is een doorgang voorzien met minimale breedte van 4,12m. Het gebouw met plat dak heeft een kroonlijsthoogte van 12,61m, dit is 3,12m hoger dan het te slopen hoofdgebouw in bestaande toestand. De bouwdiepte op de verdiepingen bedraagt 11,00m. De linkse gemene muren worden aangepast volgens dit nieuwe gebouwprofiel. Het tussenstuk naar de achterste bebouwing toe bestaat uit één bouwlaag. De hoogte van de bestaande gemene muur wordt met 0,25m verhoogd tot 4,42m. Het derde deel gelegen aan de speelplaats heeft een hoog zadeldak dwars op de rooilijn. De nokhoogte bedraagt 12,55m. De dakrandhoogte bedraagt 6,45m wat aansluit op de aanpalende bebouwing in binnengebied met twee bouwlagen. Achteraan wordt nog een aanbouw voorzien met één bouwlaag. De totale bouwdiepte bedraagt 40,30m. De breedte van het gebouw is 14,47. Het nieuwe gebouw wordt grotendeels onderkelderd.

 

In het nieuwbouwvolume zullen 6 klaslokalen worden gerealiseerd, evenals een zorglokaal, een refter en de nodige administratieve lokalen. In de kelder wordt een polyvalente zaal voorzien die na de schooluren kan worden ingezet voor buitenschoolse activiteiten. Op het plat dak tussen de hogere volumes wordt een passerelle voorzien. Deze ligt op 2,90m van de linkerperceelsgrens. De zone tussen passerelle en aanpalend perceel wordt aangelegd als intensief groendak. De overige platte dakdelen worden aangelegd als extensief groendak. Aan de achtergevel van het hoofdgebouw wordt een buitentrap voorzien als tweede evacuatieweg.

 

De architecturale vormgeving van het gebouw bestaat uit een plint, met daarboven ogenschijnlijk twee losstaande volumes. De plint is volledig beglaasd, en onderscheidt zich op die manier van de bovenliggende bouwlagen. Het volume aan de straatzijde is vormgegeven als een eenvoudig, bakstenen volume. Het volume ter hoogte van de speelplaats is ook in baksteen uitgewerkt. Dakpannen bekleden het zadeldak.

 

De vrijgekomen wachtgevel van de buur Tweekapellenstraat nr. 34 wordt geïsoleerd en afgewerkt met een wit geschilderde gevelsteen. De profilering van de deur- en raamopeningen in de straat, wordt geprojecteerd op deze wachtgevel, zodoende een volwaardige afwerking te realiseren.

 

De fietsenstalling wordt voorzien ter hoogte van het af te breken containergebouw. Er is plaats voorzien voor 150 fietsen, evenals extra ruimte voor bakfietsen, fietskarren en dergelijke.

 

In het bestaande oorspronkelijke schoolgebouw in het binnengebied wordt het sanitair heringericht, zodoende de evacuatieweg te vrijwaren. Een nieuwe noodtrap aan de achterzijde van het bestaand volume voorziet een tweede evacuatieweg voor de verdieping. Het dak van het nieuw stooklokaal wordt aangepast om een minimale vrije hoogte van 2m te garanderen. Naast de trappen wordt een stalen zichtscherm voorzien naar de noordelijke aanpalende percelen toe.

 

Op de speelplaats worden tijdens de werken tijdelijke klascontainers voorzien. Deze worden niet gestapeld, en voldoen aan alle voorschriften van brandweer en toegankelijkheid. 

De nieuw aangelegde speelplaats wordt ingedeeld door een aantal groenzones, omrand door boordstenen. Deze plekken kunnen ingericht worden als moestuin, zandbak, grasveld… naar wens van de school. De bestaande, waardevolle lindeboom is gesitueerd in één van deze groenzones. De bestaande verharding van de speelplaats blijft verder zoveel mogelijk behouden. Enkel daar waar een brandweerwagen kan rijden, wordt een nieuw funderingspakket voorzien om de asbelasting te kunnen opvangen. De bestaande luifelconstructie blijft behouden.

 

Er worden 3 bomen gerooid met het oog op een optimale toegankelijkheid voor brandweerwagens. De waardevolle linde blijft behouden. Eén boom wordt gerooid omdat deze in slechte staat is. 7 populieren worden gerooid in functie van de nieuwe bebouwing en doorgang naar de speelplaats. Vijf nieuwe bomen worden ter compensatie voorzien in de nieuwe groenvakken.

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

De aanvraag omvat twee inrichtingen:

  • Één voor de exploitatie van de school (verandering)
  • Één voor de bemaling in functie van de bouwwerken (nieuw)

 

Er zijn geen klachten gekend met betrekking tot de bestaande inrichting.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | lozen huishoudelijk afvalwater | klasse 3 | Verandering

850 m³/jaar

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | verhoogde lozingsnormen voor het effluent van een bemaling en tegenbemaling, benodigd voor de uitvoering van bouwkundige werken. | klasse 2 | Nieuw

70 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | aanvraag waterzuiveringsinstallatie voor behandeling bemalingswater (bemaling/)tegenbemaling voor lozing | klasse 2 | Nieuw

50 m³/uur

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp | klasse 3 | Nieuw

90 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | mazouttank voor een stroomgenerator | klasse 3 | Nieuw

2,5 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | schoonmaakproducten | klasse 3 | Nieuw

4000 liter

53.2.2°b)2°

bronbemaling (met terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag) die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | het totale waterbezwaar is afkomstig van een bemaling benodigd voor de aanleg van een kelder (87.099 m³) en een tegenbemaling op hetzelfde perceel om verplaatsing verontreiniging tegen te gaan (47.481 m³). | klasse 2 | Nieuw

134.580 m³/jaar

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

Artikel: artikel 4.2.5.1.1

Omschrijving: Afwijking op Bijlage 4.2.5.1. Controle-inrichting voor lozingen van afvalwaters.

Motivatie: Aangezien het een tijdelijke bemaling en tijdelijke lozing betreft.

Voorstel: Er wordt geen meetgoot en speciale meetapparatuur geplaatst, enkel een staalnamekraan voorzien, de debietmeter die geplaatst wordt is conform Vlarem II artikel 5.53.3.2. §12 (meetinrichting tijdelijke bemaling).

 

Artikel: artikelen 4.2.5.2.1. en 4.2.5.3.1

Omschrijving: Afwijking op Bijlage 4.2.5.2. Controle en beoordeling van de meetresultaten op lozingen van bedrijfsafvalwater en koelwater => staalname bemalingswater voor opstart bemaling door middel van staalnamekraantje op collector

Motivatie: Staalname bemalingswater voor opstart bemaling door middel van staalnamekraantje op collector.

Voorstel: Staalname bemalingswater voor opstart bemaling door middel van staalnamekraantje op collector.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

  • Op 20/02/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verbouwen/uitbreiden van een schoolgebouw en het rooien van bomen (OMV_2019103642).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 19/12/1974 werd een vergunning afgeleverd voor gedeeltelijk overdekken van de speelplaats. (1974 GB 350/31)
  • Op 23/12/1993 werd een vergunning afgeleverd voor plaatsen van een tuinhuisje. (1993/20193)
  • Op 13/02/1995 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen van een schoolgebouw. (1994/20161)
  • Op 26/04/2001 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwing van een eengezinswoning tot een eengezinswoning en het gedeeltelijk slopen van een loods. (2000/20253)
  • Op 22/11/2001 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een eengezinswoning tot een eengezinswoning. (2001/20181)
  • Op 13/07/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een overdekte en afgesloten fietsenbergplaats. (2007/20068)
  • Op 17/12/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een rijwoning (regularisatie). (2009/20308)

 

Milieuvergunningen

  • Op 23/04/1998 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een basisschool - het lozen van normaal huisafvalwater via een septische put (6106/E/1)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 18 november 2020 onder ref. 031241-022/SP/2020:


Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.

