De problematiek omtrent de mobiliteit in de Zuidrand is een gegeven waarover al heel veel werd gedebatteerd. Midden februari klopten de bedrijven in deze zuidrand opnieuw op tafel.
Zoals het Vlaams Belang in het verleden (en ook tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen) stelde, gaat het beleid uit van bepaalde dogma’s. In het bijzonder de anti-autohouding van deze meerderheid zorgt ervoor dat sommige bedrijven zich beginnen af te vragen of zij nog wel welkom zijn in Gent.
Er was in het verleden al het probleem rond de firma Van de Moortele, dat dreigde Gent te verlaten omdat de stad weigerde tegemoet te komen aan concrete vragen omtrent voldoende parkeerplaatsen voor het bedrijf.
Vorige week kloeg ook Domo over een gelijkaardig probleem. Ook Domo dreigt nu met een vertrek uit Gent na een nieuwe discussie over een nieuw parkeerterrein en de verkeersafwikkeling in de buurt.
De werkgeversorganisatie VOKA sluit zich bij deze kritiek aan en vraagt dat de stad hieromtrent het gesprek zou aangaan met de bedrijven aldaar. Er wordt door VOKA trouwens terecht gesteld dat “openbaar vervoer gebruiken pas een optie is wanneer men niet elke dag nog eens anderhalve kilometer extra moet wandelen naar het bedrijf”.
Schepen Souguir zegt wel dat hij zal luisteren naar de bedrijven en hun zaakvoerders, maar dé vraag is natuurlijk of men ook rekening zal houden met hun verzuchtingen. Ik vrees eerlijk gezegd voor het laatste.
Het anti-autobeleid van dit stadsbestuur laat het ergste vermoeden. Ook het nieuwe initiatief SPITS communiceert hieromtrent merkwaardig. SPITS gaat immers “de volgende maanden het gesprek aan met bedrijven die mee in zee willen” omtrent het streven naar een betere mobiliteit.
Wat betekent dat nu? Dat men niet zal luisteren naar de kritische bedrijven die niet zomaar meewillen in het verhaal van deze meerderheid?
Hoe zal het stadsbestuur reageren op de terechte verzuchtingen van de bedrijven uit de zuidrand van de stad Gent?