De gemeenteraad keurde op 18 december 2019 het reglement 'belasting op onbebouwde bouwgronden en kavels' goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
In het belastingreglement wordt in artikel 2 een omschrijving gegeven van de 'houders van het zakelijk recht', met de bedoeling deze in artikel 4 als belastingplichtige aan te duiden. In bepaalde gevallen is immers niet de eigenaar, maar wel de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachter degene die het belastbaar feit kan doen ophouden en dus degene van wie de belasting wordt gevraagd. Dit wordt ook uiteengezet in de motivering van het gemeenteraadsbesluit.
Door een materiële vergissing bevat artikel 4 geen verwijzing naar deze zakelijke rechten, maar wordt nog steeds 'de eigenaar' als belastingplichtige bepaald.
Een belastingreglement dient duidelijk te zijn, en de bepaling dient dan ook te worden aangepast in overeenstemming met de motivering van het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019:
"De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar houder is van het zakelijk recht van de onbebouwde bouwgrond of kavel."
De wijziging zal van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2020, nu de belasting een directe belasting is waarvoor het belastingreglement tot 31 december 2020 rechtsgeldig kan worden gestemd.
De Dienst Belastingen is belast met de uitvoering van het reglement.
Wijzigt artikel 4 van het reglement 'Belasting op onbebouwde bouwgronden en kavels' als volgt:
In de eerste zin worden de woorden 'eigenaar is' vervangen door 'houder is van het zakelijk recht'.
De wijziging treedt in werking op 1 januari 2020.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Belasting op onbebouwde bouwgronden en kavels' zoals gevoegd in bijlage.