Bijzondere aandachtspunten:

  • Indien de wegenwerken in de Emanuel Hielstraat nog niet zijn voltooid op het moment dat de site volledig in gebruik wordt genomen, zal de uitdraaibeweging van de brandweervoertuigen moeten gegarandeerd worden doormiddel van een tijdelijk parkeerverbod.
  • Alvorens de site volledig in gebruik wordt genomen, moet er een testrit gebeuren met de brandweervoertuigen om na te gaan of de inrichting geen hinder veroorzaakt en alle vereiste in- en uitdraaibewegingen mogelijk blijven.
  • De brievenbus aan de inrit in de Tweekapellenstraat mag de indraaibeweging niet nadelig beïnvloeden.
  • De deur tussen klas 1.1 & 1.2 moet geen brandwerende deur EI130 zijn.
  • De deuren van de kleedkamers (M & V), als ook de berging polyvalente zaal moeten geen brandwerende deuren EI130 zijn.
  • In het oude gebouw moeten de brandwerende deuren van de sanitaire lokalen op het gelijkvloers zelfsluitend of bij brand zelfsluitend uitgevoerd worden.
  • In de nieuwbouw moet:
    • Ofwel de deur A00.H5 moet verplaatst worden naar de andere zijde van de gang;
    • Ofwel de deuren van de sanitaire lokalen zelfsluitende of bij brand zelfsluitende brandwerende deuren EI130 worden. - Het rookluik in het trappenhuis van het bestaande gebouw moet aan de vereisten voldoen.
  • De deur van de keuken moet een zelfsluitende of bij brand zelfsluitende brandwerende deuren EI130 zijn.
  • Op elke bouwlaag moet een liftsas voorzien worden met wanden EI60 en (bij brand) zelfsluitende deuren EI130.

 

Een advies van de ASTRID-veiligheidscommissie is vereist. Het beëindigen van de werken moet gemeld worden aan de brandweer via de website www.brandweerzonecentrum.be/preventie teneinde een controlebezoek te kunnen laten plaatsvinden.

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie van de Civiele Veiligheid afgeleverd op 10 november 2020 onder ref. 4595:


Noodzaak van een STRID-indoorradiodekking: JA

De beslissing is voorwaardelijk gunstig.

 

Motivering

Dit dossier werd reeds behandeld onder ref. 2019110036.  De beslissing blijft behouden: gezien de publiek toegankelijk ondergrondse ruimten in de nieuwbouw, heeft de commissie beslist dat er in de ondergrondse verdieping van de nieuwbouw ASTRID radiodekking dient aanwezig te zijn.

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van VMM, afdeling afvalwater en lucht, afgeleverd op 24 november 2020 onder ref. AELT/OVA/BG/KH/xtie76631/46406:


volledig advies met kenmerk AELT/OVA/BG/KH/xtie76631/46406: zie Omgevingsloket

 

activiteit school

ADVIES WATER

De Vlaamse Milieumaatschappij – afdeling Ecologisch toezicht adviseert gunstig voor het lozen van 850 m3/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering, mits voldaan wordt aan de algemene normen voor lozing van huishoudelijk afvalwater in de riolering.

 

activiteit bemaling

ADVIES WATER

De VMM-AELT adviseert deels ongunstig/ gunstig voor het lozen van 70 m³/u – 1680 m³/dag – 134 580 m³/jaar bedrijfsafvalwater met 2C stoffen op de RWA-leiding, mits het naleven van de algemene en sectorale lozingswaarden 61 overige bedrijvigheden voor lozing op oppervlaktewater. (Rubriek 3.4.2)

De VMM-AELT adviseert deels ongunstig/ gunstig voor het lozen van 50 m³/u bedrijfsafvalwater met 2C stoffen via een wzi op de RWA-leiding, mits het naleven van de algemene en sectorale lozingswaarden 61 overige bedrijvigheden voor lozing op oppervlaktewater. (Rubriek 3.6.3.2)

Ongunstig voor :

  • Trichlooretheen: 100 μg/l
  • Tetrachlooretheen 100 μg/l

 

Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing:

  • arseen: 50 μg/l (=10xIC)
  • Minerale olie: 500 μg/l
  • 1-2- dichlooretheen: 100 μg/l (=10xIC)
  • Trichlooretheen: 10 μg/l (IC)
  • Tetrachlooretheen: 10 μg/l (IC)
  • Vinylchloride: 1000 μg/l (=10xIC)
  • De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de rapportagegrens
  • Indien in het bemalingswater concentraties tussen 80% van de lozingsnorm en de lozingsnorm worden vastgesteld, wordt het bemalingswater wekelijks bemonsterd. Indien er concentraties onder de 80% lozingsnorm worden vastgesteld is een maandelijkse staalname voldoende. Het effluent van de zuivering dient met gelijkaardige frequentie getest te worden om te verzekeren dat het voldoet aan de lozingsnormen.
  • Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwantiteit en kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

Voorwaardelijk gunstig advies van VMM, afdeling operationeel waterbeheer, afgeleverd op 7 januari 2021 onder ref. OVL-01206-A:
 

Volledig advies met kenmerk OVL-01206-A: zie Omgevingsloket

 

Advies

De dienst van VMM bevoegd voor grondwater verleent gunstig advies voor de aangevraagde bemaling (rubriek 53.2.2b2) voor een termijn tot en met 31/10/2022 en een debiet van max. 134.580 m³/jaar en 1.680 m³/dag uit filters in het Ledo-Paniseliaan-Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) en het grondwaterlichaam CVS_0600_GWL_1 en een verlaging tot max. 7,6 m-mv voor een project gelegen aan de Tweekapellenstraat 38 te Gent, mits naleving van de algemene en de sectorale voorwaarden van titel II van het VLAREM en onderstaande bijzondere voorwaarden

-      De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2020124982). 

-      De tegenbemaling moet uitgevoerd worden zoals voorgesteld in de nota d.d. 09/09/2020 met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4” en in samenspraak met de bodemsaneringsdeskundige voor het verontreinigingsdossier 68780.  

-      De stand van elke debietmeter wordt minstens volgens volgende frequentie genoteerd in een logboek dat steeds ter inzage ligt op de werf: 

  • In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal. 
  • Voor de overige periode: maandelijks. 

-      Er dienen peilbuizen geplaatst te worden zoals voorgesteld in figuur 4-2 op p. 23 in de bemalingsnota met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4”: minstens 6 peilbuizen met een filterstelling van 6 tot 8 m-mv op een lijn langsheen de bouwput tot de aanwezige grondwaterverontreiniging op de projectsite. De geplaatste peilbuizen moeten toelaten om de hydraulische gradiënt tussen de bemaling en de tegenbemaling te bepalen. 

-      Het grondwaterpeil dient opgevolgd te worden in alle peilbuizen. Het grondwaterpeil wordt opgemeten en genoteerd in een logboek dat ter inzage ligt op de werf, minstens met volgende frequentie: 

  • Voor opstart van de bemaling: éénmaal. 
  • In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal. 
  • Voor de overige periode: maandelijks. 

 

-       De kwaliteit van het water in de peilbuizen moet worden opgevolgd met minstens volgende frequentie: voor de opstart van de bemalingen, in de eerste maand wekelijks en nadien maandelijks. De te analyseren parameters zijn minstens VOCl’s (1,2-dichlooretheen, trichlooretheen, tetrachlooretheen en vinylchloride), minerale olie en arseen. 

 

-       Het bemalingswater mag niet geloosd worden op het gemengd of DWA-rioleringsstelsel. 

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en gewijzigd bij besluiten van de deputatie van 29 mei 2008, 23 oktober 2008, 19 augustus 2010, 4 oktober 2012 en 17 juli 2014, zevende wijziging van kracht op 20 december 2020.

