Op 5 maart konden we vernemen dat de invoering van de Lage Emissiezone (LEZ) ook bij de Gentse middenstand tot heel wat onvrede heeft geleid. Men vindt de invoering van de LEZ in Gent te verregaand.
Dit heeft geleid tot een open brief die werd opgesteld door Unizo, de Opperdekenij en Horeca Oost-Vlaanderen. Als gevolg hiervan nodigde het stadsbestuur deze organisaties uit voor een “sereen gesprek”. Aangezien de stad Gent niet bereid is tot concessies, rijst dan ook de vraag tot wat een dergelijk gesprek kan leiden.
De kritiek van de genoemde organisaties is niet mals. Ze stellen duidelijk dat de LEZ-maatregelen van de stad, wat hen betreft, een stap te ver zijn. Nauwelijks werd het gecontesteerde mobiliteitsplan ingevoerd of de automobilisten worden al geconfronteerd met de LEZ. Dat is een harde noot om kraken.
In de brief wordt terecht verwezen naar het feit dat aannemers Gent mijden en dat de Gentenaars hiervan het slachtoffer zijn. Er is in de brief ook duidelijk protest tegen het feit dat de auto in Gent blijkbaar taboe wordt.
Er staan ook vele praktische voorbeelden in de brief over de nadelige effecten van de invoering van de LEZ voor de Gentse middenstanders.
Wat zijn de resultaten van het gesprek van het stadsbestuur met Unizo, de Opperdekenij en Horeca Oost-Vlaanderen?
Hebben deze gesprekken geleid tot een bijsturing van de plannen van de stad Gent?