In maart stelde collega Karlijn Deene in deze commissie een vraag over de problemen bij vzw Jong. Dit naar aanleiding van een collegebesluit van 28 februari dat een externe consultancy-opdracht toekende aan Poolstok. Deze consultancy – of audit in de woorden van de schepen – werd gemotiveerd met verwijzing naar o.a. 1) diverse financiële problemen, 2) nood aan herstel van vertrouwen tussen personeel, middenkader, directie en bestuur, 3) nood aan een geschikte bedrijfscultuur, 4) nood aan juiste bepaling personeelsinzet enz. Deze opdracht ging ten laatste tegen juni 2019 klaar zijn.
De schepen lichtte in haar antwoord toe dat de audit te zien was in het kader van de voorbereiding van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met vzw Jong. Die nieuwe overeenkomst kon in de ogen van de schepen eventueel de vorm van één overkoepelende masterconvenant aannemen, die de nu aparte overeenkomsten voor diverse deelprojecten zou bundelen. De schepen zag het ook breder, niet beperkt tot de vzw Jong: “De vraag wat is de eigenheid van het jeugdwelzijnswerk en wat is jeugdwerk? Wat kan je verwachten van vrijwilligers en vanaf wanneer moet er met professionals gewerkt worden? Soms wordt ook de vraag gesteld waarom het net 1 grote organisatie is die dé partner is van de stad. Hoe ga je om met nieuwe organisaties die van onderop ontstaan en zich richten op kwetsbare kinderen en jongeren? Het is niet evident om daarop snel te antwoorden en in te spelen net omwille van de fusie. We krijgen daarover vragen, maar ook over de rechtspersoonlijkheid en de vraag of je dan voldoende impact hebt op een autonome vzw. Daarover zijn we, los van de audit, een inhoudelijk traject aan het opzetten. We willen met stadsdiensten, organisaties en vzw Jong zelf daarvan van gedachten wisselen.”
Vandaar mijn vragen:
Het is niet de 1ste keer dat de audit hier ter sprake komt. We hebben toen ook de voorzitter van vzw Jong uitgenodigd om hier toelichting te komen geven.
De audit kwam er op vraag van stadsbestuur en vzw zelf. Niet omdat er sprake was van vermoeden van onregelmatigheden en dat is ook niet uit deze audit gekomen. Soms maakt men bij “audit” nogal snel de perceptie dat er iets aan de hand is. Dit is hier niet aan de orde. De onafhankelijke audit heeft enkele zaken geobjectiveerd. Een van de vragen was hoe het kan dat een organisatie die op een aantal jaren tijd zoveel extra subsidie krijgt, toch het gevoel leeft bij hen dat er toch een ongelooflijk grote werkdruk is en waarbij mensen soms niet vervangen worden om de financiën de baas te kunnen. Het onderzoek duidt het heel duidelijk aan: de drijvende kracht achter dit probleem zijn de personeelskosten, die het grootste deel van de uitgaven innemen (wat heel normaal is, kijk naar de Stad). Het personeel geeft zelf ook aan dat zij een grote belasting voelen. Het is niet zo dat er altijd personeel is bijgekomen. Het gaat wel over indexatie en anciënniteit. De indexatie volgde de loon-evolutie niet. Eerste jaren vorige legislatuur 0,6%. Dat werd bijgepast op het einde van de vorige legislatuur en tegelijk werd afgesproken dat men objectief zou onderzoeken wat de echte noden zijn.
Er zijn twee uitkomsten van de audit. Het aantal kinderen en jongeren neemt toe, waardoor ook de vragen toenemen, waardoor er extra personeel nodig is als je kwaliteit wil blijven bieden. De verhoogde werkdruk wordt daardoor ook bevestigd. Een tweede uitkomst is om eens kritisch naar de eigen organisatie te kijken. Op het vlak van management en processen in de organisatie is verbetering mogelijk, waardoor er meer tijd zou moeten komen om te focussen op de kerntaken rond kinderen en jongeren in kwetsbare situaties.
Daarom hebben wen de opdracht gegeven aan vzw Jong om de organisatie-kost naar beneden te krijgen. Er is een interne oefening gestart. Het is belangrijk om het specifieke van het jeugdwelzijnswerk voor ogen te houden, niet enkel bij vzw Jong. Het gaat over kinderen en jongeren met een rugzakje. De problemen waar deze mensen mee geconfronteerd worden zijn niet min. Geweld, mishandeling, dakloosheid. De jeugdwerkers hebben nood aan omkadering, ze creëren niet alleen een aanbod, maar ze creëren ook tijd en ruimte om rond welzijn te werken. Dat vragen we ook vanuit de Stad. Ze zijn voor ons de voelsprieten in de wijk voor het stadsbestuur. De kinderen noch hun ouders vinden de weg naar het bestuur. Bovendien is het niet makkelijk om de kwetsbare kinderen en jongeren te laten participeren. vzw Jong werkt daarom participatorisch en met tijd en ruimte voor die gasten.
