Nieuwe Gemeentewet, artikel 133, § 2, en 135, § 2
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 28
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 63, eerste lid.
Het nieuw Coronavirus COVID-19 is in verschillende landen opgedoken. Ook in België zijn er besmettingen en overlijdens geregistreerd.
Teneinde de verdere verspreiding van het virus te verhinderen met het oog op de beperking van de uiterste ernstige gevaren voor de volksgezondheid werden reeds diverse maatregelen genomen, zijnde :
- het advies van 10 maart 2020 van de ‘Risk Assessment Group’ waarin wetenschappelijke gebaseerde aanbevelingen worden geformuleerd;
- het advies van de federale regering van 10 maart 2020 om, als gevolg van deze criteria, indoor evenementen van meer dan 1000 personen te verbieden;
- de introductie van “social distancing”-maatregelen die door alle supranationale gezondheidsorganisaties ondersteund worden en in alle landen genomen worden;
- het Ministerieel Besluit van 13 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 13 maart 2020;
- het Ministerieel Besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie van de crisis coronavirus COVID-19, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 13 maart 2020.
De gemeenten hebben de specifieke opdracht te voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen.
Het behoort tot de taak en bevoegdheid van de gemeente tot het nemen van passende maatregelen om epidemieën, zoals de ernstige dreiging die het COVID-19-virus met zich meebrengt, te voorkomen.
De gemeenteoverheden kunnen dan ook op grond van deze algemene politiebevoegdheid maatregelen nemen om de openbare orde in de ruimste zin van het woord binnen de gemeente te verzekeren.
Op grond van de artikelen 133, § 2, juncto 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet is de burgemeester bevoegd voor de vrijwaring van de openbare orde (zijnde rust, veiligheid en gezondheid) op openbare en publiek toegankelijke plaatsen.
Teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 maximaal te beperken is het gelet op de ernstige huidige situatie noodzakelijk om de eerstkomende vergaderingen van de gemeenteraadscommissies en de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn in besloten zitting te laten doorgaan, wat concreet betekent dat geen publiek zal worden toegelaten.
Deze maatregel is gebaseerd op de criteria van belang voor de transmissie van infectieziekten, zijnde het aantal aanwezigen, de duur en intensiteit van het onderling contact en de beslotenheid van de ruimte.
Voornoemde vergaderingen zullen tot en met 31 maart 2020 derhalve doorgaan in besloten zitting, mits inachtname van voldoende afstand tussen de aanwezigen (minstens 1,5 meter).
De zittingen van de gemeenteraadscommissies en de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn zullen enkel doorgaan in besloten zitting waarbij de aanwezigheid van enig publiek niet is toegelaten, dit teneinde de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
Deze maatregel gaat met onmiddellijke ingang in en wordt opgelegd tot en met 31 maart 2020.
De aanwezigen op de zittingen vermeld in artikel 1 van dit besluit zullen een onderlinge voldoende afstand van minstens 1,5 meter in acht nemen.
Dit besluit zal worden bekendgemaakt zoals voorgeschreven in artikel 285 § 1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.