Terug
Gepubliceerd op 19/01/2021

2018_MV_00006 - Mondelinge vraag van raadslid Mieke Bouve: "Leescultuur gaat sterk achteruit...Meer nog verdwijnt"

Commissie Onderwijs, Personeel en FM
wo 10/01/2018 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 10/01/2018 - 19:56
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Paul Goossens, Wis Versyp, Freya Van den Bossche, Sami Souguir, Fatma Pehlivan, Zeneb Bensafia, Karlijn Deene, Mehmet Sadik Karanfil, Astrid De Bruycker, Greet Riebbels, Caroline Van Peteghem, Mieke Bouve, Ömer Faruk Demircioglu, Robin De Wulf, Chris Maryns-Van Autreve, Cengiz Cetinkaya, Carl De Decker, André Rubbens

Afwezig

Ilknur Cengiz, Siegfried Bracke, Anne Schiettekatte, Bruno Matthys, Bram Van Braeckevelt, Camille Daman, Sandra Van Renterghem, Gabi De Boever, Johan Deckmyn, Guido Meersschaut, Jef Van Pee, Stephanie D'Hose, Gert Robert, Dirk Holemans

Secretaris

André Rubbens
2018_MV_00006 - Mondelinge vraag van raadslid Mieke Bouve: "Leescultuur gaat sterk achteruit...Meer nog verdwijnt" 2018_MV_00006 - Mondelinge vraag van raadslid Mieke Bouve: "Leescultuur gaat sterk achteruit...Meer nog verdwijnt"

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Uit het internationale PIRLS- onderzoek dat op 6/12/2017 werd voorgesteld, blijkt dat de vaardigheid "begrijpend lezen" bij Vlaamse kinderen in 10 jaar sterk is afgenomen. Meer zelfs: binnen Europa tekent onze regio voor de sterkste daling. 

Waaraan ligt dat? (concreet: het duurt een half (school) jaar langer, voor kinderen in het vierde leerjaar hetzelfde niveau halen als 10 jaar geleden.)

Eigenlijk zouden kinderen binnen het lespakket, dagelijks 20 minuten moeten lezen en liefst zo jong mogelijk al.

Belangrijke indicatie-factoren voor deze achteruitgang zijn wellicht:

  1. de instructietijd: het klassieke taalonderwijs gaat achteruit;

  2. de invloed van de leerkrachten: kwaliteit van de instroom van de lerarenopleiding verzwakt;

  3. de leescultuur verdwijnt: de traditie van onze taal opwaarderen zowel op school als thuis door voorlezen, woordspelletjes, liedjes zingen en bib-bezoek.

Indiener(s)

Mieke Bouve

Gericht aan

Elke Decruynaere

Tijdstip van indienen

do 04/01/2018 - 11:56

Toelichting

  • Wat vindt de schepen van deze alarmerende situatie, omtrent de "leesvaardigheid bij jongeren"? 

  • Hoe kunnen we dit concreet aanpakken in de Gentse scholen?

  • Heeft u weet van Gentse scholen die het "Lees-interventie - project met een totaalaanpak" list toepassen, om het leesgedrag van jongeren op te krikken?

  • Voorziet u eventueel ook nog andere maatregelen, ter bevordering van de leescultuur in onze Gentse scholen?

Bespreking

Antwoord

Wat vindt de schepen van deze alarmerende situatie, over de "leesvaardigheid bij jongeren"?

Ik denk dat we onmogelijk tevreden kunnen zijn met de onderzoeksresultaten die gelden voor heel Vlaanderen. Binnen West-Europa is Vlaanderen de sterkste daler. En we zien een daling bij zowel de Nederlandstalige als bij de niet-Nederlandstalige leerlingen.

Ik vind het heel jammer dat te lezen. Ik ben trouwens zelf iemand die lezen heel belangrijk vindt. In het bijzonder het begrijpend lezen. We weten allemaal hoe belangrijk taal en een goede taalkennis is. Maar als je dat begrijpend lezen niet onder de knie hebt, dan heeft dat eigenlijk zijn effect voor verschillende vakken op school. Dat je eigenlijk zelfs de vraag niet snapt, als er een toets gegeven wordt, en vandaar uit kan een grote schoolse achterstand ontstaan.

Dus het hypothekeert de ontwikkeling van kinderen. Dus ik denk dat we het inderdaad zeer ernstig moeten nemen. Het is terecht ook al een groot debat geweest in het Vlaams Parlement, en ik denk dat iedereen op zijn of haar niveau moet kijken wat die daar aan kan doen, in de eerste plaats natuurlijk de leerkrachten. Uit het onderzoek bleek dat vooral de ervaren leerkrachten wel weten hoe er mee om te gaan maar dat het eigenlijk de nieuwere, jongere leerkrachten zijn voor wie het een grotere uitdaging is. Dus ik denk dat we echt moeten kijken: wat kunnen wij doen?

 

Hoe kunnen we dit concreet aanpakken in de Gentse scholen?

