Terug
Gepubliceerd op 20/01/2021

2019_MV_00166 - Mondelinge vraag van raadslid Anneleen Van Bossuyt: De paardenkoetscontroverse: kwalitatief toerisme en Gentse authenticiteit

commissie mobiliteit, openbaar domein, economie en werk (MOW)
di 14/05/2019 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 14/05/2019 - 21:08
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Johan Deckmyn, Gabi De Boever, Karin Temmerman, Sven Taeldeman, Mehmet Sadik Karanfil, Stephanie D'Hose, Zeneb Bensafia, Sandra Van Renterghem, Mieke Bouve, Cengiz Cetinkaya, Karla Persyn, Stijn De Roo, Bert Misplon, Steve Stevens, Anneleen Van Bossuyt, Manuel Mugica Gonzalez, André Rubbens, Bart Tembuyser

Afwezig

Christophe Peeters, Karlijn Deene, Sara Matthieu, Jef Van Pee, Gert Robert, Anne Schiettekatte, Evita Willaert, Adeline Blancquaert, Tom De Meester, Yüksel Kalaz, Christiaan Van Bignoot, Joris Vandenbroucke, Sonja Welvaert, Fourat Ben Chikha, Tom Van Dyck, Bart De Muynck, Anneleen Schelstraete, Emmanuelle Mussche

Secretaris

Bart Tembuyser
2019_MV_00166 - Mondelinge vraag van raadslid Anneleen Van Bossuyt: De paardenkoetscontroverse: kwalitatief toerisme en Gentse authenticiteit 2019_MV_00166 - Mondelinge vraag van raadslid Anneleen Van Bossuyt: De paardenkoetscontroverse: kwalitatief toerisme en Gentse authenticiteit

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Het stadsbestuur heeft in een persbericht aangekondigd dat vanaf 2020 geen toeristische paardenkoetsen en huifkarren meer welkom zijn in onze stad. Ter motivering van deze beslissing worden volgende punten aangehaald: de draagkracht van de binnenstad bewaren, een keuze voor kwalitatief toerisme, de authenticiteit van Gent bewaren, en dierenwelzijn.

Tegelijk wordt gesteld dat het stadsbestuur momenteel een ‘bredere visie rond toerisme’ uitwerkt. Daartoe wil men “zeker het gesprek voeren met de Gentenaars, en met de verschillende actoren uit de toeristische sector.” Niet onbelangrijk in dit kader: via diverse kanalen blijkt dat heel wat mensen weinig opgezet zijn met de recente beslissing van het stadsbestuur.

Indiener(s)

Anneleen Van Bossuyt

Gericht aan

Bram Van Braeckevelt

Tijdstip van indienen

di 07/05/2019 - 12:36

Toelichting

Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:

  1. Wat zijn voor de schepen ‘kwalitatief toerisme’ en de ‘Gentse authenticiteit’? Welke criteria hanteert de schepen hierbij?
  2. Hoe rijmt de schepen de intentie om te overleggen met de toeristische actoren en de Gentenaars met het nu al eenzijdig en acuut nemen van één heel concrete maatregel?
  3. Specifiek wat betreft de paardenkoetsen: werden er de voorbije jaren inbreuken qua dierenwelzijn vastgesteld? Waren er incidenten op vlak van overlast en veiligheid? Is er overleg geweest met de uitbater? Is er geen compromis mogelijk?
  4. Heeft het stadsbestuur nog andere vergelijkbare maatregelen in petto: wat bijvoorbeeld met de toeristische bootjes, plant de schepen ook hier de bestaande aanpak bij te sturen en te verstrengen? Plant de schepen nog andere zaken te verbieden? 

Bespreking

Antwoord

We zitten wat toerisme in Gent betreft op een kantelpunt.

Lonely Planet schreef in 2011 over Gent als een ‘te lang verborgen geheim’ en ‘een van de beste plekken in Europa voor cultuurbeleving’. Nu, in 2019, is Gent niet langer zo’n verborgen geheim. Wereldwijd stijgt het aantal toeristen, en ook in Gent:

Al sinds 2010 stijgt het aantal overnachtingen in onze stad elk jaar. Gemiddeld met 4% per jaar. In 2017 zelfs met bijna 8%.

In 2018 waren er meer dan 1.160.000 geregistreerde overnachtingen in hotels en B&B’s. En dat is dan nog zonder het circuit van informele logies, zoals Air NB, gerekend.

Ik kan blijven doorgaan: het aantal vakantielogies in de stad is de afgelopen drie jaar verdrievoudigd. En de groei blijft. Ons Gravensteen anticipeert in haar meerjarenplan op een toename van bezoekers, van 300.000 bezoekers per jaar naar 500.000.

