Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 1.
In het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, laatst gewijzigd door de gemeenteraad in zitting van 24 juni 2015, staat onder hoofdstuk 3 "Het pensioenfonds van de Stad", het volgende:
De Stad heeft in het kader van de pensioenverzekeringsovereenkomst met Ethias twee pensioenfondsen :
Binnen het tak21-fonds is in het reglement bepaald dat het activabeheer zal uitgevoerd worden conform de bepalingen van de Investeringscode van Ethias (ethische normen die toepasselijk zijn op alle financiële transacties van Ethias).
Bovendien is met betrekking tot de investeringen in aandelen en gelijkgestelde instrumenten bijkomend voorzien dat zolang het beheer door Candriam uitgeoefend wordt, enkel geïnvesteerd wordt in duurzame aandelen, weerhouden na screening volgens het 4de generatiesysteem. Momenteel zitten er géén aandelen in dit fonds.
De aandelen in het tak23-fonds worden steeds gescreend volgens de transparantiecode van Candriam. Wat de Europese aandelenfondsen betreft, geniet het fonds van het Ethibel Excellence label.
Naar analogie met hoofdstuk 4 rond de beleggingen op korte termijn en hoofdstuk 5 rond de financieringen wordt hoofdstuk 3 als volgt herschreven :
3. DE PENSIOENRESERVES VAN DE STAD
3.1. AFBAKENING
Onder de pensioenreserves van de Stad en het OCMW vallen alle reserves van de pensioenen waarvoor de Stad en het OCMW de verantwoordelijkheid dragen.
3.2. DOELSTELLINGEN
3.2.1. De pensioenreserves moeten optimaal beheerd worden in functie van rentabiliteit en risico, m.a.w. er moet gestreefd worden naar zo een hoog mogelijk rendement tegen een zo laag mogelijk risico, rekening houdende met hetgeen bepaald is in punt 3.2.2.
3.2.2.De pensioenreserves moeten uitstaan bij tegenpartijen en/of producten die niet alleen gericht zijn op financieel rendement maar ook op het realiseren van sociale, ethische of milieudoelstellingen, dus maatschappelijk rendement.
3.3. BESLISSINGSCRITERIA
3.3.1. De pensioenreserves worden verdeeld in een beheer in Tak 21 en een beheer in Tak 23. Maximaal 33% wordt belegd in het gedeelte Tak 23.
3.3.2. Tak 21 belegt voor minstens 80% in obligaties en voor minstens 90% in Europese waarden en uitgedrukt in euro. Tak 23 belegt voor minstens 60% in aandelen(fondsen), dit hoofdzakelijk in emittenten uit de Europese en/of eurozone en uitgedrukt in euro.
3.3.3. Komen in aanmerking zowel een passief beheer (ofwel indexmatig beheer) als een actief beheer van de beleggingsfondsen.
3.3.4. Op gebied van de duurzaamheidsscreening komen zowel in aanmerking een ‘best-in-class’-benadering als een uitsluitingspolitiek of een combinatie van beide methodes. Specifiek voor wat klimaat betreft, leidt dit tweesporenbeleid ertoe dat we streven naar een afbouw van energieproducenten die betrokken zijn in fossiele energie en/of fossiele brandstofreserves aanhouden. Voor de andere bedrijven wordt gestreefd naar zoveel klimaatvriendelijke beleggingen waarbij de CO2-impact zo laag mogelijk is.
3.3.5. Er geldt een algemene uitsluiting van bedrijven die de 10 principes van het Global Compact (rond mensen –en arbeidsrechten, milieu en corruptie) van de Verenigde Naties niet naleven of schenden. Ook landen die het minst scoren o.g.v. duurzaamheid moeten worden uitgesloten.
3.4. RAPPORTERINGEN
3.4.1. Het financieel comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Stad, de vermogensbeheerder en de verzekeraar, komt 3 à 4 keer per jaar samen om het gevoerde beleid, de samenstelling van de portefeuille, het behaalde rendement… te overlopen.
3.4.2. Aan het college/vast bureau wordt de trimestriële rapportering ter kennisneming voorgelegd.
3.4.3. De pensioencommissie, met o.a. vertegenwoordigers van de vakbonden, komt jaarlijks samen en spreekt zich uit over de afrekening en de prospectieve actuariële studie. Dit advies van de pensioencommissie wordt ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad/ocmw-raad.
Wijzigt het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, laatst gewijzigd in zitting van 24 juni 2015, als volgt:
3. DE PENSIOENRESERVES VAN DE STAD
3.1. AFBAKENING
Onder de pensioenreserves van de Stad en het OCMW vallen alle reserves van de pensioenen waarvoor de Stad en het OCMW de verantwoordelijkheid dragen.
3.2. DOELSTELLINGEN
3.2.1. De pensioenreserves moeten optimaal beheerd worden in functie van rentabiliteit en risico, m.a.w. er moet gestreefd worden naar zo een hoog mogelijk rendement tegen een zo laag mogelijk risico, rekening houdende met hetgeen bepaald is in punt 3.2.2.
3.2.2.De pensioenreserves moeten uitstaan bij tegenpartijen en/of producten die niet alleen gericht zijn op financieel rendement maar ook op het realiseren van sociale, ethische of milieudoelstellingen, dus maatschappelijk rendement.
3.3. BESLISSINGSCRITERIA
3.3.1. De pensioenreserves worden verdeeld in een beheer in Tak 21 en een beheer in Tak 23. Maximaal 33% wordt belegd in het gedeelte Tak 23.
3.3.2. Tak 21 belegt voor minstens 80% in obligaties en voor minstens 90% in Europese waarden en uitgedrukt in euro. Tak 23 belegt voor minstens 60% in aandelen(fondsen), dit hoofdzakelijk in emittenten uit de Europese en/of eurozone en uitgedrukt in euro.
3.3.3. Komen in aanmerking zowel een passief beheer (ofwel indexmatig beheer) als een actief beheer van de beleggingsfondsen.
3.3.4. Op gebied van de duurzaamheidsscreening komen zowel in aanmerking een ‘best-in-class’-benadering als een uitsluitingspolitiek of een combinatie van beide methodes. Specifiek voor wat klimaat betreft, leidt dit tweesporenbeleid ertoe dat we streven naar een afbouw van energieproducenten die betrokken zijn in fossiele energie en/of fossiele brandstofreserves aanhouden. Voor de andere bedrijven wordt gestreefd naar zoveel klimaatvriendelijke beleggingen waarbij de CO2-impact zo laag mogelijk is.
3.3.5. Er geldt een algemene uitsluiting van bedrijven die de 10 principes van het Global Compact (rond mensen –en arbeidsrechten, milieu en corruptie) van de Verenigde Naties niet naleven of schenden. Ook landen die het minst scoren o.g.v. duurzaamheid moeten worden uitgesloten.
3.4. RAPPORTERINGEN
3.4.1. Het financieel comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Stad, de vermogensbeheerder en de verzekeraar, komt 3 à 4 keer per jaar samen om het gevoerde beleid, de samenstelling van de portefeuille, het behaalde rendement… te overlopen.
3.4.2. Aan het college/vast bureau wordt de trimestriële rapportering ter kennisneming voorgelegd.
3.4.3. De pensioencommissie, met o.a. vertegenwoordigers van de vakbonden, komt jaarlijks samen en spreekt zich uit over de afrekening en de prospectieve actuariële studie. Dit advies van de pensioencommissie wordt ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad/ocmw-raad.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie rond het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, zoals gevoegd in bijlage.