Recent bracht een groep rolstoelgebruikers van een WZC in de Gentse regio een bezoek aan het Huis van Alijn. Het WZC nam op voorhand contact met het Huis van Alijn in verband de bereikbaarheid van het museum en er werd ook effectief een vergunning bekomen om tot aan het museum te rijden. Niettemin: enkele dagen later ontving het WZC diverse boetes. Reden? Men was de autovrije zone langs de verkeerde weg binnen gereden. Beroep aantekenen haalde niets uit.
In een mail betreurt de directeur van het Huis van Alijn de gang van zaken: “Samen met jou betreur ik deze gang van zaken heel erg. Jullie hebben ferme inspanningen gedaan om tot bij ons te geraken met een grote groep rolstoelgebruikers. Ook wij hebben gedaan wat in onze mogelijkheden ligt om jullie bezoek zoveel mogelijk te faciliteren. En dan zo’n domper… Ik kaartte dit ook aan bij mijn directeur. Zij heeft daaromtrent contact gehad met het kabinet van Filip Watteeuw, schepen van mobiliteit. Maar tevergeefs. Ik begrijp dat een bezoek aan Gent jullie vanaf nu afschrikt, maar hoop toch dat jullie het Huis van Alijn nog bezoeken. En wij leerden uit dit voorval dat we onze klanten nog beter moeten informeren over de mobiliteit in Gent.”
De ombudsvrouw heeft ook al herhaaldelijk gepleit voor een zekere coulance: deze mensen hebben inspanningen gedaan, men had een vergunning, men heeft uit onwetendheid per ongeluk een verkeerde weg gekozen. Dit is slechte reclame voor Gent.
Wat is het standpunt van de schepen in deze? Kan in de toekomst wat meer coulance aan de dag gelegd worden?
Hoe gaat men dit soort toestanden in de toekomst voorkomen? Hoe kan het dat zelfs goedmenende stadsmedewerkers de mobiliteitssituatie niet uitgelegd krijgen aan goedmenende burgers?