Toeristen hebben hun weg naar Gent gevonden. En voor alle duidelijkheid: toeristen maken mee onze stad. Ik ga niet mee in een debat dat Gentenaars tegenover toeristen zet. Toeristen én Gentenaars horen bij de stad. Beiden hebben hier hun plaats. Toeristen zorgen voor levendigheid. En, we moeten er niet flauw over doen, toeristen geven ook financieel iets terug. Toeristen eten en drinken hier. Toeristen geven geld uit in onze hotels, cafés en restaurants. Dat zorg voor inkomsten en werkgelegenheid. Prima, dus. 

Een aantrekkelijke stad, met evenwicht tussen leefbaarheid en beleving: voor toeristen en in de eerste plaats voor de Gentenaars zelf dat is voor mij als schepen van Toerisme en heel het college. 

De groei van het toerisme zal onze stad mee vormen, hoe dan ook. We gaan dat in Gent alleen niet oplossen, maar ik vind het onze verantwoordelijkheid als beleidsmakers om mee richting te bepalen. Als we geen beleid voeren, kan het snel gaan. Willen we naar een stad evolueren waar de toeristische druk te groot wordt en we toeristen liever kwijt dan rijk zijn? Nee.

We hebben daarom, en vanuit in dat kader, in deze legislatuur al een aantal stappen gezet:

  • de vakantiewoningstop is door het college bekrachtigd op 11/04
  • we organiseerden met de kunststeden Traveljam, waarbij we inwoners en toeristen lieten meedenken over het toerisme van de toekomst
  • we kozen ervoor om de vergunning voor de toeristische paardenkoetsen een laatste keer, uitdovend, goed te keuren.
  • We werden lid van Accessible Tourism, het Europees Netwerk voor Toegankelijk Toerisme. Want we willen een toegankelijke stad, voor inwoners én toeristen
  • We kiezen voor wetenschappelijk onderbouwde studies zoals de hacketon (onthaal van toeristen), bewonersonderzoek, MICE-onderzoek, - zie verder deze commissie
  • En we willen inderdaad verder aan de slag, met een stadsbreed debat over de principes en uitgangspunten voor een toekomstgericht toerismebeleid.

Al deze maatregelen passen in een toerismebeleid dat het evenwicht tussen leefbaarheid en beleving wil bewaken. En dat betekent strategische keuzes maken over welk type toeristische bestemming Gent wil zijn.

Op dat laatste kom ik straks nog terug. Ik wil het eerst even over de paardenkoetsen zelf hebben.

Zoals jullie weten, hebben we de jaarlijks goed te keuren gunning voor 2019 gegund. We hebben daarbij meteen ook gecommuniceerd dat dit voor de laatste keer het geval is.

Het debat over diervriendelijkheid gaat ons allen aan. Uiteraard, mevrouw De Boever en mevrouw Van Bossuyt, is er een regelgevend kader in functie van dierenwelzijn dat ook toegepast wordt op de toeristische paardenkoetsen. Er is in de communicatie trouwens op geen ogenblik gesteld dat de uitbater uit Zomergem zijn paarden slecht zou behandelen.

Het is wel zo dat er, voornamelijk op warme of natte dagen, opmerkingen zijn van burgers en toeristen. Dat is overigens ook meer dan eens in de pers geweest de voorbije jaren. Zowel lokaal als nationaal.

Het maatschappelijk draagvlak voor het inzetten van paarden om toeristen rond te voeren, is veranderd. Het inzetten van dieren voor attracties, dat is niet meer van deze tijd. Ik vergelijk dit met de beslissing die Stad Gent tien jaar geleden nam, toen het koos om geen pony’s meer toe te laten op de kermissen en foren. Vandaag vinden we dat logisch.

Wat de toeristische paardenkoetsen betreft, we hebben er voor gekozen om 2019 nog te gunnen, voor een laatste keer. We hadden de beslissing over 2020 ook pas kunnen beslissen en communiceren begin 2020, maar dat lijkt ons niet menselijk noch wenselijk. Waarom dan toch in 2020? Het zal in 2020 extra druk worden in de kuip, met het Van Eyckjaar en World Choir Games… In ons bestuursakkoord hebben we niet voor niets de spreiding van toerisme in tijd en ruimte opgenomen. En inderdaad collega’s, ik besef zeer goed dat dit is voor uitbater zelf geen eenvoudige boodschap is.

Net daarom is ook een publiek debat over één vergunning van één uitbater toch geen evidentie.

