Terug
Gepubliceerd op 18/01/2021

2020_MV_00288 - Mondelinge vraag van raadslid Anita De Winter: Covid-19; testcentra, contactopsporing en ondersteuning bij quarantaine.

vragenuurtje
ma 07/09/2020 - 18:00 Digitale zitting
Datum beslissing: di 08/09/2020 - 08:35
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Mathias De Clercq, Filip Watteeuw, Elke Decruynaere, Astrid De Bruycker, Sami Souguir, Rudy Coddens, Christophe Peeters, Gabi De Boever, Zeneb Bensafia, Stephanie D'Hose, Veli Yüksel, Sven Taeldeman, Jef Van Pee, Mieke Bouve, Bert Misplon, Anita De Winter, Joris Vandenbroucke, Stijn De Roo, Caroline Persyn, Ronny Rysermans

Voorzitter

Mathias De Clercq
2020_MV_00288 - Mondelinge vraag van raadslid Anita De Winter: Covid-19; testcentra, contactopsporing en ondersteuning bij quarantaine. 2020_MV_00288 - Mondelinge vraag van raadslid Anita De Winter: Covid-19; testcentra, contactopsporing en ondersteuning bij quarantaine.

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

We stellen vast dat Gent de Covid-crisis doortastend en goed geregisseerd aanpakt. Het aantal besmettingen is de voorbije maanden redelijk onder controle gebleven dank zij de inspanningen van iedereen.

Toch kleurt Gent nog steeds oranje op de Sciensanokaarten met ongeveer 30 besmettingen per 100 000 inwoners per week.

Indiener(s)

Anita De Winter

Gericht aan

Rudy Coddens

Tijdstip van indienen

do 03/09/2020 - 14:31

Toelichting

Loopt de Covid-aanpak optimaal?
Meer concreet:
1. Er zijn 2 testcentra: kunnen alle potentieel besmette mensen er vlot terecht? Hoe is dat nu georganiseerd?
2. Covid verspreidt zich via clusters: families, collega’s, horeca. Dat is bekend.
Verloopt de bron- en contactopsporing nu vlot? Hoe wordt er samengewerkt tussen het lokale en het Vlaamse niveau?
 3. Is er begeleiding voor mensen in moeilijke leef- en woonomstandigheden om hen te motiveren om zich te laten testen en hen te helpen om quarantainemaatregelen op te volgen?

Bespreking

Antwoord

Collega’s, we zijn inderdaad, tijdens de afgelopen zomermaanden, in een tweede coronagolf terecht gekomen - sneller dan we hadden verwacht, maar we hebben daar als Stad ook heel snel op gereageerd. We hebben een beleid uitgestippeld dat, enerzijds, burgers die in quarantaine moesten ondersteunt. Anderzijds hebben we ook heel snel een testcentrum ingericht.

De ondersteuning die we momenteel bieden aan kwetsbare burgers tijdens hun quarantaine-periode is gebaseerd op twee sporen.

In het individuele spoor worden mensen begeleid die hebben aangegeven extra ondersteuning nodig te hebben om hun periode succesvol uit te zitten. Dit kan gaan om burgers die positief zijn getest, maar ook om mensen die uit een rode zone terugkomen, of een hoog-risico-contact hebben gehad en gecontacteerd zijn geweest via contact tracing.

De aanmeldingen komen grotendeels via artsen. Een deel komt ook door sociale organisaties. In elk geval: élke aanmelding komt er pas na de uitdrukkelijke toestemming van de burger zelf. Bovendien streven we er naar om bij elke aanmelding binnen de 24 uur contact te hebben met de aanmelder.

De begeleiding is in de eerste maand opgenomen door de sociale dienst van het OCMW en de partners van het geïntegreerd breed onthaal  . Vanaf volgende week zal er ook extra ingezet worden op zogenaamde ‘stoepbezoeken’ – echt naar de mensen toe gaan, dus, door buurtwerkers, outreachers en gezondheidspromotoren.

Sinds de opstart half augustus hebben we al 28 cases ontvangen en begeleid. Vaak gaat het over grote gezinnen waarvan er één of meerdere gezinsleden positief getest zijn. Bij het eerste contact worden de noden opgelijst. Dat kan gaan over voedselondersteuning, administratieve ondersteuning, hulp bij de aankoop van medicatie, regelen van afspraken bij het testcentrum, enzovoort.