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (zie waterparagraaf).

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

4.5.   Archeologienota

Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota bekrachtigd op 29/03/2019 met referentienummer https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/10630 zijn er geen bijkomende maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk voor zover de geplande werken en bodemingrepen worden uitgevoerd zoals beschreven in de bekrachtigde archeologienota.

5.       WATERPARAGRAAF

Overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 en latere wijzigingen betreffende het integraal waterbeleid dient de aanvraag onderworpen te worden aan de watertoets. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 (BS 31/10/2006) en latere wijzigingen stelt nadere regels vast voor de toepassing van de watertoets.

De aanvraag wordt getoetst aan de kenmerken van het watersysteem, aan de doelstellingen en beginselen van artikel 5, 6 en 7 van het decreet integraal waterbeleid, en aan de bindende bepalingen van het bekkenbeheerplan.

 

De inrichting is niet gelegen in een mogelijks of effectief overstromingsgevoelig gebied.

 

Voor de wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf wordt het begroten van het effect op het watersysteem verder besproken in deze vergunning. De herstel- en compensatiemaatregelen dienen door de uitvoerder ten laatste gelijktijdig met de aanvang van de activiteit of het schadelijk effect uitgevoerd te worden.

 

De lozing van het afvalwater en de bemaling is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing en bemaling wordt besproken onder de aspecten water, bodem en grondwater. De lozing en de bemaling moeten voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van VLAREM II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig) in niet overstromingsgevoelig gebied.

De impact van het materiaal wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van VLAREM II waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

De aanvraag is mits toepassing van bovenstaande voorwaarden verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5, 6 en 7 van het decreet integraal waterbeleid en aan de bindende bepalingen van het bekkenbeheerplan.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 13 november 2020 tot 12 december 2020.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaren ingediend.

8.      OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Een gelijkaardige aanvraag werd reeds vergund op 20/02/2020. Echter werd de procedure voor de uitvoering van de werken stopgezet en werd het dossier herwerkt en momenteel opnieuw aanbesteed. De herwerking van het dossier bracht enkele aanpassingen met zich mee, opgenomen in voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag.

De school, een lagere afdeling van in totaal 300 leerlingen, heeft momenteel te kampen met een overbezetting van de beschikbare ruimte. De refter en keuken voor de school worden gehuurd en op de speelplaats staat een verouderd paviljoen dat aan vervanging toe is. Het containergebouw op de speelplaats, waar een klaslokaal en een berging in ondergebracht zijn, is in sterk verouderde staat. Het project beoogt geen capaciteitsuitbreiding maar een comfortverhoging voor de school. De sloop van de bestaande gebouwen is in dat opzicht dan ook aanvaardbaar.

Het voorontwerp is meermaals voorbesproken met de bevoegde diensten, op IKZ en werd goedgekeurd bij collegebeslissing 2019_CVB_11848 en 2020_CVB_09973.

Het ontwerp van de gebouwen is doordacht, rekening houdend met de talrijke randvoorwaarden vanuit de school- en brandpreventienormering. De inpassing in de stedenbouwkundige context is zorgvuldig gebeurd door rekening te houden met de bestaande aanpalende bebouwing. De vormgeving is hedendaags en past zich goed in het straatbeeld in.

De doorgang naar de speelplaats is, naast noodzakelijk voor de brandweerdiensten, ook een meerwaarde voor de werking van de school. Samen met de transparante gebouwplint komt een duidelijk leesbaar publiek gebouw tot stand dat zich richt tot de wijk. Het gebouw achteraan richt zich tot de speelplaats waardoor deze ruimte een kwalitatieve rand krijgt. Het oorspronkelijk schoolgebouw ten noorden krijgt hierdoor een evenwaardige tegenhanger. De vergroening van deze speelplaats is positief. De waardevolle linde kan behouden blijven. De te rooien bomen worden gecompenseerd. Gedurende de bemalingsactiviteiten die noodzakelijk zijn om de kelderruimte te realiseren, zullen de twee te behouden bomen wel bewaterd moeten worden bij langdurige droge periodes. De bemalingsduur wordt geschat op 6 maanden, dus er zal steeds (deels) in de 'droge periode' (= 1 maart tem 1 oktober) bemaald worden. Dan moeten de bomen alvast worden bevloeid met (bemalings)water (ifv verontreiging of niet) tijdens aanhoudende droge periodes van meer dan 10 dagen zonder regen. Deze bomen worden ook beschermd tijdens de werfwerkzaamheden door het plaatsen van een aanééngesloten hekwerk van minstens 2 m hoogte geplaatst op minstens 2 m van de stam van de te behouden bomen.

 

De inrichting van de gebouwen is logisch en creëert een duidelijk leesbare circulatie. De polyvalente zaal is een meerwaarde voor de buurt. Door het hoofdgebouw aan de straatzijde te ontkoppelen van de aangrenzende woning wordt een zuidoost gerichte derde gevel gecreëerd, die extra daglicht garandeert in de klaslokalen. De overige leslokalen beschikken ook over voldoende raamopeningen. De gelijkvloerse refter sluit logischerwijze aan op de speelplaats waardoor deze een centrale rol kan opnemen.

De overige ingrepen zijn beperkt van omvang. De impact op de aanpalenden is dan ook verwaarloosbaar.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, glas, …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect grondwater (bemaling)

Er wordt een bemaling en een tegenbemaling aangevraagd, noodzakelijk voor de uitvoering van de bouwkundige werken (kelder van de nieuwbouw).

 

De bemaling werd als volgt geadviseerd door de VMM (advies 07/01/2021):

 

De bemaling noodzakelijk voor de bouw van een nieuw schoolgebouw met ondergrondse verdieping en liftput wordt aangevraagd voor max. 87.090 m³/jaar en 1.032 m³/dag. De tegenbemaling noodzakelijk ter voorkoming van verspreiding van verontreiniging wordt aangevraagd voor een debiet van max. 47.481 m³/jaar en 655 m³/dag.

 

Het gezamenlijk debiet bedraagt afgerond max. 134.580 m³/jaar en 1.680 m³/dag. De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt 6 maand. Om mogelijke vertraging van de opstart van de werken in rekening te brengen wordt de bemaling aangevraagd voor een termijn van 1 jaar vanaf 01/11/2021. De benodigde verlaging van het grondwaterpeil bedraagt 6,3 m-mv voor de kelder en 7,6 m-mv voor de liftput. Rubriek 53.2.2b2 (klasse 2) is van toepassing.

 

Hydrogeologie

 

De ondergrond bestaat van boven naar beneden uit zandige-lemige lagen van het Quartair (HCOV 0100) tot ca. 5,5 m-mv, het Zand van Vlierzele (HCOV 0600) tot ca. 15 m-mv, een kleihoudend zand tot ca. 18 m-mv, zandhoudende klei van Pittem (HCOV 0700) tot ca. 25 m-mv, het Zand van Egem (HCOV 0800) tot ca. 47 m-mv en het Silt van Kortemark (HCOV 0910) tot ca. 58 m-mv. Voor de bodem van het model werd de top van het Silt van Kortemark genomen. Het grondwaterpeil in rust in het bovenste zandige pakket werd gedurende ca. 1 jaar (12/2018 – 10/2019) opgevolgd in een peilbuis ter plaatse en bedraagt min. 2,1 m-mv.

 

Bemalingsconcept

 

De bemaling kan worden uitgevoerd met een gravitaire filterbemaling, waarbij de filters worden aangezet op 12 m-mv. Op korte afstand van de bouwput (20-40 m) is een verontreiniging aanwezig met VOCl's en minerale olie.

 

Om de verplaatsing van deze verontreiniging tegen te gaan werd geopteerd om een tegenbemaling uit te voeren t.h.v. de verontreiniging met een grondwaterverlaging tot 5,8 m-mv. De tegenbemaling kan worden uitgevoerd met een gravitaire filterbemaling, waarbij de filters worden aangezet op 10 m-mv.

