De gemeenteraad keurde op 19 december 2019 het nieuwe reglement 'Retributie op grafconcessies' goed. De gemeenteraad wijzigde op 20 januari 2020 het nieuwe reglement. Bij besluit van 18 maart 2020 vernietigde de waarnemend gouverneur van Oost-Vlaanderen de bepalingen voorzien onder artikel 2, §1, punt j 'Vergoeding voor extra prestaties' voor zover zij betrekking hebben op de aanrekening van een vergoeding voor extra prestaties voor overledenen die zijn ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de stad.
De waarnemend provinciegouverneur meent bij monde van het vernietigingsbesluit dat in artikel 2, §1, j. van het oude reglement een schending voorligt van artikel 2, lid 5 van het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, dat bepaalt : “Behoudens het verlenen van een concessie, is de begraving van een stoffelijk overschot of de begraving van een asurn of de bijzetting ervan in een columbarium op de gemeentelijke of intergemeentelijke begraafplaats kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente, respectievelijk de gemeenten die deel uitmaken van het intergemeentelijke samenwerkingsverband. Dit geldt eveneens voor de uitstrooiing van de as.”
De decretale bepaling is duidelijk en laat geen modaliteiten of voorwaarden toe aan de kosteloosheid van de begraving voor inwoners van de gemeente. Zodoende is het niet voldoende dat de begraving voor de eigen inwoners ook kosteloos kan, door te kiezen voor de begraving binnen de gewone diensturen, om een schending van dit voorschrift te vermijden.
Naar de voorbereidende werken van het decreet werd het beginsel inzake de verplichte kosteloosheid van de lijkbezorging voor personen die overleden zijn in de gemeente of die er woonden, afgeleid uit rechtsleer, het administratief gebruik en uit de opsomming van verplichte uitgaven van de gemeenten, zonder dat het wettelijk verplicht was. (Parl.St. Vl.Parl., 1864 (2003-2004) – Nr. 1, pag. 4 – 5). De decreetgever vond dus blijkbaar dat er redenen genoeg waren om de verplichte kosteloosheid van de lijkbezorging van inwoners, als wettelijke bepaling op te nemen in het decreet van 2004. Overigens, lijken de voorbereidende werken ervan uit te gaan dat dergelijke kosten ressorteren onder de verplichte uitgaven van de gemeenten.
Met deze wijziging wordt dit principe tekstueel duidelijk verankerd in het betrokken retributiereglement, door toevoeging van volgende zin onder de tarieftabel:
"Deze retributie is niet verschuldigd voor prestaties met betrekking tot overledenen die waren ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingenregister of wachtregister van de Stad Gent."
De wijzigingen treden in werking op 01-06-2020.
| Dienst* | Burgerzaken |
| Budgetplaats | 7010000 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | -21.500 |
| 2021 | -21.500 |
| 2022 | -21.500 |
| 2023 | -21.500 |
| 2024 | -21.500 |
| 2025 | -21.500 |
| Totaal | -129.000 |
Wijzigt artikel 2, §1, j. van het reglement 'Retributie op grafconcessies' als volgt:
"j. Vergoeding voor extra prestaties
De retributie bedraagt per begonnen half uur en per personeelslid:
|
Tarief in euro |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 en volgende |
|
Prestaties buiten de normale diensturen (maandag tot vrijdag vanaf 16 uur) |
20,30 |
20,70 |
21,00 |
21,40 |
21,80 |
22,10 |
|
Prestaties op zaterdag - één forfait |
111,90 |
113,80 |
115,70 |
117,70 |
119,70 |
121,70 |
Deze retributie is niet verschuldigd voor prestaties met betrekking tot overledenen die waren ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingenregister of wachtregister van de Stad Gent."
De wijzigingen treden in werking op 01-06-2020.