-
De Stad Gent beschikt over een verkorte aanvraagprocedure voor pop-up-horecazaken (zie https://stad.gent/nl/ondernemen/vergunningen-en-regelgeving-voor-ondernemers/horeca/vergunningen-nodig-voor-een-pop-horecazaak). Dergelijke zaken zijn vrijgesteld van het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Tegelijk kan een dergelijke pop-up zaak slechts 4 periodes van 30 dagen per jaar – eventueel aaneengesloten – open zijn. Andere geldende regels blijven uiteraard ook van toepassing (inschrijving KBO, verzekering, brandveiligheid, …).
Begin augustus kondigde de schepen aan dat er nog nooit zoveel pop-up-horecazaken – of zomerbars – vergund waren geweest, een dertigtal. Dat is op zich mooi, maar pop-upzaken zorgden jammer genoeg soms ook voor (geluids)overlast voor buren en buurtbewoners. Vier maanden per jaar plots een horecazaak in de buurt kan voor bewoners als belastend ervaren worden, zeker als het om een jaarlijks terugkerend initiatief gaat.
Vandaar mijn vragen:
Staat u mij toe deze vragen samen te beantwoorden.
Eerst en vooral is het belangrijk om te weten dat de pop-up regelgeving strikt juridisch gezien een stedenbouwkundige vrijstelling van omgevingsvergunning is in het Gentse Algemeen Bouwreglement. Een vrijstelling die letterlijk overgenomen is uit de stedenbouwkundige regelgeving op Vlaams niveau. Een evaluatie van het pop-up regelgeving zal dus eerder door de Dienst Stedenbouw worden getrokken, uiteraard met input van de Dienst Economie en de horecacoaches.
Pop-ups zijn in Gent al toegestaan sinds 2013 vanuit de motivatie dat ze tijdelijk van aard zijn en vaak niet langer bestaan dan enkele weken. Ze hebben veelal een positieve impact op hun omgeving en de aantrekking van Stad Gent in het algemeen. Ze beperken de leegstand en de overlast die hiermee gepaard kan gaan (graffiti, wildplak, krakers,…). Ze creëren een dynamiek in het ondernemerslandschap en ze laten toe een bepaald idee of merk sneller op de markt te laten komen.
Voor de ondernemer zijn pop-ups vooral interessant omwille van de lagere kosten en het beperkte ondernemingsrisico. Tegelijk wordt vaak een hype of buzz ontwikkeld in de aanloop naar de opening en daarna, waardoor het gevoel ontstaat ‘dat men erbij moet geweest zijn’ waardoor de pop-ups ook relatief rendabel zijn. Pop-ups worden ook vaak door ondernemers gebruikt om een nieuw concept of een nieuwe locatie uit te testen alvorens zich al dan niet definitief te vestigen op de locatie via een omgevingsvergunning.
Indien iemand een pop-up horecazaak wil opstarten is het aangeraden en zelfs noodzakelijk om als uitbater vooraf contact op te nemen met de balie Bouwen om te controleren of de geplande bestemming, horeca, niet strijdig is met de bepalingen in de plannen van aanleg (BPA) of ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). Indien een buurtbewoner vaststelt dat een pop-up horecazaak wordt geopend op een locatie die strijdig is met een BPA of een RUP, dan kan daartegen bezwaar worden ingediend.
it geldt ook wanneer in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen de functie horeca expliciet is uitgesloten via bijzondere voorwaarde. Dan geldt de vrijstelling immers niet en kan een buurtbewoner daartegen bezwaar indienen. De vrijstelling van omgevingsvergunning is dus zeker niet absoluut.
Daarnaast moet de pop-up horeca uitbater uiteraard ook alle andere relevante horeca regelgeving respecteren. De horecacoaches van de dienst Preventie voor Veiligheid werken preventief, sensibiliserend en bemiddelend met betrekking tot leefbaarheidsproblemen die gepaard gaan met horeca.
Niet alleen naar overlast is deze gelijke behandeling met reguliere horeca belangrijk, maar ook naar het level playing field. Het is uiteraard niet de bedoeling dat pop-uphoreca enkel de lusten dragen, maar ook de lasten. Dit zou niet eerlijk zijn t.o.v. vaste horecazaken die zwaar investeren om met alles in orde te zijn.
Elke horecazaak, ook een pop-up, moet beschikken over een attest dat wordt afgeleverd door de Horecacoach: het zogenaamde horeca-attest. Dit gaat gepaard met een bezoek aan de locatie en advies op maat met oog op het beperken van de hinder voor de buurt. Daarnaast ondertekent elke nieuwe uitbater de overlastafspraak waarin hij of zij aangeeft de zaak uit te baten als goede huisvader/huismoeder. De overlastafspraak verwijst nogmaals naar de geldende regelgeving in Gent en wordt geduid door de Horecacoach.
De horecacoaches hebben een breed netwerk opgebouwd en krijgen signalen van hinder binnen via andere stadsdiensten, politie, uitbaters en burgers. Deze signalen worden steeds opgepikt met het oog op het herstellen van het evenwicht tussen horeca en wonen in de stad.
De aanpak van de hinder verschilt per situatie en is steeds op maat. Dit kan gaan van een sensibiliserend plaats bezoek tot bemiddeling en indien nodig de vraag tot controle om de hinder maximaal te objectiveren. Complexe dossiers worden besproken op het horeca-overleg in het bijzijn van onder meer dienst Toezicht, de Juridische dienst, lokale politie en de kabinetten van de Burgemeester, schepen Bracke en schepen Heyse. In samenspraak met de verschillende partners wordt daar een lijn van aanpak bepaald.
do 12/11/2020 - 09:40