De Grondwet, artikel 170;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op de motoren werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd voor het aanslagjaar 2020.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Gelet op de economische toestand ten gevolge van de corona-crisis, is een voorgenomen mogelijke hervorming van deze belasting noodgedwongen een jaar opgeschoven. Het reglement, oorspronkelijk enkel voor het aanslagjaar 2020 goedgekeurd, dient dan ook verlengd te worden tot 2021.
De tarieven voor 2021 wijzigen enkel na de komma, wat na afronding dezelfde tarieven betekent.
Een aantal wijzigingen worden doorgevoerd om te vermijden dat het vervroegd toekennen van een vrijstelling in 2020 omwille van de federale corona-maatregelen, een dubbele vrijstelling zou betekenen. Het belastingreglement kent al een belastingvermindering toe bij langdurig stilliggen van machines (berekening via motorenkracht) of daling van de maximum kwartiervermogens (berekening via kwartiervermogen). Deze belastingvermindering wordt verrekend gedurende het volgende aanslagjaar, gezien de belasting berekend wordt op basis van het motorengebruik gedurende het afgelopen jaar. Bij gemeenteraadsbesluit van 26.05.2020 werd vrijstelling verleend voor 3/12 van deze belasting, ter dekking van de stilleggingen die de bedrijven in maart-mei 2020 noodgedwongen zouden ondergaan.In dat gemeenteraadsbesluit was al aangegeven dat dit niet in een dubbele belastingvermindering zou resulteren.
Zo wordt in art 6, §3 voorzien dat de maximum kwartiervermogens van de maanden maart tot en met mei 2020 niet in rekening worden genomen voor het rekenkundig gemiddelde van werkjaar 2020. De (gedeeltelijke) stilleggingen brengen op die manier geen bijkomende/dubbele belastingvermindering mee in 2021. Om onevenredige administratieve last te vermijden, wordt bovendien in §4 bepaald dat dalingen van het jaarlijks gemiddelde met 20% of meer, geen aanleiding geven tot herrekening van de verhoudingsfactor. Op die manier kan bijkomende verminderde productiviteit na mei 2020 worden opgevangen. In artikel 9, §1 worden de stilleggingen tijdens de maanden maart - mei 2020 uitgesloten.
Tegelijk worden een aantal verduidelijkingen en vereenvoudigingen doorgevoerd.
In artikel 1 wordt verduidelijkt dat het belastbaar feit het motorengebruik gedurende het afgelopen kalenderjaar is. Artikel 2, §5 dat handelt over een bijkomende aanslag tijdens het jaar van stopzetting, is daarmee overbodig. Door toepassing van artikel 9, §1 (na stopzetting van het bedrijf liggen de motoren immers vanzelfsprekend stil) betekent dit in de praktijk geen verschil voor de ondernemingen. In de praktijk moest worden vastgesteld, dat stopzettingen pas worden gemeld naar aanleiding van de aangifteperiode van het volgende aanslagjaar, de afsluitende belastingaanslagen pas het volgende kalenderjaar konden worden gevestigd.
Om diezelfde reden kan artikel 6, §6 geschrapt worden dat een evenredige bepaling bevat bij berekening volgens kwartiervermogen. In plaats daarvan wordt verduidelijkt dat het jaar van stopzetting geen aanleiding geeft tot herberekening van de verhoudingsfactor. Gezien de maandelijkse maximum kwartiervermogens na stopzetting 0 zijn, en het jaarlijks gemiddelde dus sterk daalt, verandert er in de praktijk ook niets bij de ondernemingen die van deze berekeningswijze gebruik maken.
Vervangt artikel 1 van het reglement 'Belasting op de motoren' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2019 als volgt:
"De Stad Gent heft voor het aanslagjaar 2020 en 2021 een belasting op de motoren, gebruikt tijdens het voorgaande kalenderjaar, voor de exploitatie van een nijverheids-, handels-, en landbouwonderneming en haar bijgebouwen, ongeacht de krachtbron die hen in beweging brengt."
Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Heft artikel 2, §5 van het reglement 'Belasting op de motoren' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2019 op met ingang van 1 januari 2021
Wijzigt artikel 6 van het reglement 'Belasting op de motoren' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2019 als volgt:
§3 wordt vervangen door "Vervolgens wordt het belastbaar vermogen elk jaar berekend door vermenigvuldiging van het rekenkundig gemiddelde van de twaalf maximum kwartiervermogens van het voorgaande kalenderjaar met de verhoudingsfactor. Met betrekking tot aanslagjaar 2021 – kalenderjaar 2020 worden de maanden maart tot en met mei niet in aanmerking genomen voor de berekening van dit rekenkundig gemiddelde. "
Aan §4 wordt een zin toegevoegd: "Dalingen ten aanzien van het refertejaar met meer dan 20% met betrekking tot het motorengebruik in 2020 of tijdens het jaar van de stopzetting van de onderneming, worden buiten beschouwing gelaten. "
§6 wordt weggelaten
Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Voegt aan de tarieftabel van artikel 7 van het reglement 'Belasting op de motoren' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2019 volgende kolom toet:
Tarief in euro per kW | 2021 |
1-250 kW | 30 |
251-500 kW | 26 |
501-1.000 kW | 23 |
1.001-10.000 kW | 20 |
Vanaf 10.001 kW | 17 |
Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Wijzigt artikel 9 van het reglement 'Belasting op de motoren' zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2019 als volgt:
Aan §1 wordt een zin toegevoegd: "Het stilleggen van de motoren tijdens de maanden maart tot en met mei 2020, komt niet in aanmerking voor belastingvermindering."
Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het gewijzigde belastingreglement zoals gevoegd in bijlage.