 

Om de benodigde verlagingen te behalen moeten de vacuümpompen verlaagd opgehangen worden. Voor de bemaling voor de bouwput moet de vacuümpomp ca. 2 m-mv opgehangen worden. T.h.v. de tegenbemaling dient een voorafgraving van ca. 1,5 m-mv (ca. 0,6 m boven het grondwaterpeil in rust) te gebeuren om de vacuümpomp zo te positioneren dat voldoende verlaging gecreëerd kan worden.

 

De bouwput wordt beschoeid met niet-waterremmende wanden (drie zijden met een Berliner wand en aan de westelijke zijde een grondkerende palenwand).

 

Fasering

 

Bij uitvoering is het van belang dat de tegenbemaling als eerste wordt opgestart en dat vervolgens de bemaling rond de bouwput gradueel wordt aangezet. Op deze manier wordt vermeden dat de verontreiniging bij opstart van de bemaling aangetrokken wordt. Na twee maand wordt er gedurende twee weken bijkomend bemaald t.h.v. de liftput.

 

Zettingen

 

De max. berekende zetting bedraagt minder dan 5 mm. Het risico op schade door zettingen t.g.v. de bemaling wordt aanvaardbaar geacht.

 

Verontreiniging

 

Op en nabij de eigen site (dossier 68780) is grondwaterverontreiniging met VOCl en minerale olie boven de bodemsaneringsnorm vastgesteld, op respectievelijk 18 en 41 meter van de rand van de bouwput. De verontreinigingen komen voor op een diepte van ongeveer 2,5 m-mv tot 7,5 m-mv en zijn het gevolg van verontreinigingskernen op het aangrenzend perceel, waar vroeger een wasserij/ververij gevestigd was. De verspreidingspluim (tot waar er een overschrijding van de richtwaarde is) van de verontreiniging met VOCl was op het moment van de studie nog niet volledig afgeperkt. Uit onderzoek van OVAM en de bodemsaneringsdeskundige van deze verontreiniging blijkt dat deze pluim minstens reikt tot aan de Sint-Simonstraat.

 

Uit de analyse van 14/08/2020 van het grondwater in PB1 (t.h.v. de bouwput) blijkt dat er geen overschrijdingen van het indelingscriterium zijn. Om de verspreiding van de verontreiniging overheen tussenliggende niet-verontreinigde percelen te voorkomen zal een tegenbemaling uitgevoerd worden t.h.v. de verontreiniging. De bemaling en tegenbemaling dienen uitgevoerd te worden in samenspraak met de bodemsaneringsdeskundige van dit verontreinigingsdossier.

 

Om het effect van de tegenbemaling op te volgen, dient het grondwaterpeil en de grondwaterkwaliteit opgevolgd te worden in minstens 6 peilbuizen met een filterstelling van 6 tot 8 m-mv op een lijn langsheen de bouwput tot de aanwezige grondwaterverontreiniging op de projectsite. De geplaatste peilbuizen moeten toelaten om de hydraulische gradiënt tussen de bemaling en de tegenbemaling te bepalen. Voorgaande wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.

 

De decretale bodemonderzoeken binnen de 0,20 m grondwaterverlagingscontour van de bemaling werden gescreend. De bemaling heeft geen onaanvaardbare verspreiding van gekende grondwaterverontreiniging in de omgeving tot gevolg. Er zijn geen bijkomende maatregelen ter voorkoming van de verspreiding vereist.

 

Lozing

 

Het bemalingswater zal geloosd worden op de RWA-leiding aan het Gentbruggeplein op ca. 110 m afstand in vogelvlucht. Deze RWA komt uit in de Schelde. De kwaliteit van het bemalingswater dient opgevolgd te worden en indien de lozingsnormen overschreden worden, dient het water gezuiverd te worden alvorens te lozen. Voor de lozing en kwaliteitsopvolging van het bemalingswater verwijzen we naar het advies van de dienst van VMM bevoegd voor afvalwater.

 

De dienst van VMM bevoegd voor grondwater verleent gunstig advies voor de aangevraagde bemaling (rubriek 53.2.2b2) voor een termijn tot en met 31/10/2022 en een debiet van max. 134.580 m³/jaar en 1.680 m³/dag uit filters in het Ledo-Paniseliaan-Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) en het grondwaterlichaam CVS_0600_GWL_1 en een verlaging tot max. 7,6 m-mv voor een project gelegen aan de Tweekapellenstraat 38 te Gent, mits naleving van de algemene en de sectorale voorwaarden van titel II van het VLAREM en onderstaande bijzondere voorwaarden:

- De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2020124982).

- De tegenbemaling moet uitgevoerd worden zoals voorgesteld in de nota d.d. 09/09/2020 met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4” en in samenspraak met de bodemsaneringsdeskundige voor het verontreinigingsdossier 68780.

- De stand van elke debietmeter wordt minstens volgens volgende frequentie genoteerd in een logboek dat steeds ter inzage ligt op de werf:

o In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal.

o Voor de overige periode: maandelijks.

- Er dienen peilbuizen geplaatst te worden zoals voorgesteld in figuur 4-2 op p. 23 in de bemalingsnota met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4”: minstens 6 peilbuizen met een filterstelling van 6 tot 8 m-mv op een lijn langsheen de bouwput tot de aanwezige grondwaterverontreiniging op de projectsite. De geplaatste peilbuizen moeten toelaten om de hydraulische gradiënt tussen de bemaling en de tegenbemaling te bepalen.

- Het grondwaterpeil dient opgevolgd te worden in alle peilbuizen. Het grondwaterpeil wordt opgemeten en genoteerd in een logboek dat ter inzage ligt op de werf, minstens met volgende frequentie:

o Voor opstart van de bemaling: éénmaal.

o In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal.

o Voor de overige periode: maandelijks.

- De kwaliteit van het water in de peilbuizen moet worden opgevolgd met minstens volgende frequentie: voor de opstart van de bemalingen, in de eerste maand wekelijks en nadien maandelijks. De te analyseren parameters zijn minstens VOCl’s (1,2-dichlooretheen, trichlooretheen, tetrachlooretheen en vinylchloride), minerale olie en arseen.

- Het bemalingswater mag niet geloosd worden op het gemengd of DWA-rioleringsstelsel.

 

Stad Gent sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden worden opgenomen als bijzondere voorwaarden.

De laatste voorwaarde wordt echter geherformuleerd naarHet bedrijf dient het bemalingswater bij voorkeur te lozen in de RWA-leiding van het Gentbruggeplein. Indien dit technisch onmogelijk is mag het bemalingswater in de gemengde riolering van de Tweekapellenstraat geloosd worden’. Dit, naar aanleiding van een tweede advies uitgebracht door de VMM op 24/11/2020 met betrekking tot de lozing van het bemalingswater:

 

Het bedrijf vraagt voor het lozen van bedrijfsafvalwater volgende rubrieken aan: 
- 3.4.2 het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet één of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger 
zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom "indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)" van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een debiet van meer dan 2 m3/h tot en met 100 m3/h. 
- 3.6.3.2 afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijbehorende slibproductie: voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom "indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)" van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met uitzondering van de in rubriek 3.6.5 ingedeelde inrichtingen, met een effluent van meer dan 5 m3/h tot en met 50 m3/h. 

 

Lozingssituatie
 

De inrichting ligt in centraal gebied. De Tweekapellenstraat beschikt over een gemengd rioleringsstelsel dat aangesloten is op RWZI Destelbergen. Op ongeveer 110 meter (in vogelvlucht) afstand, aan het Gentbruggeplein, is een RWA-leiding aanwezig dat naar de Zeeschelde loopt.

