Terug

2018_GR_00925 - Kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 17/12/2018 - 19:00 gemeenteraadszaal, stadhuis

Samenstelling

Bevoegde schepen

Martine De Regge
2018_GR_00925 - Kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid - Goedkeuring 2018_GR_00925 - Kader voor het gebruik maken van uitzendarbeid - Goedkeuring

Motivering

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • De Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
  • Het Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen, artikel 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Uitzendarbeid wordt op dit ogenblik geregeld door de Wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.

Volgens de bepalingen van die wet kan een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid enkel worden gesloten ter uitvoering van een bij de wet toegelaten vorm van “tijdelijke arbeid”.

Sinds de 6de staatshervorming is de Vlaamse overheid bevoegd voor deze materie. Met het Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen wordt nu ook voor lokale besturen expliciet de mogelijkheid voorzien om gebruik te maken van uitzendarbeid.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

In het decreet wordt echter voorzien dat indien men binnen een lokaal bestuur een beroep wil doen op uitzendarbeid, de raad eerst moet beslissen in welke gevallen men een beroep wil doen op uitzendarbeid binnen het bestuur binnen de krijtlijnen van het decreet en welke verdere modaliteiten hieraan moeten worden gekoppeld.

Aan de gemeenteraad wordt dan ook voorgesteld om alle mogelijke vormen zoals voorzien in het decreet over te nemen en de mogelijke duur zo ruim mogelijk te houden. De decretaal voorziene kennisgeving en monitoring aan de representatieve vakorganisaties wordt eveneens overgenomen.

Het college van burgemeester en schepenen heeft de bevoegdheid om een beroep te doen op uitzendarbeid. Het college zal dan ook tegelijk met de opmaak van elke nieuwe budgetronde, het beschikbare budget voor uitzendarbeid vastleggen. De dienstchefs kunnen binnen dit budget en volgens de modaliteiten opgenomen in dit besluit, gebruik maken van uitzendarbeid.

Adviezen

vakbonden ACV - ACOD - VSOA Ongunstig advies

Activiteit

AC34627 Bieden van juridische ondersteuning HR en voeren van sociaal overleg

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Binnen de Stad Gent kan een beroep gedaan worden op uitzendarbeid, conform het Decreet van 27 april 2018 betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen, in de hierna volgende gevallen:

1° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is geschorst;

2° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd;

3° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet;

4° tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of slechts deeltijds uitoefent;

5° een tijdelijke vermeerdering van werk;

6° uitvoering van uitzonderlijk werk;

7° in het kader van tewerkstellingstrajecten;

8° voor artistieke prestaties of artistieke werken.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen opdracht te geven halfjaarlijks het budget vast te stellen waarbinnen men van uitzendkrachten gebruik kan maken.

Artikel 3

Voor elke vorm van uitzendarbeid zoals voorzien in artikel 1, is uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met inbegrip van de eventuele verlengingen.

Artikel 4

§ 1. Het halfjaarlijks besluit, zoals vermeld in artikel 2, wordt telkens aan de representatieve vakorganisaties toegelicht.

§ 2. Aan de representatieve vakorganisaties worden verder per kwartaal voor de voorafgaande periode de volgende gegevens verschaft:

1° per motief het aantal uitzendkrachten en de uren die ze gepresteerd hebben;
2° de totale kostprijs van de uitzendkrachten.