Begin deze maand woedde een felle brand in een kraakpand op de Antwerpsesteenweg. Het was een leegstaande woning waar krakers waren ingetrokken. Drie personen raakten gewond. In juni 2017 brandde een kraakpand in de Brabantdam uit. Twee krakers konden zich nog op tijd uit de voeten maken.
De brandweer van de hulpverleningszone Centrum moet geregeld branden bestrijden in leegstaande panden.
Het is bijzonder belangrijk voor de ploeg die ter plaatse gaat om te weten of de oproep gaat over een leegstaand pand en of er mogelijk krakers aanwezig zijn of niet.
Beschikt de brandweer effectief snel over deze informatie? Graag wat toelichting over hoe deze informatie doorstroming in de praktijk verloopt.
Wordt bij een oproep nagegaan of het pand op de leegstandslijst staat of onbewoonbaar is verklaard? Wordt er gecontroleerd of het om een bekend kraakpand gaat?
Wat zijn de verhoogde risico’s bij dergelijke interventies?
Ziet uw eventueel verbeterpunten mogelijk om deze risico’s te helpen verminderen?
De situatie die u schetst en de vragen die u hierbij hebt, zijn meer dan relevant. Zowel in het belang van evacuatie van mogelijke slachtoffers als voor de veiligheid van de brandweer- en hulpdiensten zelf.
Laat mij eerst aangeven hoe de brandweer operationeel te werk gaat. Bij iedere oproep wordt op basis van beschikbare informatie een zo accuraat mogelijke situatieschets meegegeven aan de interventieploegen.
Dit gaat om informatie die binnenkomt via de noodcentrale zelf, dit gaat om informatie die meegedeeld wordt op de locatie zelf door bijvoorbeeld buren of omstaanders, er wordt afgegaan op bepaalde feitelijkheden ter plaatse die erop wijzen dat er mogelijks mensen aanwezig kunnen zijn, er wordt, via de politie die ook ter plaatse is, nagegaan of er al of niet mensen gedomicilieerd zijn, …
Op die manier krijgt de brandweer een eerste indicatie van de situatie en over het al of niet mogelijks aanwezig zijn van mensen. Maar los van deze eerste screening, en dit is belangrijk om aan te geven, gaat de brandweer er steeds vanuit, bij gelijk welke interventie, dat er personen aanwezig kunnen zijn op de plaats van de brand. Of dit nu gaat om een woning, een winkel, een bedrijfsgebouw, een openbaar gebouw of een leegstaand pand. Men kan immers nooit weten, op gelijk welke locatie, of er mensen aanwezig zijn, laat staan over hoeveel mensen exact.
Dat er mogelijks verhoogde risico’s zijn bij leegstaande panden, is vanzelfsprekend, de tragische gebeurtenissen in Beringen hebben dit spijtig genoeg aangetoond. Dit kan gaan om de aanwezige brandlast, of de bouwtechnische toestand van bepaalde leegstaande gebouwen.
Voor gebouwen welke onbewoonbaar zijn verklaard via een burgemeestersbesluit op basis van artikel 135, is er vandaag al uitwisseling tussen de Dienst Toezicht en de brandweer. In het kader van noodoproepen zal er nagegaan worden hoe dergelijke informatie nog gerichter kan gebruikt worden.
Belangrijk ook is dat eigenaars van leegstaande panden gewezen worden op hun verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld op het verwijderen van alle mogelijke brandlast in functie van brandveiligheid.
Vandaag de dag is er een schrijven vanuit de Dienst Toezicht naar eigenaars van woningen naar aanleiding van opname van een pand in het leegstandsregister. Bij dit schrijven wordt er nu reeds informatie meegestuurd zoals een brochure die meer uitleg verschaft over leegstand, een brochure ‘wat te doen bij kraken’ alsook een brief van politie aangaande ‘preventieadvies – woninginbraak’ en dergelijke meer’. In overleg met de brandweer hebben we beslist om aan de informatie, die nu reeds aan eigenaars van leegstaande panden wordt bezorgd, nog een extra schrijven toe te voegen met informatie rond brandpreventie in leegstaande panden. Hierbij zal gewezen worden op de plichten en verantwoordelijkheid van eigenaars inzake brandveiligheid, op mogelijke voorzorgsmaatregelen die kunnen genomen worden door eigenaars inzake brandpreventie, zoals het verwijderen van brandlast, terreinen en gebouwen zo goed mogelijk afsluiten tegen indringers, enzovoort.
De risico’s die gepaard gaan bij dergelijke interventies, worden hierdoor verder verlaagd, wat belangrijk is voor de veiligheid van onze brandweermannen en brandweervrouwen. We nemen hier dus een belangrijke nieuwe preventieve actie.
Daarnaast zet de brandweer ook via opleidingen en brandoefeningen in op specifieke interventies in leegstaande panden. Denk maar aan de specifieke brandoefeningen die uitgevoerd zijn in de Rabot torens.
Tot slot kan er ook via het Netwerk Brandweer, waar ook onze brandweerzone deel van uitmaakt, de nodige kennis en ervaring worden uitgewisseld. Zo zal er binnen dit Netwerk een onafhankelijk onderzoek worden uitgevoerd naar de fatale brand in Beringen. Ook hier kunnen er mogelijks aanbevelingen komen rond werkwijze en opleidingen bij het bestrijden van branden in leegstaande panden.
wo 18/09/2019 - 09:26