Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het huidige subsidiereglement voor de restauratie van niet-wettelijk beschermde merkwaardige gebouwen, goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 maart 2018, dient aangepast te worden naar aanleiding van een tweejaarlijkse evaluatie.
Volgende wijzigingen worden voorgesteld; de wijzigingen treden in werking op 1 januari 2021.
- Artikel 1
De Stad wil bijdragen aan de restauratie van waardevol bouwkundig patrimonium in de stad. De waardevolle, niet als monument beschermde gebouwen dragen, dankzij hun vaak bijzondere vormgeving en gedetailleerde uitwerking, bij aan het architecturale beeld van de stad. Met deze subsidies kunnen de gevels en bedaking van deze panden worden gerestaureerd en terug hun oorspronkelijk uitzicht krijgen.
- Artikel 2.
Waardevolle gebouwen: Onroerende goederen opgenomen op de Wetenschappelijke Inventaris voor het Bouwkundig Erfgoed of gelegen in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde (zoals ingekleurd op het gewestplan of het ruimtelijke uitvoeringsplan) waarvan de Dienst Monumentenzorg en Stadsarcheologie motiveert dat de intrinsieke erfgoedwaarde behouden is. Komen ook in aanmerking: onroerende goederen gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor geen goedgekeurd beheersplan beschikbaar is.
Totaal restauratieproject: "....Hedendaagse ingrepen worden aanvaard voor zover niet zichtbaar vanop het openbaar domein of voor zover hun impact op de oorspronkelijke structuur en de erfgoedwaarde van gevels en daken tot een noodzakelijk minimum beperkt blijft."
Restauratiewerken: Werken die het herstel of het behoud van de erfgoedwaarden beogen. Renovatie- en onderhoudswerken komen niet in aanmerking.
Impulsgebieden voor onroerend erfgoed: Het College van Burgemeester en Schepenen kan aan de hand van een collegebesluit gebieden als ‘impulsgebieden voor onroerend erfgoed’ aanduiden. Impulsgebieden voor onroerend erfgoed zijn tijdelijke projectgebieden en vervallen 3 jaar na de anduiding door het college van burgemeester en schepenen.
- Artikel 3
Voor de subsidie komt de eigenaar of houder van een zakelijk recht op een waardevol gebouw in aanmerking.
- Artikel 4
§2. b wordt geschrapt.
- Artikel 5
1. De subsidie bedraagt maximaal 35.000 euro per gebouw en wordt als volgt berekend:-40% op het totaal van bewijsbare uitgaven en kosten, inclusief erelonen, van de restauratiewerken voor gevels en daken die zichtbaar zijn vanaf het openbaar domein.
6", 4 en 5 worden geschrapt.
- Artikel 6
§1 b aanvullen met "of via het e-formulier"
c Indien de restauratiewerken onderdeel uitmaken van een grotere verbouwing, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, wordt de subsidieaanvraag op hetzelfde tijdstip ingediend als de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Dit maakt een totaalafweging van het globale dossier mogelijk.
e. De Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg kan binnen de 30 kalenderdagen bijkomende stukken opvragen.
§2. b De dossiers worden in chronologische volgorde van indiening behandeld.
§3. a Het College van Burgemeester en Schepenen neemt de beslissing over het al dan niet toekennen van de subsidie en over bijhorende voorwaarden op basis van een advies van de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg binnen de 75 kalenderdagen na indiening van de volledig bevonden aanvraag .
b. De aanvrager ontvangt binnen de 14 dagen schriftelijk de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
- Artikel 7
§1. b De noodzakelijke technische fiches.
- Artikel 9
§ 2 en § 4 worden geschrapt.
§ 5 d Als de aanvang van de werken niet werd meegedeeld aan de Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg.
- Artikel 10
Huidig reglement heft het Subsidiereglement voor de restauratie van niet als monument beschermde merkwaardige gebouwen goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 maart 2018 op.
- Artikel 11
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2021.
De Dienst Monumentenzorg en Stadsarcheologie is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement.