1/ Hoe is de situatie in de Gentse sportclubs, is er effectief sprake van een prangend tekort aan trainers?
2/ Zo ja, welke middelen, zowel financieel als logistiek, stelt de stad ter beschikking om dit tekort te bestrijden?
Er is een nieuw knelpuntberoep in Vlaanderen: dat van jeugdtrainer.
Heel wat sportclubs zijn hopeloos op zoek naar coaches en trainers. Vaak is het dweilen met de kraan open: terwijl de ene coach opgeleid wordt, stopt de andere er al mee. Dit fenomeen zien we zowel in het amateurvoetbal, tennis, basketbal,...
Het gebrek aan coaches leidt uiteindelijk tot concurrentie tussen de clubs. Vooral de trainers met de beste opleidingen zijn gegeerd.
Beste mevrouw, bedankt voor uw vragen.
Wat betreft uw eerste vraag met betrekking tot de situatie in de Gentse sportclubs kan ik meegeven dat de Sportdienst van de Stad Gent zowel positieve signalen krijgt wat betreft de zoektocht naar trainers, als verhalen die meegeven dat het geen evidentie is om trainers te zoeken, gekwalificeerde trainers in het bijzonder.
In Gent zijn meer dan 1.900 trainers actief waarvan 46% gekwalificeerd is. Dit is hoger dan het Vlaamse gemiddelde, namelijk 42 % gekwalificeerd.
Sta mij toe u even in te lichten over die gekwalificeerde trainers. De officiële sportkwalificaties en de inhoud en programmatie van opleidingen voor het behalen ervan worden in Vlaanderen gecoördineerd door de Vlaamse Trainersschool. Deze organisatie is het resultaat van de samenwerking tussen Sport Vlaanderen, de Vlaamse universiteiten (KU Leuven, UGent en VUB) en hogescholen met een opleiding Lichamelijke Opvoeding, én de erkende Vlaamse sportfederaties. De Vlaamse Trainersschool reikt jaarlijks meer dan 5.500 kwalificaties uit aan sportbegeleiders die met succes een opleiding hebben gevolgd.
Ik nam naar aanleiding van uw vraag contact op met de Trainersschool. Ik gaf te kennen geven dat hun organisatie en activiteiten een belangrijke factor zijn om de Gentse sportclubwerking voldoende zuurstof te geven. De Trainersschool verzekerde me dat zij vooral inspelen op de noden van de clubs zelf. Zo peilen ze elk jaar tussen juli en september naar de specifieke opleidingsnoden bij clubs, waarna het opleidingsaanbod wordt vormgegeven, waar eind oktober de inschrijvingen voor starten. Verder maakt de Vlaamse Trainersschool promotie via hun eigen kanalen en doen zij daarvoor ook beroep op de lokale sportdiensten, clubs, scholen, etc.
Toch merken zij, net als u mevrouw Bouve en de Gentse Sportdienst, op dat deze inspanningen echter nog steeds ontoereikend zijn om te voldoen aan de vraag. De voornaamste redenen waarom niet meer mensen een opleiding volgen, zijn o.a.:
Komt daar bij dat de gekwalificeerde trainers een degelijke vergoeding verwachten naargelang hun kwalificatieniveau, wat voor sommige clubs geen vanzelfsprekendheid is.
Nochtans is een kwalificatie zeer belangrijk. Niet alleen omdat dit de sportwerking ten goede komt maar de uitstroomcijfers tonen dit ook aan. We kennen een uitstroom van 25%. Deze trainers blijven 3 tot 5 jaar actief. Maar bij de gekwalificeerde trainers is er maar een uitstroom van 17%. Dit is toch opvallend minder. Door in te zetten op opleidingen, investeren we niet alleen in de kwaliteit van de sportclubs maar verhogen we eveneens de motivatie van de trainers. Als beleidsmaker vind ik dit een zeer belangrijk gegeven.
Maar zoals ik u in het begin al meldde, zijn er veel Gentse sportclubs, zowel grote als kleinere, die globaal gezien wél steeds aan voldoende trainers/begeleiders geraken. We zien dat deze clubs vaak een heel goede clubsfeer hebben, waardoor trainers graag bij de club komen en blijven. Ook de Vlaamse Trainersschool bevestigde dat deze goede clubsfeer enorm belangrijk is, wil men trainers aantrekken en houden. Tegelijk zetten clubs die het minder moeilijk hebben met deze problematiek vaak allerlei acties op om trainers te rekruteren bij de eigen sportende leden of bij de ouders van jeugdleden (en hen bij de aanvang van hun trainerschap goed te begeleiden).
De Vlaamse cijfers tonen wel verschillen aan per sporttak. Zo kennen de tennisclubs een zodanige groei dat het aantal trainers niet kan volgen. De atletiek en gymnastiek hebben globaal gezien wel voldoende gekwalificeerde trainers. Terwijl deze trainers zich vaak kosteloos inzetten voor de club. Bij voetbal en basketbal zien we een ander fenomeen. Door de licentieverplichting zien we concurrentie tussen de clubs waarbij kapitaalkrachtigere clubs gekwalificeerde trainers wegplukken.
Eind maart zal Vlaanderen trouwens nieuwe cijfers publiceren. Ik zal deze samen met de sportdienst bestuderen en conclusies trekken voor het Gents beleid. Want is het duidelijk dat een goed sportbeleid staat of valt met voldoende gekwalificeerde trainers.
Nu, wat betreft uw tweede vraag, i.v.m. welke middelen de Stad ter beschikking stelt, zowel financieel als logistiek om zoveel mogelijk trainers toe te leiden naar sportclubs, geef ik u graag het volgende mee.
De eigen Sportdienst ondersteunt al enige jaren de Gentse sportclubs op vlak van trainers-werking. De klemtoon ligt hierbij vooral op het verhogen van de kwaliteit van de bestaande trainers door het faciliteren van opleiding en bijscholing. Dat doen we op 4 manieren
Verder publiceert de Sportdienst in haar nieuwsbrieven regelmatig op vraag van een sportclub een artikel met een oproep naar trainers. Er wordt ook steeds een overzicht meegenomen met sport gelinkte vormingen in Oost-Vlaanderen, zowel sporttechnische vormingen als deze op gebied van een verbetering van de clubwerking, waaronder dus ook de werving en het behouden van trainers.
Tenslotte tracht de Sportdienst steeds zo veel mogelijk de vraag van Gentse sportclubs aan de Vlaamse Trainingsschool om vormingen in Gent of nabije omgeving te laten plaatsvinden, te ondersteunen.
Ik hoop dat ik u bij deze de nodige uitleg heb gegeven rond de ondersteuning die we als Stad bieden aan clubs om zoveel mogelijk (gekwalificeerde) trainers naar hun clubs te halen. U ziet het, dat is al heel wat. Maar zeker naar aanloop van de opmaak beleidsnota staat ook dit item op mijn radar.
di 12/03/2019 - 14:26