 

Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater is de Zeeschelde op ca. 350 meter ten noorden van de site. Het is echter technisch weinig realistisch om op dergelijke afstand rechtstreeks in de rivier te lozen.
Retourbemaling is technisch moeilijk uitvoerbaar op deze locatie gezien de dichte bebouwing rondom de projectsite. Bovendien is er ter hoogte van de projectsite een grondwaterverontreiniging aanwezig. Deze verontreiniging mag niet verplaatst worden en verontreinigd bemalingswater mag ook niet geretourneerd worden zonder zuivering.

 Het bedrijf vraagt de lozing van het bemalingswater aan in de gemengde riolering van de Tweekapellenstraat en in de RWA-leiding van het Gentbruggeplein.

 

Bedrijfsafvalwater
 

Het bedrijf vraagt de lozing aan van 70 m3/u - 1680 m3/dag - 134 580 m3/jaar bemalingswater met gevaarlijke stoffen in de riolering.

Voor de lozing via een zuivering wordt een maximaal debiet van 50,0 m3/u aangevraagd (Rubriek 3.6.3.2).

Het bedrijf dient het bemalingswater bij voorkeur te lozen in de RWA-leiding van het Gentbruggeplein. Indien dit technisch onmogelijk is mag het bemalingswater in de gemengde riolering van de Tweekapellenstraat geloosd worden.


De afvalwaterstromen zijn afkomstig van een bemaling en tegenbemaling, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bouwkundige werken. De beide afvalwaterstromen zullen op éénzelfde punt geloosd worden. 
 

Het te verwachten debiet van deze bemaling en tegenbemaling is bepaald door een simulatie in een 3D numeriek grondwatermodel. 

Bemaling: 

* initieel debiet: 43,0 m3/u oftewel 1032,0 m3/d

* stationair debiet: 19,2 m3/u oftewel 461,0 m3/d

* cumulatief bemalingsvolume (6 maanden): 87.099,0 m3

Tegenbemaling :

* initieel debiet: 27,3 m3/u oftewel 655,2 m3/d

* stationair debiet: 10,3 m3/u oftewel 247,2 m3/d

* cumulatief bemalingsvolume (6 maanden): 47.481,0 m3
 

De bemaling zal geen nadelige invloed hebben op de aanwezige grondwaterverontreinigingen in de ruime omgeving van de bouwput.

Op korte afstand van de bouwput is er wel een grondwaterverontreiniging met minerale olie en VOCl's gelegen. 
Om een verplaatsing te voorkomen wordt een tegenbemaling uitgevoerd.

 
Het debiet van de bemaling zal vermoedelijk geloosd kunnen worden zonder voorafgaande zuivering. Het totale (bemaling & tegenbemaling) te verwachten initieel en stationair bemalingsdebiet bedraagt respectievelijk 70,0 m3/u en 29,5 m3/u. Voor de lozing zonder zuivering wordt een debiet aangevraagd van 70,0 m3/u (klasse 2). Voor de lozing met zuivering wordt een maximaal debiet van 50,0 m3/u aangevraagd. 

 

Vermoedelijk zal het debiet van de tegenbemaling gezuiverd moeten worden voor de lozing. De te verwachten concentraties kunnen moeilijk ingeschat worden gezien deze een gewogen gemiddelde zullen vormen van de concentratiewaarden ter hoogte van de grondwaterverontreiniging en de concentratiewaarden buiten de contouren van de grondwaterverontreiniging (proper grondwaterwater). De zuivering zal gebeuren tot de aangevraagde lozingsnormen.
 

Het bedrijf vraagt de sectorale lozingsvoorwaarden 61 overige bedrijvigheden aan.
De algemene en sectorale lozingsvoorwaarden 61 op oppervlaktewater is van toepassing.
 

Volgende lozingsnormen worden aangevraagd:

-          arseen:   50 µg/l (=10xIC)

-          Minerale olie:  500 µg /l

-          1-2- dichlooretheen:  100 µg/l (=10xIC)

-          Trichlooretheen:  100 µg/l

-          Tetrachlooretheen:  100 µg/l (=10xIC)

-          Vinylchloride:  1000 µg/l (=10 x IC)
 

VMM kan niet akkoord gaan met de aangevraagde normen voor trichlooretheen en tetrachlooretheen. Dit betreffen verontreinigende stoffen, welke dienen beperkt te worden tot het respectievelijke indelingscriterium. Voor deze stoffen mag bij de normering geen rekening gehouden worden met de mogelijke verdunning in het ontvangende oppervlaktewater.
 

VMM stelt volgende normen van toepassing:

-          Trichlooretheen:  10 µg/l (IC)

-          Tetrachlooretheen:  10 µg/l (IC)

 

VMM baseert zich hiervoor op: 

-      art 3.3.0.1. van VLAREM II : het opleggen van bijzondere voorwaarden wordt toegelaten met het oog op de bescherming van mens en leefmilieu en daarbij moet onder meer rekening worden gehouden met de toxiciteit, de persistentie en de bio-accumulatie van de betrokken stoffen; 

-      het feit dat het uiteindelijke ontvangende oppervlaktewater moet voldoen aan de gestelde milieukwaliteitsnormen, waardoor er dus rekening moet gehouden worden met de toelaatbare vuilvracht en concentraties; 

-     de vergelijking van vergunde en gemeten vuilvrachten als beleidsprincipe met het oog op de beheersbaarheid van de geloosde vuilvrachten. Te ruime marges in de vergunningen laten niet toe een efficiënt beleid te voeren naar het bereiken van de milieukwaliteitsnormen van het ontvangende oppervlaktewater of bij lozing op riool naar de dimensionering van de RWZI toe. De vergunde vuilvracht moet aldus maximaal afgestemd worden op de werkelijk geloosde vuilvracht.

 

 Vooraf en tijdens de bemaling dient de kwaliteit van het water te worden getest.

 

controle-inrichting
 

Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem ll.

 

De VMM stelt volgende afwijking voor op art. 4.2.5.1.1 van Vlarem ll. En motiveert dit als volgt: 
 

Volgens artikel 4.2.5.1.1. 51 van Vlarem II dient het bedrijfsafvalwater geloosd te worden via debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur. In het kader van voorliggende bemaling en lozing van het bemalingswater is het echter niet relevant om debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur voor de lozing van het bemalingswater te voorzien. De hoeveelheid grondwater die opgepompt en afgevoerd wordt, wordt bepaald d.m. v. een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II (zie addendum R53). Deze meetmethode is in voorliggende situatie meer geschikt dan de voorziene meetmethodes voor lozing van afvalwater. 

De hoeveelheid opgepompt grondwater, gemeten conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II, is gelijk aan de hoeveelheid water die geloosd zal worden. Om de kwaliteit van het geloosde grondwater te bepalen zal het effluent bemonsterd worden via een aftapkraan die voorzien wordt bij de bemaling. 

 

De kwaliteit van het bemalingswater van de bemaling en tegenbemaling zal worden opgevolgd d.m.v. staalnames en analyses.

 

Wanneer de lozingsnorm(en) overschreden dreigen te worden, wordt de bemonsteringsfrequentie bijgesteld. Indien er concentraties tussen 80% van de lozingsnorm en de lozingsnorm worden vastgesteld, wordt het bemalingswater wekelijks bemonsterd. Indien er concentraties onder de 80% lozingsnorm worden vastgesteld is een maandelijkse staalname voldoende. Het effluent van de zuivering dient met gelijkaardige frequentie getest te worden om te verzekeren dat het voldoet aan de lozingsnormen.

