Elk kind en elke jongere heeft recht op onderwijs. Zelfs in normale omstandigheden is het een uitdaging om dat leerrecht voor sommige kinderen en jongeren te garanderen. Hiervoor liggen diverse redenen aan de oorsprong: jongeren zijn schoolmoe of zitten niet in het gepaste leertraject, moeilijke thuissituaties kunnen zorgen voor kopzorgen en mogelijks psychische problemen bij de kinderen en jongeren, armoede verhindert dat ouders mentale ruimte hebben om de schoolloopbaan van hun kinderen op te volgen, enzovoort.
De huidige coronacrisis stelt scholen voor enkele bijkomende hindernissen om alle leerlingen mee te hebben. Ook zijn er zorgen over de leerachterstanden die leerlingen opliepen de afgelopen maanden en hoe daarmee zal omgegaan worden volgend schooljaar.
Het iCLB speelt, naast de scholen, een grote rol in het garanderen van het leerrecht en het bereiken van alle kinderen en jongeren. Wat zijn hun ervaringen en bevindingen in deze crisis? Wat neemt u als schepen hiervan mee naar uw toekomstig beleid?
1. Hoe is de situatie in het Gentse stadsonderwijs ? Heeft u weet van klachten van directeurs, leraars en ouders ?
Directeurs zitten inderdaad op hun tandvlees, ik heb dat de afgelopen weken heel hard gemerkt en ook gesignaleerd aan zij die het moesten weten. Het feit dat we nu weten hoe het zit tot het einde van het schooljaar, wat voor wel een klein beetje rust zorgt. Het wijzigen van de richtlijnen telkens erg kort op elkaar, de driedubbele opdracht aan de scholen (noodopvang, lesgeven en preteaching), het kunnen inschatten of de school veilig is of niet in samenwerking met de preventieadviseur… zorgde voor heel veel frustratie, want er kwam heel veel op hun schouders terecht.
Er speelt ook bezorgdheid zowel bij leerkrachten en ouders over de veiligheid. Maar heel belangrijk is daar correcte informatie. We zien dat scholen alles gedaan hebben om ouders juist te informeren om te bewijzen dat als ze hun kinderen naar school sturen, dat het dan echt wel veilig is.
Van ouders krijgen we heel uiteenlopende reacties: hangt af van hoe ze er zelf naar kijken. Er zijn ouders die heel blij zijn dat hun kinderen terug naar school kunnen, er zijn er andere die bezorgd zijn over de veiligheid, de praktische mogelijkheid om alles te organiseren voor de scholen, ouders die vinden dat het voor hen niet meer hoefde en bezorgd zijn over de gezondheid. Anderzijds horen we af en toe een vraag waarom hun kinderen niet meer dagen naar school kunnen. Het hangt af van school tot school en gezin tot gezin, hoe de scholen de puzzel gelegd hebben. De minister heeft die autonomie aan de scholen gelaten, en dat begrijp ik, want de situatie in de ene school is de situatie in een andere school niet. Tegelijk ga ik ook niet verstoppen dat ik dat toch een beetje lastig vind. Je zal als ouder maar kinderen hebben in drie verschillende scholen, met drie totaal verschillende regelingen. Dat is voor ouders geen evidente puzzel. Ook als werkgever, als de kinderen van bepaalde personeelsleden wel al en de kinderen van andere personeelsleden nog niet naar school kunnen, hoe kan je jou dan organiseren als bedrijf? Misschien moeten we ons hier toch even over beraden, of er vanuit Brussel er toch wat meer lijn in brengen, en bijvoorbeeld afhangen van de context op de school zijn er twee à drie verschillende scenario’s, in de plaats van het helemaal open te laten.
