Het retributiereglement met betrekking tot het straatparkeren werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 21 november 2011 en sindsdien herhaaldelijk gewijzigd.
Tot op heden voorzag het betrokken retributiereglement dat voertuigen, dewelke voorzien zijn van een gemeentelijke parkeervergunning voor anonieme politievoertugien, vrijgesteld zijn van een retributie, op uitzondering van het parkeren op parkeerplaatsen waar ultrakortparkeren geldt, in toepassing van artikel 11 van het retributiereglement met betrekking tot het straatparkeren.
In de praktijk stelde men echter vast dat het parkeren van deze voertuigen op een aantal voorbehouden plaatsen eveneens als hinderlijk werd ervaren gezien het kleine aantal van deze parkeerplaatsen zodat een oneigenlijk gebruik hiervan te allen tijde dient vermeden te worden.
Hiertoe wordt er dus een wijziging van het retributiereglement voorgesteld waarbij de uitzondering op de vrijstelling van retributie, zoals deze van toepassing is voor voertuigen voorzien van een gemeentelijke parkeervergunning 'anonieme politievoertuigen', wordt uitgebreid naar de voorbehouden parkeerplaatsen voor autodelen, marktkramers en autocars. Deze uitzonderingsgronden wordt toegevoegd aan artikel 19, punt 4 van het retributiereglement met betrekking tot het straatparkeren.
Deze wijziging treedt in werking op maandag 7 januari 2019.
Wijzigt de tekst van artikel 19, punt 4 van het retributiereglement met betrekking tot het straatparkeren door de volgende tekst:
"4. het parkeren met een voertuig voorzien van een geldige gemeentelijke parkeervergunning anonieme politievoertuigen, met uitzondering van het parkeren op parkeerplaatsen voorbehouden voor autodelen, marktkramers, autocars en ultrakortparkeren, in toepassing van artikel 11, 14 en 16 van dit reglement;"
Keurt goed de inwerkingtreding van de wijzigingen op 7 januari 2019.