Terug

2018_GR_00114 - Toekenning van een compenserende financiering voor een meerkost door de overname van stedelijke werknemers - Goedkeuring

Commissie Welzijn, Werk en Milieu
di 16/01/2018 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Rudy Coddens
2018_GR_00114 - Toekenning van een compenserende financiering voor een meerkost door de overname van stedelijke werknemers - Goedkeuring 2018_GR_00114 - Toekenning van een compenserende financiering voor een meerkost door de overname van stedelijke werknemers - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • Het Decreet van 14 juli 1998 inzake de sociale werkplaatsen.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 1.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

In 1999 richtte de Stad Gent de sociale werkplaats Labeur vzw op. Dat gebeurde in het kader van het Decreet van 14 juli 1998  inzake sociale werkplaatsen, dat de wettelijke basis vormt voor alle sociale werkplaatsen in Vlaanderen en oplegt dat sociale werkplaatsten alleen onder een vzw-statuut mogen georganiseerd worden. Daartoe werd de werking, die voorheen vanuit de Dienst Werk werd georganiseerd, overgeheveld naar de nieuwe vzw. De nieuwe raad van bestuur, allen afgevaardigden van de Stad Gent, bepaalde dat de werknemers konden overgaan naar de vzw met behoud van de arbeidsvoorwaarden van de Stad (loon en vakantieregeling). Deze regeling werd bekrachtigd door de gemeenteraad van 18 oktober 1999.

Op 20 december 2017 werken bij Labeur 21 VTE doelgroepwerknemers. Daarnaast biedt Labeur een werkvloer voor 12 werknemers in het kader van art. 60, § 7 - tewerkstelling van de Organieke Wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De doelgroepwerknemers worden begeleid door 8 VTE omkaderingspersoneel.

De vzw Labeur wordt gesubsidieerd met middelen van de Vlaamse Gemeenschap (in het kader van de erkenning sociale werkplaats). Van bij de start tot en met 2017 ontving Labeur ook middelen van de Stad Gent, ter ondersteuning van de werking (gemeenteraadsbesluit van 26 januari 2015).

Labeur levert onder meer de volgende diensten: schilderen en pleisteren, plaatsen van gyprocwanden, dak- en zolderisolatie, ...

Het bestuur van de vzw koos er gaandeweg voor om verder door te groeien op de private markt, onder meer door het aanbod van bouwproducten uit te breiden en zich ook te richten op het klantensegment van de particulieren. Voor werknemers voor wie taken in de bouw niet (meer) aangewezen zijn, gaat Labeur op zoek naar andere beter geschikte opdrachten, zoals onderhoudstaken (reinigen van deelauto's, reinigen van hulptoestellen voor mindervaliden, ... ).

Labeur slaagt er de voorbije jaren in om gestaag zijn omzet te vergroten, onder meer door in te spelen op nieuwe niches. De stap naar huisvesting op de UCO-site betekent een belangrijke stap in functie van verdere ontplooiïngskansen. Ook de steun vanuit de Stad om een beter HR-beleid uit te bouwen voor de werknemers werpt zijn vruchten af.

Toch vormen de loonsvoorwaarden van de medewerkers die nog steeds volgens de voorwaarden van de rechtspositieregeling worden betaald (12 VTE doelgroepwerknemers en 7,6 VTE omkadering) een zware belasting voor het bedrijf en een concurrentieel nadeel t.o.v. andere sociale werkplaatsen, die verlonen volgens het Paritair Comité 327.01, met een veel lagere loonkost voor zowel doelgroepwerknemers als omkadering tot gevolg.

Daarom besliste de raad van bestuur sedert 2012 om nieuwe werknemers te verlonen volgens de voorwaarden van Paritair Subcomité 327.01.

