Recent vonden op de Kalandeberg graafwerken plaats om een theorie over de diefstal van het paneel van ‘De Rechtvaardige Rechters’ te onderzoeken. Initiatiefnemers waren voormalig burgemeester Termont en een private firma die de werken sponsorde en uitvoerde. Het openbaar domein werd opengelegd om vervolgens via een betonnen plaat door te dringen in een oude ondergrondse tunnel. Volgens de persberichtgeving werd daarbij al snel een verdachte gasgeur waargenomen, waarna de opening al snel terug werd gedicht. Finaal werd het paneel – helaas – niet gevonden. Het stadsbestuur was naar verluidt op voorhand niet op de hoogte.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Voor graafwerken dient men sinds 1 januari 2016 rekening te houden met het Onroerenderfgoeddecreet en het bijhorende uitvoeringsbesluit.
In het geval van de uitgravingen op de Kalandeberg is deze projectzone gelegen binnen de afgebakende archeologische zone van Gent.
Binnen deze zone is volgende regeling van toepassing voor wat betreft archeologie: Indien de percelen binnen een archeologische zone liggen én de oppervlakte voor het project waarvoor u een omgevingsvergunning vraagt 300 m² of meer bedraagt én uw ingreep in de bodem bedraagt 100 m² of meer, dan is een archeologienota noodzakelijk, waarvan het agentschap Onroerend Erfgoed acte heeft genomen. De opmaak dient voorafgaand aan de vergunningsaanvraag te gebeuren.
Het gebeuren aan de Kalandeberg voldoet dan ook niet aan bovenstaande aangehaalde voorwaarden. De oppervlakte was – voortgaande op de beelden - alvast beduidend kleiner dan 100 m².
De wetgeving voorziet echter wel een traject bij toevalsvondsten!
Een toevalsvondst is een vondst die louter toevallig aan het licht komt, dus niet tijdens een archeologisch onderzoek of door het zoeken met een metaaldetector. Zulke voorwerpen en hun context kunnen door onderzoek kennis opleveren over het verleden van de mens en zijn omgeving. De melding van archeologische toevalsvondsten is wettelijk verplicht volgens artikel 5.1.4 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
Men is verplicht om de vondst binnen de drie dagen te melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed. De vondst en haar vindplaats dient beschermt te worden tot tien dagen na het vinden. Op basis van een onderzoek door het agentschap kan de termijn van tien dagen verlengd of ingekort worden. Dit onderzoek wordt altijd gefinancierd door de Vlaamse overheid.
Dit wil dus zeggen dat de initiatiefnemer zelf inschat of er archeologische structuren, lagen of voorwerpen aangetroffen zijn.
De verantwoordelijkheid wordt in deze bij degene gelegd die de werken uitvoert, hij dient deze inschatting te maken of de zaken archeologisch relevant zijn.
We zijn ons, echter bewust dat dit niet evident is. Het agentschap Onroerend Erfgoed stelt dan ook dat het beter is te veel te melden dan te weinig.
Het uitgangspunt van het door u aangehaalde Verdrag van Valetta is dat het archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt.
Dit is gevat in drie principes:
Kortom, de uitgevoerde werken aan de Kalandeberg zijn niet in strijd met de vigerende archeologische regelgeving. Ze vertegenwoordigen ook geen ernstige inbreuk op de geest van het Verdrag van Valetta.
Persoonlijk betreur ik zeker het gegeven dat wij als stad in deze zaak onvoldoende geïnformeerd zijn ook inzake de exacte aard van de werken. Ik heb gevraagd aan mijn diensten om dit laatste in de procedures te verbeteren. Voor het aspect archeologie werd de stad Gent zelfs helemaal niet meer gecontacteerd. Dit is des te pijnlijker, omdat de graafwerken in een archeologisch belangrijke zone werden uitgevoerd. Bij het scannen van deze zone vorig jaar werd de Dienst Stadsarcheologie nochtans wél betrokken. De dienst heeft toen een gedegen voorstudie bestaande uit eigen materiaal en de scanresultaten aan de toenmalige burgemeester bezorgd. Het feit dat archeologie in deze zone een belangrijke rol speelt, was dus zeker geweten.
ma 20/05/2019 - 13:32