De gemeenteraad keurde in zitting van 18 december 2019 het nieuw reglement over het individueel bezoldigd personenvervoer goed. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2020 (met uitzondering van hoofdstuk IV dat in werking treedt op 1 juli 2020).
Het nieuw stedelijk reglement betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer vormt het sluitstuk in de hervorming van de taxiwetgeving door de Vlaamse Regering. Het (nieuw) decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer en het (nieuw) besluit van Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer treden eveneens in werking op 1 januari 2020.
In het reglement over het individueel bezoldigd personenvervoer is voorzien dat de houders van een vergunning voor een taxidienst, afgegeven krachtens het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, voorrang krijgen bij de toekenning van een machtiging voor zover de aanvraag voor het verkrijgen van een machtiging ingediend wordt vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020 (artikel 10 §3 eerste lid).
In een tweede fase wordt voorrang verleend voor het verkrijgen van een machtiging aan de (kandidaat-)exploitanten die opgenomen zijn op de wachtlijst, voor zover de aanvraag voor het verkrijgen van een machtiging wordt ingediend vanaf 1 mei 2020 tot 31 juli 2020 (artikel 10 §3 tweede lid).
Niettegenstaande de Vlaamse regelgeving van kracht zal zijn vanaf 1 januari 2020, zijn er nog heel veel onduidelijkheden en zal het wellicht in de praktijk niet mogelijk zijn om effectief van start te gaan op 1 januari 2020. Zo ontbreken bijvoorbeeld regels voor de beveiligde opslag van gegevens omtrent de taxiritten, waardoor het niet duidelijk is hoe een exploitant zich moet/kan in regel stellen, noch zal het bij gebrek aan deze regels voor de politie mogelijk zijn om controles te verrichten. Het valt moeilijk te verdedigen om de sector te stimuleren om snel over te stappen naar een systeem dat nog veel hiaten vertoont.
Daarnaast zorgt de voorrangsregeling zoals ze vandaag voorzien is, in combinatie met de emissienormen die opgelegd worden vanaf 1 januari 2021, voor veel ontevredenheid bij de taxisector. Eens men de overstap maakt, is men gebonden door de emissienormen. De sector is van oordeel dat de markt van de elektrische voertuigen nog niet klaar is voor deze snelle overstap en vraagt meer tijd.
Er wordt daarom voorgesteld om de voorrangsperiode, gedurende dewelke bestaande vergunninghouders voorrang hebben om een machtiging voor de standplaatsen te verkrijgen, met twee jaar te verlengen tot 31 maart 2022. De voorrangsperiode die was voorzien voor kandidaat-exploitanten op de wachtlijst (van 1 mei 2020 tot 31 juli 2020) dient logischerwijze geschrapt te worden. De facto zullen deze laatste voorrang genieten ten opzichte van geheel nieuwe aanvragen op basis van artikel 10 §4, waarin wordt bepaald dat nieuwe aanvragen in chronologische volgorde onderaan de wachtlijst worden opgenomen.
Deze wijziging treedt in werking op 1 februari 2020.
Vervangt artikel 10, § 3 van het reglement over het individueel bezoldigd personenvervoer door volgende tekst:
§ 3. De houders van een vergunning voor een taxidienst, afgegeven krachtens het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, krijgen voorrang bij de toekenning van een machtiging voor zover de aanvraag voor het verkrijgen van een machtiging ingediend wordt vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2022.
Deze wijziging treedt in werking op 1 februari 2020.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement over het individueel bezoldigd personenvervoer, zoals gevoegd in bijlage.