 

De VMM-AELT adviseert deels ongunstig/ gunstig voor het lozen van 70 m3/u 1680 - m3/dag 134 580 m3/jaar bedrijfsafvalwater met 2C stoffen op de RWA-leiding, mits het naleven van de algemene en sectorale lozingswaarden 61 overige bedrijvigheden voor lozing op oppervlaktewater. (Rubriek 3.4.2)
 

De VMM-AELT adviseert deels ongunstig/ gunstig voor het lozen van 50 m3/u bedrijfsafvalwater met 2C stoffen via een wzi op de RWA-leiding, mits het naleven van de algemene en sectorale lozingswaarden 61 overige bedrijvigheden voor lozing op oppervlaktewater. (Rubriek 3.6.3.2)
 

Ongunstig voor:

-          Trichlooretheen:  100 µg/l

-          Tetrachlooretheen:  100 µg/l (=10xIC)

Volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing:

-          Arseen:   50 µg/l (=10xIC)

-          Minerale olie:  500 µg /l

-          1-2- dichlooretheen:  100 µg/l (=10xIC)

-          Trichlooretheen:  10 µg/l (IC)

-          Tetrachlooretheen:  10 µg/l (IC)

-          Vinylchloride:  1000 µg/l (=10 x IC)

 

-      De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom "indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)" van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de rapportagegrens 

-      Indien in het bemalingswater concentraties tussen 80% van de lozingsnorm en de lozingsnorm worden vastgesteld, wordt het bemalingswater wekelijks bemonsterd. Indien er concentraties onder de 80% lozingsnorm worden vastgesteld is een maandelijkse staalname voldoende. Het effluent van de zuivering dient met gelijkaardige frequentie getest te worden om te verzekeren dat het voldoet aan de lozingsnormen. 

-      Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwantiteit en kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem ll. Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden. 

 

Stad Gent sluit zich aan bij dit advies. Deze voorwaarden worden opgenomen als bijzondere voorwaarden.

 

In geval van lozing op de gemengde riolering, werd door de exploitant  een schriftelijke toelating aangevraagd bij Aquafin nv.

 

De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys – Gent netexploitatie, Stropstraat 1, 9000 Gent of netexploitatie.gent@farys.be. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering wordt dit als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

droogte

 

Studies tonen aan dat onze (grond)watervoorraden onder druk komen en de frequentie van langdurige droogteperiodes stijgt. Tijdelijke bronbemalingen voor de verwezenlijking van bouwkundige werken, waarbij de grondwatertafel verlaagd wordt kunnen de effecten van droogte versterken. Deze bemalingen dienen daarom beperkt te worden in diepte en tijdsduur tot het strikt noodzakelijke voor de constructie van het beoogde bouwwerk.

 

De bemaling dient te gebeuren binnen de door de exploitant meegedeelde periode: 01/11/2021 – 31/10/2022. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, dienen de start- en einddatum van de bemaling via e-mail gemeld te worden aan de diensten Milieu en Klimaat (milieuenklimaat@stad.gent) en Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer. Deze melding dient te gebeuren op de dag van opstart en de dag van het beëindiging van de bemaling. Ook het eventueel uitstellen van de bemaling naar een andere periode dan de hierboven meegedeelde, dient via e-mail aan dezelfde stadsdiensten meegedeeld te worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

aspect hemelwater en huishoudelijk afvalwater

De inrichting (school) vraagt voor het lozen van huishoudelijk afvalwater volgende rubriek aan: 

-      3.2.2.a Het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van huishoudelijk afvalwater, ander dan afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m3/jaar, wanneer het lozingspunt gelegen is een centraal gebied en/of collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; 

 

De VMM adviseert dit aspect als volgt:

 

Lozingssituatie
 

De inrichting ligt in centraal gebied. De Tweekapellenstraat en de Emanuel Hielstraat beschikken over een gemengd rioleringsstelsel dat aangesloten is op RWZI Destelbergen. Het bedrijf vraagt de lozing aan van het hemelwater afkomstig van het bestaande gebouw en het huishoudelijk afvalwater in de gemengde riolering van de Emanuel Hielstraat. (bestaande situatie)


Het bedrijf vraagt de lozing aan van het hemelwater afkomstig van de nieuwbouw in de gemengde riolering van de Tweekapellenstraat. (nieuwe situatie)

 

Hemelwater
 

Het hemelwater afkomstig van het bestaande gebouw wordt samen met het huishoudelijk afvalwater geloosd in de riolering van de Emanuel Hielstraat. Dit wordt niet gescheiden afgevoerd.
 

Het hemelwater afkomstig van het dak van de nieuwbouw en het dak van de fietsenstalling wordt opgevangen in een hemelwaterput van 20 000 l met een overloop naar infiltratiekratten van 5 330 l die op hun beurt overlopen naar de gemengde riolering van Tweekapellenstraat.
 

Alle toiletten van de nieuwbouw zijn aangesloten op een hemelwater recuperatiessysteem.
 

De nieuwbouw beschikt over een groendak. Er worden waterdoorlatende verhardingen aangelegd.
 

Huishoudelijk afvalwater
 

Het bedrijf vraagt de lozing aan van 850 m3/jaar huishoudelijk afralwater via septische putten in de gemengde riolering van Emanuel Hielstraat.
 

Momenteel is de inrichting vergund voor het lozen van huishoudelijk afvalwater met een debiet van 600 m3/jaar.
 

De school telt +-25 personeelsleden die volgens de VLAREM wegwijzer zorgen voor 10 m3/jaar lozing per persoon. Dit geeft 250 m3/jaar voor enkel de personeelsleden.
Onderstaande berekening werd gedaan voor lozing afvalwater van het volledige project.
Personeelsleden in een school vertegenwoordigen 1/2 IE, leerlingen in een externaat 1/10 IE (keuken is opwarmkeuken).
Personeelslid: 114 liter/dag x 1/2 IE x 175 schooldagen = 9 975 liter = 10 m3 per jaar per bediende.
Leerling: 114 liter/dag x 1/10 IE x 175 schooldagen = 1 995 liter = 2 m3 per jaar per leerling.
Samen geeft dit : 25 x 10 + 300x 2 =  850 m3/jaar > 600 m3/jaar.
 

Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de nieuwbouw en van het bestaande gebouw vloeien via septische putten samen naar een verzamelput en worden samen geloosd in de gemengde riolering van de Emanuel Hielstraat.

 

De Vlaamse Milieumaatschappij — afdeling Ecologisch toezicht adviseert gunstig voor het lozen van 850 m3/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering, mits voldaan wordt aan de algemene normen voor lozing van huishoudelijk afvalwater in de riolering.

 

Stad Gent sluit zich aan bij dit advies.

 

aspect veiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 031241-022/SP/2020) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De ASTRID-veiligheidscommissie gaf op 10/11/2020 een voorwaardelijk gunstig advies. De voorwaarden uit het advies (ref. 2019110036) dienen steeds nageleefd te worden. Gezien de publiek toegankelijk ondergrondse ruimten in de nieuwbouw heeft de commissie beslist dat er in de ondergrondse verdieping van de nieuwbouw ASTRID radiodekking dient aanwezig te zijn.

Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

aspect lucht

Het nieuwbouw volume wordt geklimatiseerd door een elektrische bodem/water warmtepomp: 2 identieke warmtepompen in cascade met een thermisch vermogen van 52kW voor verwarmen en 35kW voor koelen. Thermisch vermogen bedraagt dus 90kW, elektrisch zal dit op ongeveer 20kW uitkomen (COP = 4.50).

 

Het gebruikte koelmiddel in is R410A (type HKF, GWP waarde 2.088). Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden.

 

De warmtepomp dient onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.

 

De warmtepomp bevat een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥ 5 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.

Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.

 

De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.

 

Deze elementen worden als opmerking opgenomen.

 

aspect bodem

Er wordt opslag van gevaarlijke stoffen aangevraagd voor de opslag van 4.000 l schoonmaakproducten.

