Zoals we allemaal weten staat het bijenbestand in ons land onder druk, onder meer door het gebruik van pesticiden en het verdwijnen van groen. Met name in de steden is er een tegenbeweging bezig. Veel mensen willen bijenkorven plaatsen om de beestjes te helpen. Recent Frans onderzoek toont echter aan dat er sprake is van overpopulatie in een aantal steden. Simpel gezegd: er is te weinig groen om zowel de wilde bijen als de nieuwe bijen te kunnen voeden. Daardoor riskeren hommels en solitaire bijen uit te sterven als we niet opletten.
Bijen hebben een belangrijke rol als bestuivers van zowel wilde planten, bomen en gewassen. Ze zijn dan ook van groot belang voor de biodiversiteit. Toch is het plaatsen van bijenkasten niet per definitie positief voor de biodiversiteit van de bijen zelf. Het aangehaald Frans onderzoek is niet het enige en eerste die voor deze problematiek aandacht vraagt. Verschillende oudere onderzoeken (2005 – 2013) uit verschillende Europese landen (samengevat op de site bestuivers.nl) geven ook aan dat er sprake is van concurrentie tussen honingbijen enerzijds en wilde bijen en hommels anderzijds. Bijzonder kwetsbaar zijn vooral de wilde bijenpopulaties van schrale graslanden (zoals zandbijen). Die hebben we bijvoorbeeld op de begraafplaatsen en de skiheuvel in de Blaarmeersen. Dit wil niet zeggen dat bijenkasten ongewenst zijn, maar wel dat we ze weloverwogen willen toelaten binnen de draagkracht van de groenzone of het stadsdeel.
Om deze problematiek en de soortenrijkdom van wilde bijen in Gent in kaart te brengen werkt de stad Gent samen met UGent (prof. dr. ir. Guy Smagghe van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen Labo Agrozoölogie). Dit academiejaar zijn er twee masterthesissen in opmaak over dit onderwerp. Eén over wilde bijen op begraafplaatsen en één over wilde bijen op ingezaaide bloemenweiden op puinhoudende bodems.
1. Beschikt de stad over een overzicht van het aantal bijenkasten op ons grondgebied?
De stad Gent heeft een overzicht van de bijenkasten in het door de Stad beheerde openbaar groen (ik laat die bezorgen in bijlage bij dit antwoord). Dit is echter slechts een fractie van het totaal aantal bijenkasten op Gents grondgebied. De Stad heeft geen zicht op het aantal bijenkasten op privaat domein. Er is immers geen vergunning nodig om bijen te houden. Een deel van de imkers is aangesloten bij één van de verschillende imkerverenigingen actief in Gent, maar daarnaast zijn er ook heel wat imkers die niet aangesloten zijn.
2. Denkt de stad aan een beperking van het aantal kasten?
De Stad heeft een beleid uitgewerkt om het aantal bijenkasten op openbaar domein binnen de perken te houden. Dit wil niet zeggen dat bijenkasten ongewenst zijn, maar wel dat ze weloverwogen worden toegelaten binnen de draagkracht van de groenzone of het stadsdeel.
Het houden van bijenkasten is een vorm van stadslandbouw. Stadslandbouw kan in sommige (voldoende grote) parken een plaats krijgen, maar is geen doel op zich in het openbaar groen.
De Stad krijgt regelmatig vragen van verschillende imkers om bijenkasten te plaatsen in parken. Het plaatsen van bijenkasten is niet evident in een openbaar park gezien deze kasten best enige afscherming van het publiek vragen. Indien de imker geen mogelijkheid heeft op privéterrein, bekijken we wel of het mogelijk/inpasbaar is in het openbaar groenbeheer. Een imker kan maximaal één plaats toegewezen krijgen. Het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) raadt een dichtheid aan van 2-3 (4-5 indien bloemrijk) bijenvolken per 100 hectare.
3. Bestaat er een strategie om waar bijenkasten toegelaten worden ook extra groen en voedsel te voorzien?
De strategie bestaat er in om vooreerst het aantal bijenkasten te beperken; daarnaast is het de bedoeling dat al ons groen zoveel mogelijk natuurvriendelijk beheerd en ingericht wordt (zie het antwoord op de volgende vraag).
4. Wat doet de stad om ook de wilde bijen te ondersteunen?
Ondersteuning van de wilde bijen maakt deel uit van het groenbeleid van de stad Gent. Dit uitgangspunt wordt vertaald in een beheer en inrichting van groen naar natuurrijke parken, die aantrekkelijk zijn voor insecten waaronder wilde bijen. Dat doen we door onze parken en kleinere groenzones pesticidenvrij te beheren, te zorgen voor structuurrijke en bloemenrijke vegetaties of bijenhotels te plaatsen. In de parken krijgen wilde kruiden een plaats (naast de planten die de tuiniers aanplanten). Zo werkt de Stad Gent samen met de natuur en staat er steeds wel iets in bloei - waardoor er steeds voedsel beschikbaar is voor de wilde bijen.
We hebben daarnaast ook al een aantal initiatieven genomen rond ecologisch pesticidenvrij beheer van privé groen en tuinen. Op de stadswebsite staan tips voor een biodiverse en insectenvriendelijke tuin. Daarnaast worden bewoners gestimuleerd om geveltuinen, groenslingers en groendaken aan te leggen.
Het bermbeheerplan van de Stad richt zich op een gefaseerd insectenvriendelijk beheer met minder maaien als basis. Dit jaar is er een proefproject opgestart met ‘sinusbeheer’ binnen ons openbaar groen. Dit is een specifiek op insecten en bestuivers gericht gefaseerd maaibeheer van graslanden en ruigten. Het aandeel ‘begrazingsbeheer’ van de Gentse bermen en groengebieden wordt geleidelijk aan uitgebreid. Dit levert structuurrijk, bloemrijk insectenvriendelijk groen op.
En met ons soortenplan (2018) willen we nog meer gerichte acties doen voor bedreigde dier- en plantsoorten waaronder insecten. Op gebiedsniveau houden we rekening met hotspots zoals de groenpolen: gebieden met de grootste diversiteit van zeldzame, bedreigde soorten. Op biotoopniveau wordt bijvoorbeeld aandacht en actie gevraagd rond ruigten, struwelen, hagen, houtkanten, … naast klimopbegroeiingen. Deze elementen zijn belangrijke leefgebieden voor insecten zoals wilde bijen.
wo 20/11/2019 - 14:43