-
Midden 2016 kondigde het toenmalige stadsbestuur aan dat er een LEZ voor de Gentse binnenstad zou opgestart worden. Sinds 1 januari jl. is deze LEZ effectief van kracht, grosso modo voor het gebied binnen de kleine ring R40. De ingevoerde LEZ heeft tot doel de luchtkwaliteit in de dichtbebouwde, gesloten binnenstad te verbeteren, met name ook in de meer kwetsbare stadswijken.
Het nieuwe bestuursakkoord van de huidige coalitie bevat de volgende passage: “De LEZ wordt uitgebreid naar alle woongebieden binnen de R4, en zelfs naar het havengebied. We koppelen de invoering van de LEZ aan een pakket van begeleidende sociale maatregelen. Burgers zullen kunnen kiezen uit een breed pallet van compensaties onder de vorm van een mobiliteitsbudget, onder andere slooppremies, subsidies voor de elektrische fiets, autodelen, taxicheques of een openbaarvervoersabonnement.”
Tijdens de gemeenteraad van maandag 17 februari jl. werden voorstellen van de drie oppositiepartijen om de uitbreiding van de LEZ buiten de R40 niet uit te voeren door de Gentse meerderheidspartijen weggestemd. Tijdens de gemeenteraad van dinsdag 18 februari bleek dat de meerderheidspartijen niet op dezelfde lijn zaten: de ene partij stelde dat een uitbreiding van de LEZ afhankelijk was van een voorafgaandelijke evaluatie, de andere partij stelde dat dergelijke evaluatie geen voorwaarde was en dat de uitbreiding er hoe dan ook komt. Finaal communiceerde het college een mededeling dat de LEZ er deze legislatuur hoe dan ook komt, met voorafgaandelijk een studie over de modaliteiten (zonering, fasering, timing, flankerende maatregelen, enz.).
De nationale veiligheidsraad kondigde op 13 maart strenge maatregelen aan om de Covid-19 pandemie het hoofd te bieden. De Coronacrisis, waar wij nu nog middenin zitten, heeft de sociale en economische situatie ingrijpend veranderd. De werkloosheid in onze stad neemt toe. Het aantal vacatures daalt dramatisch. De armoede stijgt. Het beleid staat voor grote uitdagingen. Een doorgedreven en volgehouden relancebeleid moet nu de eerste prioriteit zijn. Toch blijft het stadsbestuur vasthouden aan de uitbreiding van de LEZ.
Op 4 september keurde het schepencollege het bestek goed voor een “uitbreidingsstudie Lage emissiezone-Gent”. De studie moet afgerond zijn tegen 30 april 2021. In deze overheidsopdracht bevestigen ze expliciet hun voornemen om de LEZ nog deze legislatuur te vergroten.
Bron: bestek van de overheidsopdracht van diensten - uitbreidingsstudie lage-emissiezone Gent - DMK/2020/10,
"De studie behelst het in kaart brengen van de gebieden, wijken of andere uitbreidingsstrategieën in het studiegebied die in overweging genomen kunnen worden voor uitbreiding, op basis van de te verwachten gemodelleerde luchtkwaliteitseffecten en rekening houdend met de bevolkingsdichtheid, aanwezigheid bedrijven, mobiliteit, leesbaarheid en praktische uitwerking. Deze studie moet de Stad Gent adviseren om binnen het gebied van de R4, die wijken of deelgebieden te kunnen identificeren die - gefaseerd – als geschikt uitbreidingsgebied gekenmerkt kunnen worden.
Aanbevelingen naar timing van de fasering van een uitbreiding naar bepaalde (deel)gebieden behoren tot deze opdracht. De studie dient eveneens advies te geven over de uitrol van flankerend beleid dit o.a. gebaseerd op de socio-economische evaluatie, de evaluatie van de communicatie en het huidige flankerend beleid die parallel zullen worden uitgevoerd met deze studie."
"Een gefaseerde uitbreiding van de huidige lage-emissiezone (LEZ) van Gent naar een groter gebied zal deze legislatuur (2018-2024) plaatsvinden."
Wij stellen ons ernstige vragen over de effectiviteit en proportionaliteit van de door het college voorgenomen uitbreiding van de LEZ. Staan de lasten wel in verhouding tot de winst aan luchtkwaliteit? Kunnen wij de luchtkwaliteit niet met andere maatregelen verbeteren?
1. Wat is de motivatie om de studie voor de uitbreiding van de LEZ in volle crisisperiode toch te bestellen?
2. Hoe verantwoordt het stadsbestuur deze uitbreiding, los van gegevens over de correcte verhouding tussen de effectiviteit en de proportionaliteit van deze ingrijpende maatregel?