Desondanks blijft de loonhandicap echter zeer groot: 12 doelgroepwerknemers alsook de volledige omkadering worden nog steeds vergoed volgens de barema's van Rechtspositieregeling (RPR) voor het personeel van de lokale overheid. Dat betekende voor Labeur in 2016 een effectieve meerkost van 135.184,81 euro t.o.v. de verloning volgens de barema's van PC 327.01.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Om Labeur vzw toe te laten zich concurrentieel op de markt te kunnen begeven, is een compensatieregeling voor de historische loonhandicap aangewezen voor het contingent medewerkers (zowel doelgroepwerknemers als omkadering) dat op vandaag onder de RPR-voorwaarden (loon- en verlofregeling) tewerkgesteld zijn, verder genoemd het RPR-contingent. Dit contingent is nominatief vastgelegd en bestaat uit 12 doelgroepwerknemers en 8 omkaderingspersoneelsleden.

Daarom wordt voorgesteld om jaarlijks 2/3e van de effectieve loonhandicap van het RPR-contingent te vergoeden, met een maximum van 90.000 euro/jaar (geïndexeerd).

Redenen voor het slechts gedeeltelijk compenseren van de meerkost zijn de volgende:
- Het aanhouden van de RPR-voorwaarden werd niet eenzijdg opgelegd door de gemeenteraad van de Stad Gent, maar was tevens een beslissing van de raad van bestuur van Labeur vzw, die tot in 2012 ook voor nieuwe werknemers deze regeling aanhield.
- In de voorbije jaren slaagde Labeur erin om de meerkost gedeeltelijk te compenseren via de geleverde omzet.
- Het is voor de Dienst Werk budgettair niet haalbaar om de volledige meerkost van de lonen voor de werknemers van het  RPR-contingent (doelgroepwerknemers + omkadering) te compenseren.

Voor de berekening van de effectieve loonhandicap voor het RPR-contingent wordt jaarlijks, op basis van de individuele rekeningen van alle nog in dienst zijnde werknemers uit het RPR-contingent, de effectieve jaarloonkost van deze werknemers gesommeerd en verminderd met de gesommeerde fictieve loonkost van diezelfde werknemers op basis van het paritair comité 327.bis, waarbij per werknemer rekening wordt gehouden met het aantal werkelijk gepresteerde en vergoede dagen.

Er wordt voorgesteld dat vanaf 2018 jaarlijks bij de start van elk kalenderjaar 80 % van het geïndexeerd basisbedrag (= 90.000,00 euro) wordt uitbetaald, zijnde 72.000,00 euro. Vanaf het jaar X+1 wordt op basis van de berekende reële meerkost het saldo van 20 % van het geïndexeerde jaarbedrag uitbetaald, voor zover dat de reële meerkost niet onder het geïndexeerde basisbedrag zakt. Eens de reële loonhandicap onder het geïndexeerde basisbedrag daalt, wordt het voorschot aangepast aan 80 % van de reële meerkost.

De regeling is uitdovend en houdt op wanneer alle werknemers van het RPR-contingent uit dienst zijn bij de vzw Labeur.

De vzw dient elk jaar haar balans en rekeningen alsook een verslag inzake beheer en financiële toestand aan de Stad Gent te bezorgen.

De compensatie dient te worden aangewend voor het doel waarvoor zij werd toegekend, zoniet dient de compensatie te worden terugbetaald. De Stad heeft het recht om de aanwending van de compensatie ter plaatse te controleren, bij verzet tegen deze controle dient deze te worden teruggevorderd.

De compensatie mag gestort worden op het rekeningnummer BE56 0910 1228 6188. Labeur vzw zal elke wijziging met betrekking tot dat rekeningnummer onmiddellijk aan de Stad overmaken.

Besluit

De commissie welzijn, werk en milieu legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Keurt goed de beslissing om door middel van een compensatieregeling ten gunste van Labeur vzw de historische jaarlijkse meerkost voor maximum 90.000,00 euro (geïndexeerd) ten laste te nemen voor die werknemers die werden aangeworven volgens de loon- en vakantieregeling van de Stad Gent, zolang deze werknemers bij Labeur in dienst blijven.


Bijlagen

  • Gemeenteraadsbesluit oprichting gemeentelijke vzw Labeur
  • Geanonimiseerde lijst RPR-contingent
  • FinanciĆ«le fiche vzw Labeur