De laatste weken van de zomervakantie was het heel rustig op de Blaarmeersen.
Dat kwam niet omwille van slecht weer maar omdat er blauwalgen waren ontdekt in de zwemvijver.
De volledige zwemzone werd afgebakend met linten en de redders werden – helemaal terecht overigens - omgetoverd tot bewakers om deze zone te beschermen tegen afkoeling zoekende personen.
In die periode kreeg ik te horen dat er in de zone waar de blauwalgen zich bevinden, ook een, weliswaar beperkte, riooluitloop is en dat dit eventueel een oorzaak kan zijn voor de ontwikkeling van blauwalgen.
In de Brugse wateren hebben ze ook last van blauwalgen. Daar experimenteren ze met ultrasone stralen. De eerste resultaten daarvan zijn bevredigend want deze zomer was de waterkwaliteit beter en waren er geen blauwalgen (zie artikel in ‘Het Nieuwsblad’).
Mijn vragen zijn de volgende:
Het water van de vijver van de Blaarmeersen moet voldoen aan de strenge Vlarem-normen inzake zwemwaterkwaliteit. Er werd met dat doel een riolering rondom de vijver aangelegd zodat het afvalwater van cafetaria De Waterkant en het voormalige skichalet kan opgevangen en afgevoerd worden. Er wordt nergens rioolwater geloosd in de vijver.
Wat terecht komt in de vijver aan het haventje is het oppervlaktewater van de duikersparking en een zeer beperkt deel van de omliggende wandelwegenis. Dit is louter regenwater en heeft geen invloed op de algemene waterkwaliteit van de vijver. Het meetpunt van de VMM ligt trouwens vlak bij dit lozingspunt en wordt van zeer nabij gevolgd. Uiteraard heeft dit ook niks te maken met de aanwezigheid van blauwalgen die een totaal andere oorzaak van natuurlijke oorsprong hebben.
U vraagt naar de mogelijke verklaringen van blauwalg. Ik probeer u kort mee te geven hoe dit fenomeen ontstaat. Cyanobacteriën, of hoe de blauwalg echt heet, komen over de hele wereld voor, in zoet en zout water en van de tropen tot de polen. Cyanobacteriën kunnen in alle soorten water voorkomen, maar doorgaans niet in water met een sterke doorstroming, zoals rivieren.
Het bloeien van die cyanobacteriën is een natuurlijk voorkomend verschijnsel tijdens de zomerperiode. Ze gedijen best in hoge temperaturen en in water met een hoog stikstof- en fosforgehalte (afkomstig van bijvoorbeeld landbouw, huishoudens en industrie), wat de meeste Vlaamse vijvers zijn.
Net als u vroeg ook ik me af of en hoe we ons kunnen wapenen tegen blauwalgen. Ik gaf dan ook deze zomer de opdracht aan Farys (die de Blaarmeersen beheert) om mogelijke maatregelen te onderzoeken, zowel naar efficiëntie als naar kostprijs. Op dit moment is het onderzoek lopende. Ik kan wel al meegeven dat men naar volgende 4 methoden kijkt:
Het is nu te vroeg om te besluiten of deze systemen zullen werken in het geval van de Blaarmeersenvijver en of deze oplossingen duurzaam zijn. Weet dat ik als schepen van Sport heel graag wil investeren in de Blaarmeersen. Het College besliste dan ook om deze legislatuur meer dan 10 miljoen euro vrij te maken voor dit sport- en recreatiedomein waar vele Gentenaars het hele jaar door van genieten. Als er verantwoorde investeringen zijn die de waterkwaliteit aanzienlijk kunnen verbeteren, dan zullen we ook dit opnemen in het investeringspakket.
di 05/11/2019 - 10:44