De vzw is dus aan de slag gegaan met die aanbevelingen: werk maken van interne transparante communicatie, overlegstructuren rationaliseren om meer te focussen op de kernopdracht en teamstructuren te vereenvoudigen, het herzien van de rol van gebiedscoördinatoren en in aantal te verminderen zodat de structuur eenvoudiger wordt en er meer ondersteuning bij de veldwerkers komt, want sommigen van hen zitten op de rand van een burn-out.
Er was ook de aanbevelingen aan Vzw Jong om de prioritaire doelstellingen in te bedden in een meerjarenplan. Op onze vraag was er al een financieel meerjarenplan, dat eerst negatief ging eindigen. Maar door tussenkomt van de Stad en interventies van vzw Jong zelf hebben we dat kunnen vermijden en zijn er nu positieve cijfers. Nu hebben ze, in overleg, ook een inhoudelijk meerjarenplan. Met o.a. de focus op het opnieuw vastleggen van rollen en verantwoordelijkheden binnen de vzw.
Belangrijk: de resultaten van de audit zijn intern niet gecontesteerd. Men staat open voor verandering. Het ging ook gepaard met een positieve boodschap: niet enkel dat de organisatie zich efficiënter moet organiseren, maar het feit dat we ook oog hebben voor het gegeven dat er meer kinderen en jongeren zijn, dus er is nood aan meer ondersteuning is, zorgde voor draagvlak.
Vanavond hebben we stilgestaan bij de budgetten: €7,8 mio extra voor jeugd en jeugdwelzijnswerk en daarbovenop komt er een indexering van 2,51 %, zodat we meer in lijn liggen met de werkelijke index en zo tegemoetkomen aan één van de vaststellingen uit de audit.
Wat uw vraag betreft m.b.t. de toekomst van het Gents jeugdwelzijnswerk: Er werd een traject opgestart, niet alleen met Jong maar met veel organisaties uit het jeugdwerk voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties. Maar ook stadsdiensten en actoren uit bv. het welzijnswerk en bv. sport zijn betrokken. De centrale vraag was: is ons aanbod naar kwetsbare kinderen in deze stad voldoende en toegankelijk? Dit wordt extern begeleid om het ook met wat afstand te kunnen bekijken en objectiviteit in te steken. Dit is een positieve zaak, maar ook soms moeilijk omdat er door die afstand soms weinig vertrouwdheid is met de eigenheid van het jeugdwelzijnswerk en Gentse context. Maar gelukkig was er de inbreng vanuit de praktijk van het middenveld en de cultuur van dit welzijnswerk.
Ik kan al meegeven dat er een soort tekst of product komt dat alle deelnemers kunnen onderschrijven. Ook de jongeren zelf komen aan het woord, daar heb ik echt op aangedrongen. Maar het traject dat werd gelopen was redelijk intensief. Niet elke instantie of de jeugdraad kon het daardoor volledig volgen. Maar het wordt dus wel nog getoetst met hen en enkele jongeren.
Ik kan nog niet zeggen hoeveel van het genoemde budget naar vzw Jong zal gaan. Het is niet respectvol om dat te doen voordat het traject is geëindigd. Laten we luisteren naar wat daar uitgekomen is en dan op basis daarvan op een open manier de juiste beslissingen doen.
Wat u zegt klopt: er moet niet alleen oor zijn naar jeugdwelzijnswerk met de nodige omkadering die er bij hoort voor zeer kwetsbare kinderen en jongeren. Die jongeren moeten inderdaad ook terecht kunnen in het reguliere jeugdwerk. Daar ben ik het volledig met u eens. Maar daar is veel aandacht voor, ze zetten in op toegankelijkheid en toeleiding, … Dat is één van de zaken die we vragen aan organisaties zoals Scouts of Chiro als we met hen een convenant afsluiten. Zij zetten in op die toegankelijkheid en diversiteit. Leiding geeft me ook aan dat ze vrijwilligers zijn, dat iedereen welkom is, maar dat sommige noden het draagvlak overstijgen. Ik merk dat ook ouders soms zelf ook op zoek zijn naar organisaties met voldoende omkadering voor hun kind, met voldoende omkadering en zekerheid dat hun kind geen vreemde eend in de bijt is. We moeten zo inclusief mogelijk werken, maar het is ook belangrijk dat we een brede waaier aan aanbod hebben, om een antwoord te kunnen bieden aan meerdere vragen. De vraag naar jeugdwelzijnswerk is dus echt nodig. Dat is bijvoorbeeld ook zo in het onderwijs. Iedereen moet terecht kunnen in het onderwijs, maar soms is er nood aan buitengewoon onderwijs. Kinderen moeten geen etiket krijgen, ze moeten zelf keuzes kunnen maken binnen een brede waaier. We moeten waken over die toegankelijkheid en er hoort een stuk omkadering bij als het gaat over kinderen en jongeren in kwetsbare situaties.
di 17/12/2019 - 08:56