-
Het stedelijk onderwijs kent een grote diversiteit aan leerlingen, waaronder ook hoogbegaafde kinderen. Hoogbegaafd zijn is als kind of jongere niet altijd even makkelijk. Ook ouders en leerkrachten zien zich wel vaker voor specifieke uitdagingen gesteld. Die uitdagingen voor het kind/de jongere of zijn/haar omgeving kunnen zich situeren op verschillende vlakken: sociale omgang, psychologisch, medisch, enz. In sommige gevallen is de impact op het leven van de kinderen of jongeren heel ernstig en lijkt de hoogbegaafdheid misschien soms zelfs eerder een vloek dan een zegen.
Op de stedelijke website wordt aan de thematiek van hoogbegaafdheid de nodige aandacht besteed (zie vb. https://stad.gent/nl/onderwijs-kinderopvang/pedagogische-begeleiding-stedelijk-onderwijs-gent/basisonderwijs/teamaanbod/hoogbegaafde-leerlingen en https://stad.gent/nl/onderwijs-kinderopvang/pedagogische-begeleiding-stedelijk-onderwijs-gent/basisonderwijs/teamaanbod/hoogbegaafde-leerlingen).
Graag had ik de schepen hierover volgende vragen gesteld:
Dank u wel, mevrouw Van Renterghem, voor de vraag. Gelukkig is er inderdaad een werking specifiek met het oog op de goede ondersteuning van hoogbegaafde kinderen ook in het stedelijke onderwijs. Ik zeg gelukkig, want dat is niet altijd zo geweest. Maar dat is al sinds mijn voorganger collega Coddens veranderd.
Sinds 2006 werd er een werkgroep opgericht om te focussen op dit thema. Zij zijn toen begonnen met een bevraging. Ze hebben gevraagd aan alle scholen of men zich bewust was dat er mogelijks kinderen die hoogbegaafd zijn daar les volgen en te pijlen naar welke acties zij ondernamen. De enquête maakte duidelijk dat er bijzonder weinig aandacht voor was. Dit resultaat bleek in lijn te liggen met de situatie in Vlaanderen. Er was hier weinig bewustwording rond.
Pas als er problemen waren met leerlingen en er contact was met het CLB werd er misschien iets opgestart van extra ondersteuning. Ik denk d at men daar niet echt actief mee aan de slag ging en dat men ook niet actief opzoek ging naar deze leerlingen.
Maar deze situatie is gelukkig veranderd. Er is een pedagogisch begeleider aangetrokken, die de opdracht kreeg om rond dit thema te werken. Om ervoor te zorgen dat extra aandacht ook ging naar deze leerlingen.
Het is belangrijk om mee te geven dat gekaderd wordt in een breed verhaal van differentiatie. We kijken naar onze leerlingen en willen differentiëren, zowel zij die extra ondersteuning nodig hebben omwille van een leerproblematiek, gedragsproblemen, een moeilijke thuissituatie. Maar evengoed diegene die ook extra aandacht nodig hebben omwille dat zij beter tot zelfs veel beter presteren omwille van bijvoorbeeld hoogbegaafdheid. Want het is al gebleken uit onderzoek dat ook die kinderen extra ondersteuning nodig hebben, zij het dan andere hulp. Om ervoor te zorgen dat zij blijvend uitgedaagd worden en ze zich niet moeten vervelen op school wat ook kan leiden tot demotivatie. Waardoor hoogbegaafde leerlingen ook slechte schoolresultaten kunnen halen als je daar niet op de juiste manier mee omgaat.
In 2007, bij de start , lag de focus vooral op het sensibiliseren. Het thema was veel te weinig gekend. Anno 2020 is de situatie gelukkig anders: en zitten we in een breed verhaal van differentiëren, ook met aandacht voor die hoogbegaafde leerlingen.
Er is bijvoorbeeld een opleidingsmodule van de pedagogische begeleidingsdienst met de naam “differentiëren met aandacht voor hoogbegaafde leerlingen” Men is er vandaag de dag binnen onze pedagogische begeleidingsdiensten en scholen dus nog steeds mee in de weer.
Deze module zoomt o.a. in op:
Want ook voor deze leerlingen is het welbevinden zeer belangrijk. En dit blijkt een aandachtspunt te zijn. Indien nodig wordt er voor deze kinderen gekeken voor buitenschoolse therapie of bijscholing. Op voorspraak van de zorgcoördinator kan een overleg op school mogelijk gemaakt worden waar zowel ouders, therapeut of dienst waar de leerling begeleiding zoekt, de leerling, leerkracht(en) en zorg coördinator samen gaan zitten op vraag van het CLB. Hier wordt bekeken of de ondersteuning voldoende is.
Wij hebben hier geen specifieke cijfers rond, maar we weten wel dat het gemiddeld over twee tot drie kinderen per honderd zou gaan. Als we spreken over hoogbegaafdheid, gaat het over kinderen die bovengemiddeld presteren dan spreken we toch over een nog hoger cijfer: tien tot vijftien procent. Dat betekent dat het gerechtvaardigd is om hier ook extra aandacht voor te hebben.
Bijkomende vraag: Is dit aanbod bekend bij ouders en leerlingen?
Even duiden: die module is gericht naar leerkrachten en directies. Zodanig dat zij heel actief bezig zijn met het opsporen van deze kinderen en daar ook een beleid voor kunnen ontwikkelen.
Wat u aangeeft klopt, het is niet omdat deze zaken voorzien zijn en beschikbaar zijn dat elke school daar ook gebruik van maakt. Laat staan dat ouders weten dat elke school hier gebruik van kan maken.
Ik wil mij engageren , en u zult dit ook terugvinden in mijn beleidsnota, dat we met de scholen gaan kijken of dit genoeg gekend is en genoeg gebruik van wordt gemaakt en of we daar nog extra acties moeten ondernemen. Zodanig dat we zeker zijn dat elke school daar de nodige aandacht voor heeft en dat dit voldoende bekent is.
vr 04/12/2020 - 07:47