De betrokkenen worden dan tijdens de periode van hun quarantaine meermaals gecontacteerd en krijgen telkens de steun die ze nodig hebben. Dat wordt ten zeerste gewaardeerd. We zien ook dat we op die manier wel degelijk onze doelstellingen bereiken, namelijk dat de mensen hun quarantaineperiode goed doorlopen en zich houden aan de opgelegde maatregelen.

 

Dat gaat dus allemaal over individuele spoor. Het tweede spoor is het buurtgerichte spoor. Dat starten we op als er lokale uitbraken zijn, op specifieke plaatsen of in bepaalde buurten. Het zijn dan vooral de buurtwerkers, die de omgeving goed kennen en een gekend gezicht zijn voor de bewoners, die dan een extra sensibiliserende rol opnemen. Momenteel doen we dat binnen de bestaande werking van verschillende staddiensten, en met partners van de eerstelijnszone en anders sociale organisaties.

Die buurtgerichte werking is effectief complementair aan de contactopsporing door het Vlaamse callcenter, en aan de zogenaamde ‘clusteropsporing’ door het Agentschap Zorg en Gezondheid.

Bij contact tracing worden mensen in eerste instantie gecontacteerd door het callcenter. Als dit contact vlot verloopt gaat het callcenter verder aan de slag met de gegevens uit het gesprek. Indien het contact met de cliënt moeilijk verloopt wordt een Vlaamse ‘field agent’ ingeschakeld (iemand in dienst bij de Vlaamse overheid dus) die een stoepbezoek brengt, om de mensen te informeren over de maatregelen en een lijst van risico-contacten op te maken. Indien die Vlaamse fieldagent vaststelt dat meer ondersteuning nodig is om de quarantaine goed door te komen, dan wordt de lokale werking ingeschakeld.

Vlaanderen   spoort ook clusters op, door dagelijkse analyse van de gegevens uit de zorgatlas. De field agents worden ook ingezet in het kader van bronopsporing : onderzoek naar de oorsprong van de besmetting. In de voorbije weken werden in Gent 90 huisbezoeken gedaan in dat kader. Wekelijks ontvangt de Stad een verslag van de resultaten van die bronopsporing. Mede op basis daarvan wordt ons lokaal beleid bijgesteld.

Ook in Gent zelf worden de cijfers dagelijks bekeken, door medewerkers van Data-analyse en door medische experten. Ook op die manier wordt naar clusters gespeurd. Indien we effectief clusters ontdekken (of zelfs bepaalde opvallende tendensen), dan stemmen we de aanpak meteen af met het Vlaams niveau.

Conclusie: de beide werkingen, de lokale en de Vlaamse, zijn effectief complementair. Er is dagelijks communicatie en afstemming tussen de beide bestuursniveaus.

Tot slot nog een woordje uitleg over onze testcentra.

Toen we te horen kregen dat er nood was aan een extra testcentrum hebben we heel snel geschakeld. Door een fantastische samenwerking met de eerstelijnszone, de huisartsenvereniging en het AZ Jan Palfijn, was dat al op 17 augustus operationeel. De Universiteit Gent leverde studenten geneeskunde om de tests af te nemen; en ook ons eigen stadpersoneel werd ingezet.

Ik blijf dat straf vinden: toen de nood aan een tweede testcentrum opdook was er nog niks. We moesten van nul starten, we moesten op zoek naar een geschikte locatie – en na ongeveer een week stond er een testcentrum waar ongeveer 150   mensen per dag kunnen worden getest. Nog eens: chapeau voor de mensen die daar voor hebben gezorgd…

Op die manier konden we twee groepen mensen uit elkaar halen om het risico op besmetting te verkleinen. Het reeds gekende triage-centrum in Gentbrugge kon vanaf toen worden voorbehouden voor enkel mensen mét symptomen. Naar het nieuwe testcentrum gaan dan de mensen die geen symptomen hebben maar terugkomen uit een rode of oranje zone, en de mensen die gecontacteerd worden door het Vlaamse call center.

Sinds 17 august hebben we in het nieuwe testcentrum reeds 2266 testen afgenomen. Gemiddeld zitten we aan een testcapaciteit van 150 testen per dag.

Momenteel blijven de vragen binnen komen en zitten we alle dagen op onze maximum capaciteit . 

vr 11/09/2020 - 15:57