Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De gemeenteraad heeft op 20 november 2017 een nieuwe deontologische code voor lokale mandatarissen goedgekeurd. Op 17 december 2018 werd de code gewijzigd.
De Deontologische commissie heeft op 30 september 2019 een advies geformuleerd met betrekking tot artikel 34 van de Deontologische code voor lokale mandatarissen.
De deontologische commissie stelt voor volgende wijzigingen aan te brengen aan artikel 34 van de deontologische code voor lokale mandatarissen:
-om verwarring met gemeenteraadscommissies te vermijden wordt ervoor geopteerd een andere benaming te kiezen voor "Deontologische commisie", er wordt geopteerd voor "Bureau voor Deontologie";
-het Bureau van Deontologie kan geen tuchtsancties uitspreken maar heeft een zuiver adviserende opdracht;
-klachten kunnen ingediend worden bij de voorzitter van de gemeenteraad of bij het Bureau van Deontologie zelf;
-een aantal principes worden verduidelijkt nl. de mogelijkheid dat fracties ook niet-raadsleden kunnen voordragen als lid van het Bureau voor Deontologie, en de aanduiding van een plaatsvervangend voorzitter uit de groep van onafhankelijke experten.
De voorzitter van de Deontologische commissie heeft op 4 oktober 2019 het advies aan de voorzitter van de gemeenteraad overgemaakt met het verzoek artikel 34 van de Deontologische code voor lokale mandatarissen te wijzigen cfr het geformuleerde advies.
Neemt kennis van het advies van de Deontologische commissie dd. 30 september 2019.
Wijzigt artikel 34 van de deontologische code voor lokale mandatarissen als volgt: artikel 34 wordt integraal vervagen door de hiernavolgende tekst:
§1 De gemeenteraad richt een Bureau voor Deontologie op dat wordt samengesteld, zoals bepaald in §3.
§2 Het Bureau voor Deontologie onderzoekt op vraag van voorzitter van de gemeenteraad of de OCMW-raad of van de voorzitter van het Bureau voor Deontologie de meldingen en klachten over vermeende schendingen van de deontologische code van de gemeenteraad en van de OCMW-raad.
Het Bureau geeft hierover een gemotiveerd advies aan de raad en kan tevens op eigen initiatief advies uitbrengen met betrekking tot de bepalingen van deze code.
Hierop neemt de gemeenteraad of de OCMW-raad uiteindelijk de gemotiveerde beslissing over dit advies.
§3 Het Bureau voor Deontologie telt evenveel leden die worden voorgedragen door de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld, als leden die zetelen als onafhankelijk expert. De gemeenteraad stelt de leden van het Bureau voor Deontologie aan. Bij elke volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt ook het Bureau voor deontologie opnieuw samengesteld.
§4 Elke fractie waaruit de gemeenteraad is samengesteld, beschikt in principe over één vertegenwoordiger in het Bureau voor Deontologie. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen worden voorgedragen als lid van het Bureau voor Deontologie.
Het Bureau voor Deontologie telt evenveel leden voorgedragen vanuit de oppositiepartijen als vanuit de meerderheidspartijen. Wanneer het aantal fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld oneven is, wordt dit aantal naar boven afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal. Vervolgens wordt dit aantal gedeeld door twee om het gelijke aantal leden te bepalen die de meerderheidsfracties enerzijds en de oppositiefracties anderzijds kunnen voordragen. Wanneer ingevolge deze afronding bij de oppositiepartijen en/of de meerderheidspartijen het aantal te begeven zetels groter is dan er bij respectievelijk de oppositiepartijen en/of de meerderheidspartijen fracties zijn, gebeurt de verdeling volgens het systeem D’Hondt.
Voor elk voorgedragen lid dragen de fracties ook een plaatsvervanger voor. De gemeenteraad duidt de plaatsvervangers aan.
§5 De onafhankelijke experts worden aangeduid op voorstel van de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De algemeen directeur verzamelt deze voorstellen en bundelt deze tot een neutraal document, dat als basis dient voor de aanduiding van de onafhankelijke experts.
§6 Ten hoogste twee derde van de leden van het bureau voor deontologie is van hetzelfde geslacht.
§7 Het Bureau voor Deontologie kiest uit de leden die zetelen als onafhankelijk expert een voorzitter en plaatsvervangende voorzitter. De precieze modaliteiten omtrent de verkiezing van de voorzitter worden nader geregeld in het huishoudelijk reglement van het Bureau.
§8 De modaliteiten betreffende de werking van het Bureau voor Deontologie worden opgenomen in het huishoudelijk reglement van het Bureau voor Deontologie dat door de gemeenteraad wordt goedgekeurd.