2. Kan de Stad, los van de financiële steun, hier op één of andere manier aan tegemoet komen ?
Ik geloof heel hard dat wat de stad doet, dat dit deel uitmaakt van de lokale context. De minister heeft aan scholen de boodschap gegeven dat ze bijvoorbeeld om de noodopvang te kunnen organiseren, kunnen aankloppen bij de lokale besturen. Dit was geen verplichting voor de lokale besturen, maar wel een mogelijkheid. Ik wil hier vooraf al even meegeven dat er gemeenten zijn waar – als scholen hen opbellen – niemand de telefoon opnam. Waar de gemeente aangaf hun handen vol te hebben.
Maar Gent zou Gent niet zijn als wij hier niet gezegd zouden hebben te gaan kijken wat we kunnen doen. We kunnen daarbij ook de vruchten plukken van investeringen die we al jarenlang gedaan hebben in brugfiguren, in brede schoolwerking en sinds een aantal jaren ook in het Onderwijscentrum Gent. Die mensen hebben echt heel veel werk verricht de laatste weken om de scholen te kunnen helpen.
We stelden een relanceplan met 3 fasen op.
Daarnaast zijn er ook scholen die nood hebben aan extra helpende handen om alles georganiseerd te krijgen, en is hiertoe op zoek naar extra personeelsinzet of vrijwilligers. Dit gaat om een groot budget, maar waarmee we wel het verschilgemaakt hebben. Ik kan u meegeven dat we intussen voor 61 scholen zo’n 150 medewerkers kunnen vinden. Daar zitten vrijwilligers bij, Gentenaars die zich spontaan via het vrijwilligerspunt hebben aangemeld, maar ook kinderbegeleiders, betaalde krachten. We hebben vanuit de Stad alles in het werk gesteld om alle vragen die we gekregen hebben proberen te beantwoorden hebben.
Ik ben er zeker van dat we op die manier over de netten heen een groot verschil hebben kunnen maken.
We hebben zoals jullie weten ook laptops uitgeleend aan de kinderen van het basisonderwijs. Ik kan vandaag de definitieve cijfers daarover meegeven, met grote dank aan Digipols: in het totaal werden 787 toestellen verdeeld naar 56 basisscholen, toch ook een mooie prestatie.
Collega’s, we kunnen terugblikken op een bewogen periode. En er komt nog veel werk, want we zijn momenteel al druk bezig met de voorbereiding van fase 3 voor, namelijk de zomervakantie en de heropstart vanaf september. Maar collega’s, ik denk dat we vandaag heel tevreden kunnen zijn. Ik ben alvast heel fier op mijn mensen, op de mensen van het departement Onderwijs en van het Onderwijscentrum, voor het vele werk dat ze de laatste periode verricht hebben.
3. Hoeveel scholen zijn er volledig opengegaan, hoeveel gedeeltelijk en zijn er scholen die verder het regime van noodopvang hanteren ?
In het stedelijk onderwijs is er een heel grote variatie tussen de scholen. Er zijn drie basisscholen die volledig zijn, en dus elke dag alle leerlingen ontvangen en dit kunnen doen met respect voor alle maatregelen . En dat is een uitzonderlijk. Die maatregelen vragen toch wel heel veel. Het belangrijkste is het feit dat leerlingen in hun contactbubbel moeten blijven, ook tijdens de speeltijd, de maaltijden, .... Scholen moeten over voldoende wasbekkens beschikken, over plaats op de speelplaats, voldoende toiletten, klassen en vierkante meters, … Dat stelt scholen toch voor een heel grote uitdaging. Dat is meestal de reden waarom scholen met halve dagen werken. Of veel basisscholen laten de leerlingen vier dagen per week komen.
In de secundaire scholen merk ik dat elke school hun uiterste vest doen om alle leerlingen naar school te laten komen. Er geen enkele stedelijke school is die de boodschap gegeven heeft dat ze de leerlingen dit schooljaar niet meer gaan ontvangen.
Ook bij het buitengewoon onderwijs zien we dezelfde diversiteit in de schoolorganisatie. Elke school tracht om de leerlingen maximaal naar school te halen. Minimaal lukt dat twee dagen per week, de meeste groepen komen 4 dagen per week. Bijkomend is ervoor gekozen om sommige leerlingen op individuele basis te begeleiden in hun traject richting einde schooljaar.
