De Grondwet, artikel 170;
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op de opslagplaatsen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2019.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor opslagplaatsen van gassen en ontvlambare vloeistoffen en preparaten vanaf een gezamenlijke opslagcapaciteit van 50 m³.
De opslagplaatsen onder de 50m³ worden uitgesloten. Op die manier wordt vermeden dat elke mazout- of gastank van particulieren voor de verwarming van hun woning, aan deze bijkomende belasting wordt onderworpen. Dit is verantwoord gezien het beperkt milieurisico dat gepaard gaat met dergelijke kleine installaties. Het betreft zowel vaste (verankerde of ingegraven) als losse (bvb gasflessen) opslagplaatsen.
Deze inrichtingen wordt belast vanwege het verhoogd milieurisico bij bewaren en verplaatsen van gevaarlijke stoffen dat zij inhouden. De opslagplaatsen van deze stoffen – die lekkage kunnen vertonen of waar bij het bijvullen kan worden gemorst – verhogen het risico dat deze stoffen zich ongewenst in de natuur verspreiden.
Het is verantwoord een bijkomende belasting te vragen van de uitbaters van deze installaties, om de preventieve (bvb milieutoezicht) en reactieve (bvb brandweer) kosten mee te dekken.
De belasting is verschuldigd door de uitbater (natuurlijke of rechtspersoon) van de vestiging waarvoor de opslagplaatsen en/of verdeelslangen worden gebruikt. Hij is immers degene die beslist tot de noodzaak van opslagplaatsen en verdeelslangen, en die er bij de exploitatie van de vestiging de vruchten van plukt.
De belasting wordt in eerste instantie gevestigd op basis van de totale capaciteit aan opslagruimte van alle beoogde gevaarlijke stoffen. Met het oog op administratieve eenvoud voor zowel de belastingplichtige als de verwerkende administratie, wordt gekozen voor een forfait afhankelijk van de totale capaciteit. Enkel voor de grotere exploitaties wordt boven een bepaalde hoge capaciteit bijkomend een toeslag per m³ (=1.000l) gerekend.
De Dienst Belastingen is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats | 7341800 |
| Categorie* | |
| Subsidiecode | |
| 2020 | 407.800 |
| 2021 | |
| 2022 | |
| 2023 | |
| 2024 | |
| 2025 | |
| Totaal | 407.800 |