Het einde van dit schooljaar nadert en voor vele leerlingen in het basisonderwijs betekent dat gewoon dat de vakantie in zicht is. Sommige leerlingen en hun ouders zullen immers ook minder fijn nieuws krijgen. Wanneer een leerling op het einde van het schooljaar onvoldoende beantwoordt aan de vooropgestelde vereisten, kan de school immers beslissen dat de leerling moet zittenblijven.
Van zittenblijven is het duidelijk dat het niet eenvoudig als een positieve of negatieve maatregel kan worden gezien. In de visietekst ‘zittenblijven in het basisonderwijs’ stelt de OVSG het zo: “Heel wat onderzoeken tonen aan dat zittenblijven op langere termijn niet steeds het beoogde effect heeft. Vaak is er op korte termijn wel een leerwinst vast te stellen, maar die verdwijnt snel. Leerlingen presteren met andere woorden tijdens hun bisjaar beter in vergelijking met hun jongere klasgenoten, maar dit effect verdwijnt in de daaropvolgende leerjaren. Daarbij komt dat zittenblijven vaak nefast is voor de motivatie van leerlingen en de oorzaak vormt van sociaal-emotionele problemen. Al deze factoren leiden ertoe dat leerlingen die zittenblijven meer kans hebben om ongekwalificeerd op de arbeidsmarkt terecht te komen en een minder gunstige sociaal-economische startpositie verwerven.”
Is er een algemene visie of een beleid rond zittenblijven in het stedelijk basisonderwijs? Hoe wordt een dergelijke beslissing genomen en op basis van welke criteria? Hoe worden de ouders en de leerling betrokken en/of geïnformeerd? Wat is de rol van de brugfiguur (indien er op de school een brugfiguur aanwezig is)?
- Wat zijn de beschikbare cijfers over zittenblijven in het stedelijk basisonderwijs? Is er een evolutie merkbaar?
- Zijn er specifieke cijfers gekend over zittenblijven bij leerlingen die als thuistaal niet het Nederlands hebben?
Het is belangrijk om te weten dat er een wettelijk kader is:
Uiteraard werken alle stedelijke scholen zoals de regelgeving voorschrijft.
Wij adviseren de stedelijke scholen ook de CLB-contactpersoon te betrekken (mits toestemming van de ouders) als er een intentie tot zittenblijven is. Scholen proberen er ook voor te zorgen dat dit niet op het einde van het schooljaar naar boven komt, er zijn al veel eerder contactmomenten met de ouders. Op die manier verschieten de ouders niet op het einde van het schooljaar.
We proberen het zoveel mogelijk te vermijden, het is eerder een uitzondering, we onderschrijven dan ook de visie van OVSG. Maar soms, in het belang van het kind en gezien het traject van het kind, wordt er wel voor gekozen.
Specifieke cijfers van stedelijk onderwijs kan ik u niet geven.
We zitten namelijk met heel wat methodescholen waar er niet per jaar of per leeftijdsgroep gewerkt wordt.
Dat heeft als nadeel dat de cijfers moeilijk om aan te leveren zijn.
Het voordeel is dat – opnieuw naar het kindje van het eerste leerjaar – het kindje eigenlijk 2 jaar de tijd krijgt om bij te benen in plaats van 1 jaar. En dat zorgt er bij veel kinderen voor dat ze ruimte hebben om nog een sprong te maken. Op die manier vermindert het zittenblijven en ook mogelijke negatieve effecten.
Zo werken geeft meer mogelijkheden om te differentiëren en zorgt er ook voor dat een kindje die het eerste leerjaar volgt en niet volledig mee is, toch in dezelfde klasgroep blijft. Het kindje blijft bij zijn leeftijdsgenootjes en moet niet vanaf nul beginnen. Het zorgt voor een tussenniveau.
Als we dan toch kijken naar de cijfergegevens, dan kijken we naar de gemeenterapporten (die gaan over meer dan enkel het stedelijk onderwijs).
De cijfers:
|
|
Zittenblijver |
Geen zittenblijver |
Onbekend of NVT |
Totaal |
Totaal procent |
||||||||||
|
jaar |
Jongens |
Meisjes |
Totaal |
Jongens |
Meisjes |
Totaal |
Jongens |
Meisjes |
Totaal |
Jongens |
Meisjes |
Totaal |
Jongens |
Meisjes |
Totaal |
|
2010_2011 |
303 |
334 |
637 |
5748 |
5771 |
11519 |
181 |
179 |
360 |
6.232 |
6284 |
12516 |
5,01% |
5,47% |
5,24% |
|
2011_2012 |
314 |
333 |
647 |
5819 |
5847 |
11666 |
177 |
177 |
354 |
6310 |
6357 |
12667 |
5,12% |
5,39% |
5,25% |
|
2012_2013 |
291 |
320 |
611 |
6002 |
5985 |
11987 |
143 |
159 |
302 |
6436 |
6464 |
12900 |
4,62% |
5,08% |
4,85% |
|
2013_2014 |
270 |
286 |
556 |
6115 |
6083 |
12198 |
157 |
160 |
317 |
6542 |
6529 |
13071 |
4,23% |
4,49% |
4,36% |
|
2014_2015 |
310 |
302 |
612 |
6177 |
6269 |
12446 |
183 |
160 |
343 |
6670 |
6731 |
13401 |
4,78% |
4,60% |
4,69% |
|
2015_2016 |
312 |
263 |
575 |
6333 |
6439 |
12772 |
182 |
176 |
358 |
6827 |
6878 |
13705 |
4,70% |
3,92% |
4,31% |
We zien dat het licht afneemt. Zowel in absolute als in relatieve cijfers.
De link met thuistaal is vanuit de gemeenterapporten niet te maken.
We gaan wel kijken wat we kunnen halen uit de gemeenterapporten en uit de rapporten die de scholen ontvangen. Zitten blijven en schoolse voorderingen zitten daar niet in.
Ik had bij alle scholen de cijfers kunnen opvragen. Dat heb ik niet gedaan omwille van de plan last, zeker omdat we weten dat de scholen hierover klagen. We moeten op centraal niveau bekijken wat zinvol is.
Concluderend: we volgen de wetgeving, we onderschrijven de visie van OVSG en de cijfers van heel Gent zijn licht dalend en dus positief.
di 22/05/2018 - 09:41