De secundaire scholen leggen zoals de richtlijnen voorschrijven een focus op de laatstejaarsleerlingen, en bij uitbreiding op de andere leerjaren.
Secundair school:
2A: halve dag/week
2B: 2 halve dagen/week
1 A en 1B: terugkomdag
Naast de lesdagen worden leerlingen die dreigen af te haken ook op andere dagen in de noodopvang uitgenodigd, in deze school gaat dat over een 50-tal leerlingen.
Secundair school:
1ste jaars: elk 2 dagen/week halve dag
2de jaars: 1 dag/week
3de jaars: 1 dag/week
4de jaars: 1 dag/week
5de jaars: 1 dag/week
6de jaars: zitten in groepen, die afwisselen een week 1 dag per week en een week 2 dagen per week op school les krijgen.
Daarnaast kunnen leerlingen ook terecht in de begeleide studie en houdt de school de woensdagvoormiddag vrij voor individuele remediëring van leerlingen met wat achterstand.
Secundair school:
6de jaars en 4de jaars: 1 dag per week
Deze week zijn ook de 3de jaars en 5de jaars gestart met 1 dag per week
Secundair Kunstinstituut:
4de, 6de en 7de jaars twee dagen per week naar school.
Voor de 3de jaars en 5de jaars wordt er een terugkomdag georganiseerd.
De noodopvang is er toegankelijk voor iedereen, maar bereikt minder dan 10 leerlingen per week.
Secundair school:
6de jaars en 7de jaars: 2 volledige dagen
4de TSO: 2 volledige dagen
4de BSO: 2 halve dagen/week
Voor de 3de jaars en 5de jaars wordt een afsluit-dag georganiseerd.
Hier blijkt geen vraag te bestaan naar noodopvang.
Secundair school:
2 de jaars : 2 halve dagen per week les op school
1ste jaars : halve afsluit-dag
OKAN-leerlingen komen verspreid 3 tot 5 keer per week een halve dag les volgen op school.
De vervolgschoolcoaches voorzien ook bijwerkles voor ex-OKAN leerlingen.
Secundair school:
Oorspronkelijke focus op jongeren die in aanmerking komen voor het behalen op 30 juni van een (studie)getuigschrift 2de Graad, 3de Graad of Diploma (1 dag per week).
Vorige week ook leerlingen die deelcertificaat konden halen.
Vanaf deze week worden alle leerlingen verwacht.
Secundair school:
Secundair school:
Secundair school:
4. Wordt de regel van verplicht mondmasker in het secundair onderwijs goed nageleefd?
Ja, de scholen geven aan dat deze regel inderdaad goed wordt nageleefd.
Leerlingen zorgen ervoor dat ze zelf een mondmasker mee hebben. Indien dat niet het geval is, bezorgt de school hen een mondmasker.
Bij jongere leerlingen is het moeilijker om hen het belang van de richtlijnen duidelijk te maken. Scholen geven aan regelmatig opmerkingen te geven, niet noodzakelijk over de mondmaskers, maar vooral de verplichte social distancing is het moeilijkste na te leven.
ma 15/06/2020 - 08:48Ik wil ook op mijn beurt mijn appreciatie uitdrukken voor de mensen in het veld die de afgelopen weken heel veel hebben gedaan, in het bijzonder voor de zeer kwetsbare leerlingen.
Als het goed is, mevrouw de voorzitter, zou ik graag even kort het woord geven aan mevrouw Vera Van Heule, directeur van het Interstedelijk clb. Het clb heeft van de minister immers de opdracht gekregen om als scholen met leerlingen het contact met leerlingen verliezen, dat het clb daar dan een rol op te nemen hebben. Mevrouw van Heule kan een zicht geven over wat ze op het terrein merken.
Samen met de collega’s van het clb hebben we inderdaad besproken hoe de impact van de huidige situatie op het leerrecht van leerlingen is.
