De Grondwet, artikel 170;
De belasting op lijkbezorging voor de aanslagjaren 2014-2019 werd in zitting van 18 december 2013 door de gemeenteraad goedgekeurd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor begraving, verstrooiing of plaatsen van een urne, opgraven van stoffelijke overschotten of openen van grafkelders, en een tweede controle van de doodsoorzaak. Er wordt een bijdrage gevraagd van degene die deze prestaties aanvraagt.
De tarieven staan in overeenstemming met de geleverde inspanningen. Voor de opgravingen is in een gedifferentieerd tarief voorzien gezien het verschil in arbeidsintensiteit en de hygiënische omstandigheden bij de opgraving of opening van de verschillende wijzen van bewaring van het stoffelijk overschot.
Zo is de ontgraving van een kist duidelijk zwaarder en risicovoller dan van een urne. Kisten van kinderen zijn dan weer kleiner en kunnen daardoor minder belast worden dan een gewone kist.
Bij de grafkelders wordt een onderscheid gemaakt tussen een bovengrondse en een ondergrondse grafkelder.
Er wordt vrijstelling verleend voor die categorieën die uitdrukkelijk bepaald zijn in het decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging: de eigen inwoners van de Stad.
In dezelfde geest van het decreet voegt de Stad Gent daar de personen aan toe die bij hun overlijden met het oog op verzorging in een instelling voor bejaarden of bij familie verbleven, voor zover zij in Gent woonden voor zij naar die instelling of familie zijn verhuisd. Het gaat om Gentenaars, waarvan niet kan gesteld worden dat zij vrijwillig de keuze hebben gemaakt om buiten Gent te verhuizen.
Oorlogsslachtoffers die in dienst van het vaderland zijn gestorven worden al jaren vrijgesteld in deze belasting (zowel begraving als opgraving). Het betreft een eerbetoon aan wie het leven geeft voor het land.
Begravingen in een in concessie gegeven graf zijn eveneens vrijgesteld, het bestuur is hier van mening dat de grafconcessie ook de begraafkosten kan dekken.
Wat de opgravingen betreft, is het verantwoord een vrijstelling te voorzien voor opgravingen op bevel van een rechtelijke overheid of ingevolge een bestuurlijke maatregel. De potentiele belastingplichtige die de aanvraag verricht, doet dat in dergelijk geval immers niet uit eigen beweging.
De Dienst Burgerzaken is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Burgerzaken | Burgerzaken |
| Budgetplaats | 7331100 | 7331400 |
| Categorie* | ||
| Subsidiecode | ||
| 2020 | 29.984 | 65.736 |
| 2021 | 30.494 | 66.853 |
| 2022 | 31.012 | 67.990 |
| 2023 | 31.540 | 69.146 |
| 2024 | 32.076 | 70.321 |
| 2025 | 32.621 | 71.517 |
| Totaal | 187.727 | 411.563 |