De outdoorsportclubs merken dit seizoen, mede door corona, een heel grote toeloop van leden. Onze voetbalclubs zitten al vol en ik weet dat er nu ook al bij atletiekclubs en andere sporten een stop wordt gezet op het aantal leden. Ook de cursussen voor kinderen van de sportdienst zijn ongeveer allemaal volzet. Als stad kunnen we alleen maar toejuichen dat meer kinderen willen sporten aangezien dat voldoende bewegen een essentieel deel is van een gezonde opvoeding.
De toeloop bij sportclubs is al een tijdje bezig. Een evolutie die in de hand wordt gewerkt door de gestage bevolkingstoename. Heel wat clubs kampen vandaag dan ook met wachtlijsten. De meeste van die sportclubs willen wel een antwoord bieden op de vraag naar bijkomende plekken. Maar kunnen dat niet door een tekort aan ruimte (te weinig terreinen, sporthallen die vol zitten, zwembaden die hun maximumcapaciteit bereikt hebben) of een tekort aan trainers. Ook vrijwilligers vinden gaat steeds moeizamer.
Er bestaat niet zoiets als een quick-fix voor dit probleem. Zoals aangegeven in de beleidsnota willen we 2 sporen bewandelen:
Wat infrastructuur betreft:
De druk op de ruimte is groot, niet alleen sport heeft nood aan bijkomende ruimte maar ook heel wat andere sectoren. Onbeperkt bijkomende sportinfrastructuur realiseren kan om die reden niet. Vandaar dat we denken dat we in de allereerste plaats de bestaande infrastructuur slim moeten gebruiken. Slim betekent efficiënt en gedeeld. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan schoolinfrastructuur die tijdens of na de lesuren vrijstaat, of scholen die infrastructuur bijbouwen voor hun studenten en personeelsleden. Dat kan leiden tot efficiënter gebruik van bestaande schoolinfrastructuur en op termijn tot de bouw van multifunctionele sportinfrastructuur die inzetbaar is voor schools en naschools gebruik. Maar evenzeer denk ook aan de realisatie van kunstgrasvelden, waardoor eenzelfde terrein veel meer kan bespeeld worden of het voorzien van bijkomende kleedkamers en douches.
Daarnaast zal het hoe dan ook nodig blijven om te investeren in bijkomende sportinfrastructuur. En je hebt gemerkt in de beleidsnota dat er een groot pakket aan investeringen in de pipeline zit. Alles samen goed voor bijna 50 miljoen € voor de jaren 2020 t.e.m. 2025.
Een 2e spoor heeft betrekking op het vinden van trainers en vrijwilligers. Sommige sportclubs halen ook een tekort aan (gekwalificeerde) trainers aan waardoor ze geen bijkomende sporters meer kunnen aanvaarden.
Wij ondersteunen de clubs hierbij door:
- het bekendmaken van diverse aanbieders van allerlei sporttechnische opleidingen (voornamelijk van de VTS) en sportmanagement-vormingen (bv. van Dynamo project), zoals vrijwilligersbeleid (bv het zoeken, aanwerven en behouden van vrijwilligers-trainers )
- het zelf organiseren van een basisopleiding Gentse trainers, die door de laagdrempeligheid kan helpen om sommige leden als trainer te kunnen laten beginnen binnen de eigen club
- binnenkort willen we een gepersonaliseerde vorming aanbieden aan de sportclubs m.b.t. het vinden en omgaan met vrijwilligers, ism Dynamo Project of andere externe gespecialiseerde partners
Wat tenslotte jouw vraag betreft naar een bijkomend aanbod:
De Sportdienst beschikt al over een zeer ruim aanbod aan sportkampen, tennis- en zwemlessen, beweeg- en fietslessen, sportcursussen, zomersport e.d.m. Beperkende factor is ook hier de beschikbare infrastructuur om een kwaliteitsvol aanbod te voorzien. Maar dat neemt niet weg dat we jaar na jaar ons aanbod verder uitbreiden. Daarnaast realiseren we ook een bijkomend aanbod in de wijken via onze buurtsportpartners. Voor de vakantie werden hiertoe al de convenanten met vzw Voetbal in de stad en vzw Sportaround ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. Straks bespreken we eveneens het convenant met VZW Jong.
wo 23/09/2020 - 10:33