Dat men in Brugge anders over oordeelt over de inzet van paarden voor toeristen, dat is de essentie van lokale democratie. Dat onze beslissing gevoelig ligt bij paardenliefhebbers, dat kan ik begrijpen en heb ik begrip voor. Maar toch een oproep om dit alles binnen proportie te plaatsen. Het gaat over een gunning die jaarlijks wordt voorgelegd, vanuit toerisme, aan het college, voor één uitbating voor minder dan een handvol paarden en koetsen. We hebben dit voor 2019 gegund en mee gegeven dat dit de laatste keer was. Ik wil de impact voor de uitbater uit Zomergem niet relativeren, maar finaal is het wel niet minder, maar ook niet meer dan dit. 

Bovendien, heb ik de schepen uit Antwerpen horen verklaren dat ook in Antwerpen het rondvoeren van toeristen daar een uitdovend scenario is…

Tot zover het deel over de paarden om toeristen in onze stad rond te leiden. 

Onze visie vertrekt van een leefbare stad, met plaats voor toerisme met een meerwaarde voor Gent en de Gentenaar. Dat is ook wat ik bedoel met ‘kwalitatief toerisme’:

Jos Vermeiren van Unizo Oost-Vlaanderen, stelde deze week nog dat onze Europese steden geen openluchtmusea moeten worden. Wel, hij heeft gelijk. Als we toeristen aantrekken, laat ons dat vooral niet doen met inspanningen die specifiek op toeristen gericht zijn, maar omdat we een unieke stad zijn. Onze toeristische dienst Visit Gent speelt net ook dat idee van ‘Only in Ghent’ uit in haar campagnes.

Laat ons gaan voor een toeristisch aanbod met een toegevoegde waarde heeft voor de Gentenaar. Denk aan de tentoonstelling rond Van Eyck, in 2020. Die is niet alleen uniek in de wereld, maar richt zich ook expliciet op alle Gentenaars. Dankzij de toeristen die verwacht worden voor deze tentoonstelling, kon ook het budget vrijgemaakt worden voor deze unieke tentoonstelling. En de Gentenaars… die genieten mee.

In de vakliteratuur spreken specialisten over ‘de trans formatieve kracht van toerisme’. Concreet: toerisme is ook te gebruiken als hefboom. Om een hypothetisch voorbeeld te geven: we zouden de hotelsector kunnen schakelen als leerwerkplek voor mensen met een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Of we zouden de sociale restaurants meer kunnen promoten naar toeristen. Dan kan de sociale economie groeien, dankzij de kracht van toerisme. Ook dat is kwalitatief toerisme.

Als ik spreek over een ‘authentieke stad’, dan bedoel ik daarmee die toeristische initiatieven die bijdragen aan de eigenheid van Gent, die Gent extra speciaal maken. Only in Ghent, zoals ik zei. We zijn er fier op dat we als Gentenaars een rebels kantje hebben, dat we anders zijn dan andere steden. Een authentiek Gent, dat is creatieve en steeds vernieuwende stad. Bovendien is dat een verwachting die toeristen ook koesteren als ze naar Gent komen. Dat is niet mijn buikgevoel, maar wetenschappelijk onderbouwd uit bevragingen. We moeten dus vooral onszelf blijven, en niet de weg op gaan van de zoveelste toeristische stad.

In ons beleid zal ook een visie op het gebruik van de binnenwateren voor toerisme mee opgenomen worden. Maar laat het duidelijk zijn: het samenvloeien van Leie en Schelde zijn onlosmakelijk verbonden zijn met Gent, en het perspectief op de stad vanuit het water is een meerwaarde wat mij betreft.

Bovendien, is ook nog zoiets als toerisme Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Leiestreek, Scheldeland en het Kunststedenoverleg. Ook daar liggen opportuniteiten om te zien wat we al dan niet complementair kunnen opnemen.

We zitten op toeristisch vlak dus op een kantelpunt. Daarom lijkt me een stadsbreed debat met Gentenaars, toeristen en actoren uit de sector aangewezen. Een breed debat, over principes en uitgangspunten voor een toekomstgericht toerismebeleid, want de impact van toerisme gaat stadsbreed: impact op huisvesting, waterbezetting, verduurzamen van de sector, maximale inzet op toegankelijkheid….

En collega’s, niet onbelangrijk... We zijn aan de vijfde maand begonnen van deze nieuwe legislatuur. Elk van ons heeft als raadslid natuurlijk een rol te spelen en input en feedback te geven. Ik kijk dan ook uit naar onze gesprekken en debatten, binnen en buiten deze commissie over de toekomstvisie op toerisme.

wo 15/05/2019 - 13:41