Sinds een aantal jaren wint ‘co-teaching’ aan populariteit bij onderwijsmensen, zowel bij directies als bij leerkrachten zelf. Co-teaching kan verschillende vormen aannemen, maar de basisgedachte is dat men met twee – of eventueel meer – leerkrachten voor één klasgroep staat.
Waar de eerste stappen op vlak van co-teaching vooral werden gezet in het kleuter- en lager onderwijs (zie vb. de stedelijke basisschool ‘t Groen Drieske), lijkt deze trend nu ook meer en meer ingang te vinden in het secundair onderwijs. Een lokaal voorbeeld van deze laatste evolutie is het recente project van Benedictus Poort in Ledeberg om in de eerste graad systematisch twee leerkrachten voor de klas te zetten, en dit voor het merendeel van de onderwijsvakken. Men hoopt op deze manier de toenemende diversiteit in de klassen beter te kunnen opvangen.
Graag had ik u hierover de volgende vragen gesteld:
Ik ben voorstander van deze nieuwe manieren om onderwijs te organiseren. We moeten afstappen van de idee dat één leerkracht vooraan staat in een klas van meer dan 20 leerlingen, en in het secundair onderwijs zelfs per vak.
Er komen namelijk veel uitdagingen op het onderwijs af. We kijken aan tegen een lerarentekort, we gaan nog leerkrachten moeten vinden. Leerkrachten moeten immers niet alleen vakdidactisch sterk zijn, ze moeten voeling hebben met wat er onder de jongeren leeft, ze moeten pedagogische goed zijn en kennis hebben van bijvoorbeeld klasmanagement. Niet iedereen kan op al die vlakken even sterk zijn, daarom is het belangrijk dat leerkrachten kunnen samenwerken en samen de uitdagingen kunnen aanpakken.
Als we iets gehoord hebben de voorbije maanden is dat lesgeven terug een beheersbaar beroep moet zijn, dat er ruimte moet zijn voor leerkrachten om hun werk te doen. Om ervoor te zorgen dat de leerkrachten blijven én dat er nieuwe bijkomen moeten we creatief zijn. Co- of teamteaching kan hier zeker een rol in spelen.
Het heeft zeker ingang gevonden, steeds meer en meer. Wel belangrijk, collega’s, is dat we dit niet gaan opleggen aan de scholen. Scholen staan voor tal van uitdagingen, bevinden zich in een specifieke wijk, hebben uiteenlopend leerlingenprofielen, … Ik vind het dan ook heel belangrijk dat we de scholen de autonomie geven om, gelet op hun context, zelf een antwoord te bieden op de vele uitdagingen waar ze mee te maken hebben.
Een ander belangrijk punt is dat dat de scholen het moeten doen met de leraarsuren die ze ontvangen vanuit Vlaanderen. Het is belangrijk om de teams zelf de ruimte en het vertrouwen te geven om zelf te bekijken hoe ze de uitdagingen in hun school het beste aanpakken.
Voor begeleiding kunnen de scholen beroep doen op begeleiding vanuit OVSG en ook vanuit onze stedelijke pedagogische begeleidingsdienst wordt hierop ingezet.
Vanuit het Onderwijscentrum is er een inspiratietraject Operatie Geslaagd ontwikkeld waar leerkrachten binnen via een online inspiratietraject (in de vorm van een Massive Open Online Course (MOOC)) afgewisseld met ‘live’ intervisiesessies om leerkrachten verder te versterken in de strijd tegen vroegtijdig schoolverlaten. Verschillende Gentse scholen die deelnamen aan het pilootproject vroegtijdig schoolverlaten (de voorloper van het huidige inspiratietraject) en/of participeren in het lopende inspiratietraject Operatie Geslaagd kozen co-teaching als een belangrijk actiepunt op school om zo in te zetten op meer gekwalificeerde uitstroom.
Binnen het stedelijk onderwijs in Gent maken we een onderscheid tussen teamteaching en co-teaching. We stappen af van het idee van één leraar voor de klas, of in het secundair onderwijs per vak, maar evolueren naar een model waar leerkrachten samen werken.
Bij teamteaching gaat het om:
- een samenwerking tussen verschillende leerkrachten, soms ook van leerkrachten met niet-leerkrachten;
- waarbij in het team veel samen wordt gedaan: voorbespreking, nabespreking, intervisie, feedback geven;
- leerkrachten kwaliteitsvol onderwijs willen leveren en vinden dat ze dit beter samen met anderen dan alleen kunnen waarmaken.
Co-teaching is een samenwerking tussen een gewone leerkracht en een collega met expertise over leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, vb. in uitvoering van het m-decreet in de scholen.
Zelf ben ik voorstander van deze nieuwe samenwerking tussen leerkrachten, maar er zijn natuurlijk wel een aantal belangrijke randvoorwaarden om dit te kunnen realiseren in een school:
Dat zijn een aantal voorwaarden, maar als we zoeken naar oplossingen voor het lerarentekort en betere ondersteuning van leraren, dan geloof ik dat co- of teamteaching een deel van het antwoord kan zijn.
In het LOP BaO en SO is dit nog niet ter sprake gekomen, want de LOP’s focussen zich op de decretale opdracht. In de LOP’s werd de afspraak gemaakt dat het LOP geen school-interne pedagogische of organisatorische kwesties bespreken. Alleen zaken die met inschrijvingen of breder het gelijke onderwijskansenbeleid te maken hebben voor zover daar school-overstijgende samenwerking bij komt kijken.
Bijkomende vraag: Zijn er signalen dat er nog meer scholen mee gaan starten?
Ik denk inderdaad dat dit inderdaad in stijgende lijn zit, maar inderdaad het subsidiekader moet meer ruimte bieden. De scholen gaan er in elk geval op inzetten, maar zij moeten enerzijds de leerkrachten vinden en anderzijds moet de subsidiëring vanuit het Vlaams niveau voorzien worden.
do 12/09/2019 - 10:57