De Grondwet, artikel 170;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op de pompen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2019.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor de pompen die voor het bedelen van brandstof voor motorvoertuigen geplaatst zijn palende aan of op de openbare weg of op privaat terrein indien deze voor het publiek toegankelijk zijn.
Deze inrichtingen wordt belast vanwege het verhoogd milieurisico bij bewaren en verplaatsen van gevaarlijke stoffen dat zij inhouden. De brandstofslangen van deze stoffen – waarbij een tijdelijke koppeling gemaakt wordt en zich dus meer risico op morsen voordoet – verhogen het risico dat deze stoffen zich ongewenst in de natuur verspreiden.
Het is verantwoord een bijkomende belasting te vragen van de uitbaters van deze installaties, om de preventieve (bvb milieutoezicht) en reactieve (bvb brandweer) kosten mee te dekken.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de pompen. Hij is immers degene die beslist tot de noodzaak van opslagplaatsen en verdeelslangen, en die er bij de exploitatie van de vestiging de vruchten van plukt.
De belasting wordt in eerste instantie gevestigd op basis van de aanwezige brandstofslangen.
Vanuit een stimulering van duurzame stedelijke leefbaarheid en minder uitstoot van schadelijke stoffen, in lijn met de klimaatdoelstellingen die de stad voor zichzelf heeft gesteld, is het verantwoord bijkomend een differentiatie toe te passen op basis van de aard van de brandstof die via de slang bedeeld wordt.
Diesel heeft door de uitstoot van CO2 (2,64T/1000l volgens https://www.lne.be/sites/default/files/CO2-meter.html) en kleine stofdeeltjes bij verbranding de grootste impact op de nabije (lokale) omgeving en kan daarom in de hoogste tariefcategorie ingedeeld worden. Benzine heeft een iets lagere CO2 uitstoot per liter (2,42T/1000l volgens https://www.lne.be/sites/default/files/CO2-meter.html) en is minder schadelijk wat kleine stofdeeltjes betreft, zodat hier in een lager tarief kan worden voorzien. Voor aardgas en LPG (0,002T/m³ en 1,61T/1000l volgens https://www.lne.be/sites/default/files/CO2-meter.html), die in een nog schonere verbranding met lagere CO2-uitstoot resulteren, kan het laagste tarief voorzien worden.
De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats | 7360500 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | 352.870 |
| 2021 | |
| 2022 | |
| 2023 | |
| 2024 | |
| 2025 | |
| Totaal | 352.870 |