Nu, wat kan ik doen als schepen van onderwijs van de stad Gent?

Eerst en vooral, en collega Goossens verwees er ook naar, als schoolbestuur heeft deze gemeenteraad een verantwoordelijkheid. Wij zijn inrichtende macht van het Stedelijk Onderwijs en dragen dus ook de eindverantwoordelijkheid als het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. En dan kan ik u meegeven dat de eigen pedagogische begeleiders daar een zeer belangrijke rol in spelen. Zoals u weet heeft elke onderwijskoepel een pedagogische begeleidingsdienst. Die zitten vaak in Brussel, of soms op niveau van Oost-Vlaanderen voor het Katholieke Onderwijs. Ook OVSG heeft een pedagogische begeleidingsdienst. Zij voorzien onder andere ook in de OVSG-toetsen en de opvolging ervan. Het Stedelijk Onderwijs Gent heeft beslist - gelukkig maar – om zelf te investeren in pedagogische begeleiders. Als we zoiets vaststellen, kunnen die gaan kijken hoe wij daar nu mee aan de slag gaan en welke de zaken zijn die we extra gaan doen voor onze scholen.

De onderzoekers van KU Leuven hebben een aantal aanbevelingen geformuleerd vanuit deze vaststellingen en die kunnen we meenemen naar onze scholen. Dan heb ik het over de Algemene Vergadering met de directies, maar ook de gesprekken die plaats vinden tussen de scholen zelf, het CLB, en de pedagogische begeleiders. Er zijn al een aantal, dat de afgelopen jaren al gebeurd zijn. Er zijn heel wat verschillende vormingen aangeboden door onze pedagogische begeleiders, en zij bepalen altijd hun aanbod op basis van de noden die zij zien bij de scholen. En zeker als een signaal als dit komt, wees gerust, wordt dat meegenomen.

Er is ook al het één en ander voorzien als het gaat over taal en lezen in dat aanbod. We motiveren en doen er ook alles aan om leerkrachten, en dat gaat dan trouwens ook verder dan die enkel van het Stedelijk Onderwijs, een krachtige leeromgeving aan te bieden. De Krook heeft bv. een heel uitgebreide bibliotheek en werking naar scholen toe. Dit is een mooi voorbeeld van wat we als stad kunnen doen voor alle scholen, en niet alleen naar scholen van het Stedelijk Onderwijs. Binnen het Stedelijk Onderwijs is er ook echt een brochure specifiek gemaakt over taalontwikkeling en wat je thuis kan doen om dit te gaan stimuleren als ouder. Want ook de ouders hebben hier toch een aandeel in.

In samenwerking met iCLB wordt ook gekeken of dat die informatie zeer gericht kan doorgegeven worden naar die kinderen die er ook echt nood aan hebben. En ik kan u meegeven dat de voorbije twee jaar binnen de pedagogische begeleidingsdienst van het Stedelijk Onderwijs - in samenwerking met die van OVSG - er is ingezet op aanvankelijk lezen en op voortgezet technisch lezen. Dat waren dus al twee klemtonen op onze scholen. We gaan daar vanzelfsprekend nu mee verder, en kijken of we nog een tandje kunnen bijsteken. Ik kan u trouwens meegeven, als we gaan kijken naar de resultaten van de OVSG-toetsen, dat we dan, wat betreft Stedelijke scholen, want daar heb ik zicht op, eigenlijk op het Vlaams gemiddelde zitten, dus daar zeker niet zwaar onder zitten. En we eigenlijk een kleine stijging en vooruitgang gekend hebben voor de meeste scholen, in de afgelopen jaren. Als dat dan al een lichtpuntje kan zijn, maar ik denk dat er voor alle duidelijkheid in ieder geval werk aan de winkel is, en dit echt wel een rapport is dat in heel Vlaanderen en op alle banken voor actie moet zorgen.

Wat ook bleek, en dat waren ook de aanbevelingen uit het onderzoek: betrek ook de ouders en de brede leeromgeving mee in het verhaal, en begin hier al vroeg mee: vanaf de kleuters en de kinderopvang. Wat doen we op dat vlak? We hebben het boekje “Proef” van de bibliotheek Gent. En in de kinderopvang zetten we heel hard in op het taalbeleid, samen met al de medewerkers. Een van onze kinderopvanginitiatieven heeft zijn eigen bibliotheek, waar dat ouders boekjes kunnen komen lezen en voorlezen. Ik denk ook aan de “verteltassen”. Het is geen toeval dat toen onze directeur van de dienst Kinderopvang op pensioen ging, al de kinderopvanginitiatieven van de stad Gent bij wijze van cadeau aan haar afgesproken hebben dat ze elke woensdag net voor de vakantie op hetzelfde ogenblik een talige activiteit gaan organiseren. Ze hebben dit gedaan als een soort eerbetoon aan de directeur, omdat zij al die jaren, en ze had heel wat jaren op haar teller staan als directeur van de dienst Kinderopvang, altijd heel erg gehamerd heeft op het pedagogische aspect van die kinderopvang. Om ook in de buitenschoolse opvang al in te zetten op het voorlezen, op het met taal bezig zijn, op een creatieve en speelse manier. En opnieuw, dat is precies een van die aanbevelingen in de studie nu van de KU Leuven.