 

Alle vaten en bussen moeten ingekuipt zijn. Dit betekent dat ze ofwel in een ruimte moeten staan die in zijn geheel een vloeistofdichte inkuiping vormt door het aanbrengen van een coating op de vloer en gecoate voldoende hoge randen ofwel moeten de bussen of vaten op een lekbak staan (rooster met een vloeistofdichte bak onder, bvb. in metaal).

 

Dit geldt ook voor de opslag van gevaarlijke stoffen bij de bemaling (mazouttank). Bij het vullen of bijvullen van de mazouttank dienen de nodige maatregelen getroffen te worden om het morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

 

Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

aspect geluid

Met betrekking tot de bemaling zullen de pompen continu in werking zijn. In de omgeving zijn woningen aanwezig. Dit kan resulteren in geluidshinder.

 

Ook de warmtepompen kunnen geluidshinder veroorzaken. Volgens de gegevens uit de aanvraag worden de warmtepompen zelf en de circulatiepompen opgesteld in de kelder waardoor mogelijke hinder beperkt wordt. Daarnaast wordt de installatie geplaatst op trillingsdempers.

 

Te allen tijde moet voldaan zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II. Dit wordt als opmerking meegenomen.
 

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

De rubrieken worden als volgt geadviseerd voor inrichting 20200923-0056 (bemaling)

 

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

gunstig 

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | verhoogde lozingsnormen voor het effluent van een bemaling en tegenbemaling, benodigd voor de uitvoering van bouwkundige werken. (Nieuw)

70 m³/uur

3.6.3.2°

gunstig 

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | aanvraag waterzuiveringsinstallatie voor behandeling bemalingswater (bemaling/)tegenbemaling voor lozing (Nieuw)

50 m³/uur

17.3.2.1.1.1°b)

gunstig 

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | mazouttank voor een stroomgenerator (Nieuw)

2,5 ton

53.2.2°b)2°

gunstig 

bronbemaling (met terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag) die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | het totale waterbezwaar is afkomstig van een bemaling benodigd voor de aanleg van een kelder (87.099 m³) en een tegenbemaling op hetzelfde perceel om verplaatsing verontreiniging tegen te gaan (47.481 m³). (Nieuw)

134.580 m³/jaar

 

De rubrieken worden als volgt geadviseerd voor inrichting 20201005-0048 (school)

 

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

gunstig  

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | lozen huishoudelijk afvalwater (Verandering)

850 m³/jaar

16.3.2°a)

gunstig  

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp (Nieuw)

90 kW

17.4.

gunstig  

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | schoonmaakproducten (Nieuw)

4000 liter


Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen / vast bureau beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de basisschool Henri D’Haese met een nieuwbouwvolume en het optimaliseren van de aansluiting op de bestaande infrastructuur, het slopen van een rijwoning, het rooien van bomen en de bemaling in functie van de bouwwerken aan Stad Gent (O.N.:0207451227) gelegen te Tweekapellenstraat 36-38, 9050 Gentbrugge


De rubrieken worden als volgt geadviseerd voor inrichting 20200923-0056 (bemaling)

 

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

gunstig  

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | verhoogde lozingsnormen voor het effluent van een bemaling en tegenbemaling, benodigd voor de uitvoering van bouwkundige werken. (Nieuw)

70 m³/uur

3.6.3.2°

gunstig  

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | aanvraag waterzuiveringsinstallatie voor behandeling bemalingswater (bemaling/)tegenbemaling voor lozing (Nieuw)

50 m³/uur

17.3.2.1.1.1°b)

gunstig  

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | mazouttank voor een stroomgenerator (Nieuw)

2,5 ton

53.2.2°b)2°

gunstig  

bronbemaling (met terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag) die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | het totale waterbezwaar is afkomstig van een bemaling benodigd voor de aanleg van een kelder (87.099 m³) en een tegenbemaling op hetzelfde perceel om verplaatsing verontreiniging tegen te gaan (47.481 m³). (Nieuw)

134.580 m³/jaar

 

De rubrieken worden als volgt geadviseerd voor inrichting 20201005-0048 (school)

 

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

3.2.2°a)

gunstig  

lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | lozen huishoudelijk afvalwater (Verandering)

850 m³/jaar

16.3.2°a)

gunstig  

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp (Nieuw)

90 kW

17.4.

gunstig  

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | schoonmaakproducten (Nieuw)

4000 liter

 

 

Artikel 2

Verleent de vergunning voor inrichting 20200923-0056 (bemaling) tot 31 oktober 2022.
Verleent de vergunning voor inrichting 20201005-0048 (school) voor onbepaalde duur.    

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:


STEDENBOUWKUNDIGE VOORWAARDEN

 

Externe adviezen

De voorwaarden uit het advies (met referentie 031241-022/SP/2020) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

De voorwaarden uit het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie (ref. 2019110036) dienen steeds nageleefd te worden. Gezien de publiek toegankelijk ondergrondse ruimten in de nieuwbouw heeft de commissie beslist dat er in de ondergrondse verdieping van de nieuwbouw ASTRID radiodekking dient aanwezig te zijn.

 

Bomen

De twee te behouden bomen worden bewaterd met (bemalings)water (ifv verontreiging of niet) in de 'droge periode' (= 1 maart tem 1 oktober) en dit tijdens aanhoudende droge periodes van meer dan 10 dagen zonder regen. De twee te behouden bomen worden ook beschermd tijdens de werfwerkzaamheden door het plaatsen van een aanééngesloten hekwerk van minstens 2 m hoogte geplaatst op minstens 2 m van de stam van de te behouden bomen.


BIJZONDERE VOORWAARDEN MILIEU 


inrichting 20200923-0056 (bemaling)

-       De bemaling dient te gebeuren binnen de door de exploitant meegedeelde periode: 01/11/2021 – 31/10/2022. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, dienen de start- en einddatum van de bemaling via e-mail gemeld te worden aan de diensten Milieu en Klimaat (milieuenklimaat@stad.gent) en Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent, en de VMM (grondwater.ovl@vmm.be) met vermelding van het dossiernummer OMV_2020124982. Deze melding dient te gebeuren op de dag van opstart en de dag van het beëindiging van de bemaling. Ook het eventueel uitstellen van de bemaling naar een andere periode dan de hierboven meegedeelde, dient via e-mail aan dezelfde stadsdiensten meegedeeld te worden. 

-       De tegenbemaling moet uitgevoerd worden zoals voorgesteld in de nota d.d. 09/09/2020 met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4” en in samenspraak met de bodemsaneringsdeskundige voor het verontreinigingsdossier 68780.

-       De stand van elke debietmeter wordt minstens volgens volgende frequentie genoteerd in een logboek dat steeds ter inzage ligt op de werf: 

  • In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal. 
  • Voor de overige periode: maandelijks.

-       Er dienen peilbuizen geplaatst te worden zoals voorgesteld in figuur 4-2 op p. 23 in de bemalingsnota met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4”: minstens 6 peilbuizen met een filterstelling van 6 tot 8 m-mv op een lijn langsheen de bouwput tot de aanwezige grondwaterverontreiniging op de projectsite. De geplaatste peilbuizen moeten toelaten om de hydraulische gradiënt tussen de bemaling en de tegenbemaling te bepalen.

-       Het grondwaterpeil dient opgevolgd te worden in alle peilbuizen. Het grondwaterpeil wordt opgemeten en genoteerd in een logboek dat ter inzage ligt op de werf, minstens met volgende frequentie:

  • Voor opstart van de bemaling: éénmaal. 
  • In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal. 
  • Voor de overige periode: maandelijks. 

-      De kwaliteit van het water in de peilbuizen moet worden opgevolgd met minstens volgende frequentie: voor de opstart van de bemalingen, in de eerste maand wekelijks en nadien maandelijks. De te analyseren parameters zijn minstens VOCl’s (1,2-dichlooretheen, trichlooretheen, tetrachlooretheen en vinylchloride), minerale olie en arseen.

