De gemeenteraad heeft op 24 november 2014 het reglement inzake het toekennen van eretitels aan schepenen en gemeenteraadsleden van de Stad Gent goedgekeurd.
Op 21 maart 2019 ontvangt de Stad de schriftelijke vraag van mevrouw Martine De Regge om haar de titel van ereschepen toe te kennen.
Mevrouw Martine De Regge zetelde als gemeenteraadslid van 26 september 1995 tot 2 januari 2019. Tijdens deze periode oefende zij eveneens het mandaat van schepen uit.
Op 8 april 2019 heeft de voorzitter van de gemeenteraad de aanvraag van mevrouw Martine De Regge ontvankelijk verklaard, conform artikel 4 van het reglement inzake het toekennen van eretitels aan schepenen en gemeenteraadsleden van de Stad Gent.
Om voor de titel van ereschepen in aanmerking te komen, legt het reglement volgende voorwaarden op:
"3.1. voor de titel van ereschepen:
De jaren die betrokkene zetelde als lid van de deputatie, burgemeester of voorzitter van het OCMW kunnen worden meegeteld voor de vereiste anciënniteit.
Voor de berekening van de vereiste mandaatjaren worden de periodes van wettelijke verhindering (zoals bepaald in het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017) meegerekend.
Om een titel van ereschepen of eregemeenteraadslid te kunnen dragen moet daarenboven de mandataris van onberispelijk gedrag zijn, dit wil zeggen geen strafrechtelijke of tuchtrechtelijke veroordelingen te hebben opgelopen."
Mevrouw Martine De Regge voldoet aan hogervermelde voorwaarden, zodat haar de titel van ereschepen kan worden toegekend, en dit met onmiddellijke ingang.
Keurt goed de toekenning van de titel van ereschepen aan mevrouw Martine De Regge, en dit met onmiddellijke ingang.