De Grondwet, artikel 170;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op het verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2019.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken met een gewicht gelijk of groter dan 8 gram en van gelijkgestelde producten. Als de verspreiding gebeurt via persoonlijke afgifte op de openbare weg is deze verspreiding in alle geval belastbaar ongeacht het gewicht.
Deze belasting verhaalt een deel van de kosten van ophaling en verwerking van papierafval op de vervuiler. Door de ophaling van oud papier ontstaat milieuschade doordat er extra vrachtwagens moeten ingezet worden om het oud papier, los van de restfractie huisvuil, op te halen. Er wordt uitdrukkelijk niet gesproken over ‘reclamedrukwerk’, maar alle niet-geadresseerde drukwerken. Onafhankelijk van de inhoud, beland zo niet alle, dan toch het merendeel van het niet-geadresseerd drukwerk snel in de afvalstroom. Reclameboodschappen worden niet anders verwerkt dan ander drukwerk. De belasting vormt zo (een deel van) de uitvoering van art. 26 van het Decreet van 23 december betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De Stad Gent vertrouwt haar afvalbeheer toe aan IVAGO en voorziet in haar jaarlijks budget een bijdrage aan Ivago van meer dan 36 mio euro. Het totaal ontvangstenbudget van deze afvalintercommunale bedroeg in 2018, 58 mio euro. In 2018 werd ongeveer 15.000 ton aan papier en karton ingezameld naast het volume rondslingerend papier bij het straatvegen.
Voor bus-aan-bus verspreidingen en displays, wordt de belasting pas van toepassing vanaf 8gram en vanaf een totale oppervlakte van 1 A4. Zo blijft drukwerk tot A4 formaat aan 120g-papier (of 4 kanten A5) onbelast. Dit moet kleine lokale handelaars en initiatieven, zoals een bakker of toneelvereniging, de mogelijkheid bieden kleine verspreidingen te doen zonder door deze belasting te worden gevat. De impact van deze kleine verspreidingen op de papierafvalstroom is immers beperkt. De verwerkingskost aan de zijde van de administratie weegt ook niet op tegen deze potentiele inkomsten.
Voor verspreidingen via persoonlijke afgifte, is het minimaal gewicht niet van toepassing. Deze bedelingen worden vaak even verder op straat of in een restfractie-vuilnisbak achtergelaten, wat de ophaling en verwerking niet ten goede komt.
De gelijkgestelde producten betreffen allerlei stalen en reclamedragers die tot verbruik of aankoop aanzetten, maar ook vaak ongebruikt in de afvalstroom terechtkomen.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als niet-geadresseerd.
Nominatief geadresseerd drukwerk valt niet onder de toepassing van het belastingreglement. Hier gaan we immers uit van gerichte communicatie zoals facturen, die voor de geadresseerde een bijzonder en individueel nut hebben, of gepersonaliseerd drukwerk waar de ontvanger via een (al dan niet betalend) abonnement zelf om vraagt. Het bestuur wil vermijden dat de verspreiders van geadresseerd drukwerk dit zouden doorrekenen aan de ontvangers, zijnde de gewone Gentenaars.
Daarnaast veroorzaakt het ongeadresseerd drukwerk heel wat overlast aangezien de bedeling ervan ook gebeurt in brievenbussen die nooit leeggemaakt worden. Vaak belandt dit op het openbaar domein.
De belastingplichtige is in eerste instantie de opdrachtgever van het drukwerk. Enkel wanneer die niet gekend is of geen aangifte heeft gedaan, wordt de verantwoordelijke uitgever vermeld op het drukwerk als belastingplichtige aangeduid. Er wordt een hoofdelijke aansprakelijkheid ingesteld ten aanzien van de drukker en de (fysieke of rechts-)persoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid. Het is belangrijk te benadrukken dat de verantwoordelijke uitgever de belasting in zijn/haar hoofde kan vermijden door de werkelijke opdrachtgever kenbaar te maken. Het gaat met andere woorden om een getrapte aanduiding van de verantwoordelijke uitgever als belastingplichtige. Deze (subsidiaire) aanduiding van de verantwoordelijke uitgever is correct. Het gaat om een weerlegbaar vermoeden dat de VU de belastingplichtige is. Gezien de taak van de uitgever eveneens het publiek maken (lees: verspreiden) van het geschrift betreft, en hij/zij dus (al dan niet fysiek) deelneemt uitmaakt van de belastbare handeling, is dit geen onverantwoord vermoeden. De belasting wordt hem/haar niet ten laste gelegd omwille van enige contractuele of niet-contractuele fout, maar omwille van de rol in het verspreiden van het drukwerk waaraan de verantwoordelijke uitgever zijn of haar naam geeft.