Ook via het Onderwijscentrum, dat is dan weer een werking die zich richt tot alle scholen, hebben we een aantal, dat er toch wel echt op in spelen. Voor de “Vertelfestivals” gaan in de verschillende wijken zowel professionals als vrijwilligers in de bibliotheek maar ook bij mensen thuis gaan om te gaan voorlezen. Daarnaast verwijs ik ook graag naar:

  • Boek op Bezoek.
  • Infomomenten specifiek voor anderstalige ouders om hen te informeren en mee te krijgen.
  • Lezerscollectief: een proefproject waarbij in vier verschillende scholen gedurende 20 weken wordt voorgelezen aan kinderen van de derde graad basis en eerste graad secundair, en de kinderen krijgen dan zelf de kans om te reageren en er over in gesprek te gaan. Dus echt dat begrijpend aspect: samen lezen, wat leren we daar uit en daar dan met elkaar over in gesprek gaan.
  • Bij de Buren is een project waarbij professionals verhalen gaan voorlezen op scholen en de ouders de kans krijgen om diezelfde mensen bij hun thuis uit te nodigen.
  • Er is De Kleine Cervantes, een jeugdliteratuurprijs die de Dienst Cultuur van de Stad Gent organiseert, en waar onder andere de Kopergietery en de Krook aan deelnemen. De deelname van de jongeren is op vrijwillige basis en een terugkerend jaarlijks succes.

Hebt u weet van Gentse scholen die het "Lees-interventie - project met een totaalaanpak" list toepassen, om het leesgedrag van jongeren op te krikken?

U vraagt ook, mevrouw Boeve, of we weet hebben van Gentse scholen die het "Lees-interventie - project met een totaalaanpak" toepassen om het leesgedrag van jongeren op te krikken. Ik kan in deze natuurlijk enkel spreken over de stedelijke scholen. Heel wat scholen maken effectief werk van hun taalbeleidsplan, er ook zelf eentje hebben waarbij dat technisch lezen, het leesplezier en begrijpend lezen telkens een plaats innemen. Het zijn iedere keer elementen uit het LIST-programma. Dat wil niet zeggen dat ze dit allemaal volledig afwerken. Scholen bekijken waar de school en de leerlingen de meeste nood aan hebben. En dat is ook de manier waarop wij werken. We gaan niet van bovenaf gaan opleggen: dit programma moet nu uniform in alle scholen gelijk. Je ziet dat er grote verschillen zijn. Elke school is in die zin zowel op vlak van leerlingen als van leerkrachten verschillend. Dus we passen er voor om één totaalaanpak te gaan opleggen. Maar we ondersteunen, en houden ook wel heel goed in de gaten, we volgen op, wat leren we uit de OVSG-testen? Zodanig dat we ook zien voor welke school het wel echt een probleem is en waar we een tandje kunnen bijsteken. En zij kunnen dus rekenen op de goede ondersteuning van onze pedagogische begeleidingsdienst.

 

Voorziet u eventueel ook nog andere maatregelen, ter bevordering van de leescultuur in onze Gentse scholen?

U vroeg nog of dat er nog bijkomende maatregelen voorzien worden als gevolg nu, van deze resultaten. Ja, dat is zo.

Ten eerste is er een opvolging van de leesprestaties op de eindtoetsen zesde leerjaar, op vlak van lezen en die vinden plaats in juni 2018. We gaan daar dus een analyse op uitvoeren, en kijken welke gerichte aanpak aangewezen is.

Verder kijken we ook uit naar de peilingsproef voor Nederlands van 2018. In dat jaar gaan we de evoluties onderzoeken van de leerlingen die toen mee gewerkt hebben aan het PIRLS-onderzoek. Zij zaten toen in het vierde leerjaar en zitten intussen in het zesde leerjaar. En net dat is heel interessant, om te zien welk evolutie die leerlingen doorgemaakt hebben. Ik denk dat dat het belangrijkste moet zijn: dat elke leerling vooruit gaat, wat ook zijn of haar achtergrond is. De bedoeling moet steeds zijn dat je niet blijft stil staan, en dat je echt vordering maakt. En dat zal precies het zeer interessante zijn van dit vervolgonderzoek. En op basis daarvan gaan we terug aan de slag.

We moeten de autonomie van de scholen echt wel respecteren. Ik geloof niet in eenheidsworst. Maar dat is het voordeel van onze rol als schoolbestuur, en ook het lokale bestuur, dat we natuurlijk wel dicht bij de scholen zitten en ook rekening kunnen houden met de context, en dus ook de specifieke noden van de scholen en de leerlingen.

di 16/01/2018 - 08:59