In zitting van 25 februari 2019 keurde de gemeenteraad de voordracht van kandidaten ter vertegenwoordiging van de Stad Gent in het Regionaal Bestuurscomité Centrum en de raad van bestuur van de opdrachthoudende vereniging Imewo goed.
Artikel 12.2 van de statuten van IMEWO stelt het volgende: “Alle gemeentelijke leden van de raad van bestuur – behalve het lid met raadgevende stem – zijn lid van één van de regionale bestuurscomités waarvan sprake in artikel 17 van onderhavige statuten.”
Het is dus niet mogelijk om een kandidaat-lid van de raad van bestuur voor te dragen, terwijl die niet voorgedragen wordt als kandidaat-lid van het Regionaal Bestuurscomité Centrum.
In voormelde gemeenteraadsbeslissing werd de heer Joris Gansemans voorgedragen als lid van de raad van bestuur, maar echter niet voorgedragen als lid van het Regionaal Bestuurscomité Centrum.
Om deze reden is het aangewezen de voordracht van schepen Tine Heyse, als kandidaat-lid voor het Regionaal Bestuurscomité Centrum in te trekken en hiervoor de heer Joris Gansemans voor te dragen, die door de gemeenteraad ook werd voorgedragen als kandidaat-lid voor de Raad van Bestuur.
Keurt goed de intrekking van artikel 2 van de gemeenteraadsbeslissing van 25 februari 2019 (2019_GRMW_00152) betreffende de voordracht van kandidaten ter vertegenwoordiging van de Stad Gent in het Regionaal Bestuurscomité Centrum en de raad van bestuur van de opdrachthoudende vereniging Imewo, dat letterlijk luidt als volgt: “Keurt goed de voordracht van Tine Heyse, lid van het college van burgemeester en schepenen, als kandidaat-lid voor het regionaal bestuurscomité (RBC) Centrum van de opdrachthoudende vereniging Imewo, voor een duur van zes jaar, vanaf de algemene vergadering van 19 maart 2019 tot aan de eerste algemene vergadering in het jaar 2025.”
Keurt goed de voordracht van Joris Gansemans, als kandidaat-lid voor het regionaal bestuurscomité (RBC) Centrum van de opdrachthoudende vereniging Imewo, voor een duur van zes jaar, vanaf de algemene vergadering van 19 maart 2019 tot aan de eerste algemene vergadering in het jaar 2025.