Eerst en vooral is er een zeer grote appreciatie van de clb-medewerkers voor de vele inspanningen van de leerkrachten en begeleiders op school, om alles georganiseerd te krijgen en om alle leerlingen te bereiken, bij de les te houden en terug naar school te halen. De inspanningen vanuit de scholen zijn echt ongezien, en ook de brugfiguren zijn een heel reële hulp. Voor de mensen van het clb is dat een grote hulp om ons werk naar behoren te kunnen doen.
In de preteachingfase hebben scholen nauwgezet bijgehouden welke leerlingen ze bereiken en welke niet. Ze hebben ook zo goed mogelijk de leerlingen ondersteund en de afhakers zijn zeer intens benaderd, in samenwerking met het clb.
Tijdens deze periode zijn we heel tevreden dat we goed betrokken worden bij cases waarvan we denken dat het leerrecht bedreigd wordt. De scholen doen goede eerste inspanningen en vanuit de school betrekken ze dan ook de clb-medewerkers. Clb medewerkers betrekt dat ook netwerkpartners, vb. het steunpunt leerrecht leerplicht. Het clb heeft ook grote inspanningen gedaan om leerlingen naar de noodopvang toe te leiden.
Een tweede punt is een grote bezorgdheid vanuit de clb’s ten aanzien van meer kwetsbare kinderen. In sommige gevallen is het ook verantwoord, v.b. gezinnen waar een gezinslid kanker heeft, … Daar kan je wel bedenken dat die ouders hun kinderen niet graag naar school sturen, ondanks het feit dat de scholen en noodopvang veilig is. Maar we zien dan dat er inspanningen gedaan worden om kinderen ook op andere manieren te bereiken om ook hen toch ten minste leermateriaal mee te geven. Soms zijn er ook culturele zaken zijn die meespelen, waardoor ze echt vanuit een bezorgdheid de kinderen liever thuis houden, niet omdat ze hun kinderen niet naar school willen sturen.
We merken als clb dat het toch wel soms zeer moeilijk is om complexe boodschappen over te brengen, zowel aan anderstaligen maar ook aan Nederlandstaligen. Communicatie van verschillende overheden niet altijd even transparant is… De taal blijft toch een drempel. Maar ook hiervoor worden heel veel inspanningen geleverd.
We merken dat scholen die een stevig beleid rond de basiszorg uitgebouwd hebben, dat dat de uitdagingen makkelijker op te vangen zijn. Maar we merken ook dat we moeten blijven sommige scholen moeten blijven aanklampen, verstaanbaar want ze hebben vele katten te geselen. Maar de moeten ons soms opdringen, maar we blijven er verder op in te zetten om blijvend moeite te doen om iedereen te bereiken.
We hebben ook onze artsen extra ingezet. Onze clb-arts wordt nu ook veel meer bevraagd door ongeruste leerkrachten, directeurs of ouders. We moeten ons geen illusies maken, sommige mensen worden meer gerustgesteld als een arts betrokken wordt. Er blijft wel ongerustheid en daar is niet altijd een reden voor, maar anderen zijn hier wel mee geholpen.
Een laatste aandachtspunt is de toegenomen kloof tussen leerlingen die het vroeger al wat moeilijker hadden, door afstandsonderwijs en niet altijd terug kunnen aanpikken op school, en leerlingen die het hier minder moeilijk mee hebben, die kloof zien we vergroten. De toevloed is al gestart, met vragen om bijkomende individuele ondersteuning te vragen. Maar de middelen van de ondersteuningsteams zullen echter niet volstaan om al die vragen te beantwoorden. We denken dat de scholen zullen daar structureel een aanpassing moeten doen om dat zelf deels te kunnen beantwoorden. We kunnen niet alles doorsturen van basiszorg naar individuele hulp. Hoe dit zal gebeuren, dat zal nog een serieuze uitdaging zijn. We weten nog niet goed welke uitdagingen volgend jaar voor de scholen zal brengen. Maar hier zal zeker bij de scholen een bijkomende uitdaging liggen.
ma 15/06/2020 - 08:51