-      Het bedrijf dient het bemalingswater bij voorkeur te lozen in de RWA-leiding van het Gentbruggeplein. Indien dit technisch onmogelijk is mag het bemalingswater in de gemengde riolering van de Tweekapellenstraat geloosd worden.

-      Met betrekking tot het bemalingswater zijn volgende lozingsnormen van toepassing: 

  •             Arseen:   50 µg/l (=10xIC)
  •             Minerale olie:  500 µg /l
  •             1-2- dichlooretheen:  100 µg/l (=10xIC)
  •             Trichlooretheen:  10 µg/l (IC)
  •             Tetrachlooretheen:  10 µg/l (IC)
  •             Vinylchloride:  1000 µg/l (=10 x IC)

-      De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom "indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)" van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de rapportagegrens

-      Indien in het bemalingswater concentraties tussen 80% van de lozingsnorm en de lozingsnorm worden vastgesteld, wordt het bemalingswater wekelijks bemonsterd. Indien er concentraties onder de 80% lozingsnorm worden vastgesteld is een maandelijkse staalname voldoende. Het effluent van de zuivering dient met gelijkaardige frequentie getest te worden om te verzekeren dat het voldoet aan de lozingsnormen.

-      Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwantiteit en kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem ll. Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

-      De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys – Gent netexploitatie, Stropstraat 1, 9000 Gent of netexploitatie.gent@farys.be.

-      De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

 

inrichting 20201005-0048 (school)

-     Met betrekking tot gevaarlijke stoffen: Alle vaten en bussen moeten ingekuipt zijn. Dit betekent dat ze ofwel in een ruimte moeten staan die in zijn geheel een vloeistofdichte inkuiping vormt door het aanbrengen van een coating op de vloer en gecoate voldoende hoge randen ofwel moeten de bussen of vaten op een lekbak staan (rooster met een vloeistofdichte bak onder, bvb. in metaal).

-     Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.

 

BIJSTELLEN SECTORALE  VOORWAARDEN 


Gunstig:

Afwijking op Bijlage 4.2.5.1. Controle-inrichting voor lozingen van afvalwaters.

Gunstig:

Afwijking op Bijlage 4.2.5.2. Controle en beoordeling van de meetresultaten op lozingen van bedrijfsafvalwater en koelwater => staalname bemalingswater voor opstart bemaling door middel van staalnamekraantje op collector.


Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

- Met betrekking tot het bemalingswater zijn volgende lozingsnormen van toepassing:

-                 Arseen:   50 µg/l (=10xIC)

-                 Minerale olie:  500 µg /l

-                 1-2- dichlooretheen:  100 µg/l (=10xIC)

-                 Trichlooretheen:  10 µg/l (IC)

-                 Tetrachlooretheen:  10 µg/l (IC)

-                 Vinylchloride:  1000 µg/l (=10 x IC)

- De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom "indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)" van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de rapportagegrens

- Indien in het bemalingswater concentraties tussen 80% van de lozingsnorm en de lozingsnorm worden vastgesteld, wordt het bemalingswater wekelijks bemonsterd. Indien er concentraties onder de 80% lozingsnorm worden vastgesteld is een maandelijkse staalname voldoende. Het effluent van de zuivering dient met gelijkaardige frequentie getest te worden om te verzekeren dat het voldoet aan de lozingsnormen.

- Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwantiteit en kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem ll. Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

- De bemaling dient te gebeuren binnen de door de exploitant meegedeelde periode: 01/11/2021 – 31/10/2022. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, dienen de start- en einddatum van de bemaling via e-mail gemeld te worden aan de diensten Milieu en Klimaat (milieuenklimaat@stad.gent) en Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent, en de VMM (grondwater.ovl@vmm.be) met vermelding van het dossiernummer OMV_2020124982. Deze melding dient te gebeuren op de dag van opstart en de dag van het beëindiging van de bemaling. Ook het eventueel uitstellen van de bemaling naar een andere periode dan de hierboven meegedeelde, dient via e-mail aan dezelfde stadsdiensten meegedeeld te worden.

- De tegenbemaling moet uitgevoerd worden zoals voorgesteld in de nota d.d. 09/09/2020 met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4” en in samenspraak met de bodemsaneringsdeskundige voor het verontreinigingsdossier 68780.

- De stand van elke debietmeter wordt minstens volgens volgende frequentie genoteerd in een logboek dat steeds ter inzage ligt op de werf:

o In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal.

o Voor de overige periode: maandelijks.

- Er dienen peilbuizen geplaatst te worden zoals voorgesteld in figuur 4-2 op p. 23 in de bemalingsnota met referentie “2020 09 09-MDEG_DPAR-AGT3150-Rapport-v4”: minstens 6 peilbuizen met een filterstelling van 6 tot 8 m-mv op een lijn langsheen de bouwput tot de aanwezige grondwaterverontreiniging op de projectsite. De geplaatste peilbuizen moeten toelaten om de hydraulische gradiënt tussen de bemaling en de tegenbemaling te bepalen.

- De kwaliteit van het water in de peilbuizen moet worden opgevolgd met minstens volgende frequentie: voor de opstart van de bemalingen, in de eerste maand wekelijks en nadien maandelijks. De te analyseren parameters zijn minstens VOCl’s (1,2-dichlooretheen, trichlooretheen, tetrachlooretheen en vinylchloride), minerale olie en arseen.

- Het bedrijf dient het bemalingswater bij voorkeur te lozen in de RWA-leiding van het Gentbruggeplein. Indien dit technisch onmogelijk is mag het bemalingswater in de gemengde riolering van de Tweekapellenstraat geloosd worden.

- De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys – Gent netexploitatie, Stropstraat 1, 9000 Gent of netexploitatie.gent@farys.be.

- De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

- Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 031241-022/SP/2020) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

- De voorwaarden uit het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie (ref. 2019110036) dienen steeds nageleefd te worden. Gezien de publiek toegankelijk ondergrondse ruimten in de nieuwbouw heeft de commissie beslist dat er in de ondergrondse verdieping van de nieuwbouw ASTRID radiodekking dient aanwezig te zijn.

- Met betrekking tot gevaarlijke stoffen: Alle vaten en bussen moeten ingekuipt zijn. Dit betekent dat ze ofwel in een ruimte moeten staan die in zijn geheel een vloeistofdichte inkuiping vormt door het aanbrengen van een coating op de vloer en gecoate voldoende hoge randen ofwel moeten de bussen of vaten op een lekbak staan (rooster met een vloeistofdichte bak onder, bvb. in metaal).

- Het grondwaterpeil dient opgevolgd te worden in alle peilbuizen. Het grondwaterpeil wordt opgemeten en genoteerd in een logboek dat ter inzage ligt op de werf, minstens met volgende frequentie:

o Voor opstart van de bemaling: éénmaal.

o In de eerste week van elke bemalingsfase (overeenkomstig een nieuw bemalingspeil): vijfmaal.

o Voor de overige periode: maandelijks.

 

Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

Gunstig: Afwijking op Bijlage 4.2.5.1. Controle-inrichting voor lozingen van afvalwaters.

Gunstig: Afwijking op Bijlage 4.2.5.2. Controle en beoordeling van de meetresultaten op lozingen van bedrijfsafvalwater en koelwater => staalname bemalingswater voor opstart bemaling door middel van staalnamekraantje op collector

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

-      De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, glas, …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. 

-      Het gebruikte koelmiddel in is R410A (type HKF, GWP waarde 2.088). Het gebruik van natuurlijke koelmiddelen (CO2, NH3, propaan, …) of koelmiddelen met een laag Global Warming Potential (GWP < 2500) dient nagegaan te worden. 

-      De warmtepompen dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II. 

-      De warmtepompen bevatten een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥ 5 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus. Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.

-      De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden. 

-      Te allen tijde moet voldaan zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II.