Er wordt voorzien in vier tariefschijven naargelang het gewicht van het verspreid drukwerk. Hoe hoger het gewicht, hoe hoger het tarief. Er is dan immers per verspreiding meer papier te verwerken. Het tarief van de zogenaamde gelijkgestelde producten, ligt gelijk met dat van de zwaarste drukwerken (>100g). Deze gelijkgestelde producten zijn immers moeilijker te verwerken dan papier en karton. Een minimumbelasting van 40 euro verhindert dat de verwerking van de belasting meer kost dan zij opbrengt. Deze tarieven zijn niet van die aard dat zij de handel (zie Raad van State arrest nr 50.241 dd. 16 november 1994) of de vrije meningsuiting (zie rechtbank van eerste aanleg Gent, 17 september 2018, rolnummer 17/904/A, onuitg.) belemmeren.
In principe wordt de belasting bepaald rekening houdend met het aantal verspreide exemplaren. Wanneer geen aangifte wordt gedaan, kan door detectie toch worden vastgesteld dat een verspreiding heeft plaatsgevonden. Het juiste aantal van de verspreidingen kan echter niet worden vastgesteld. Wanneer de belasting ambtshalve – dus zonder aangifte en op basis van detectie – wordt gevestigd, wordt dan ook een fictief aantal verspreidingen gebruikt voor de berekening. Voor de gewone bus-aan-bus bedelingen, is dit aantal afhankelijk van de deelgemeente. Via BPost werd het aantal bussen per postcode verkregen, dat niet is uitgerust met een ‘geen drukwerk’-stikker. Voor elke deelgemeente waarin een verspreiding wordt vastgesteld, wordt dat aantal brievenbussen als aantal verspreidingen genomen.
Voor displays zonder aangifte wordt uitgegaan van 350 exemplaren per standaard. Voor andere verspreidingen (voornamelijk via persoonlijke afgifte) wordt een forfaitaire aanslag gevestigd van 3.500 exemplaren.
De tarieven kunnen gecombineerd worden, indien eenzelfde drukwerk op verschillende wijzen wordt bedeeld.
Bepaalde boodschappen hebben een bijzondere functie, waardoor de verspreiding ervan via niet-geadresseerd drukwerk kan worden vrijgesteld.
Zo wordt het drukwerk, uitgaande van partijen of kandidaten op een verkiezingslijst voor één van de verschillende officiële verkiezingen, vrijgesteld. De vrijstelling is beperkt tot de sperperiode en tot twee weken na de verkiezingsdag. Tijdens deze periode, waarin de burger zijn mening dient te vormen om deze op georganiseerde manier te uiten in het stemhokje, is het verantwoord de noodzaak aan ideologische berichtgeving een tijdelijke voorrang te laten nemen op het ‘vervuiler betaalt’ principe van de belasting.
Om gelijkaardige redenen wordt drukwerk dat verband houdt met het aanvragen organiseren van een volksraadpleging zoals bedoeld in art. 309, 1e lid DLB en de burgerinitiatieven om punten op de agenda van de gemeenteraad te zetten zoals bedoelt in art. 304, §1 DLB. Gezien deze initiatieven op om het even welk ogenblik kunnen worden opgestart, is deze vrijstelling niet in tijd beperkt.
Drukwerk, uitgaande van een Gentse vereniging of bewonersgroep, dat informatie of opinievorming beoogt aangaande enkele concrete lokale belastingen, kan worden vrijgesteld om de participatie van de burger op vlak van milieubescherming, natuurbehoud, stedenbouw, ruimtelijke ordening en wijkontwikkeling te vereenvoudigen. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn.
Tot slot is het drukwerk dat uitsluitend de jaarlijkse dekenijfeesten of een werking van ‘wijk aan zet’ ter kennis brengt, vrijgesteld gezien de Stad deze activiteiten actief ondersteunt.
De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats | 7342400 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | 1.223.670 |
| 2021 | 1.251.472 |
| 2022 | 1.272.628 |
| 2023 | 1.294.144 |
| 2024 | 1.316.025 |
| 2025 | 1.338.279 |
| Totaal | 7.703.218 |