Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 2.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 43, § 1, § 2, 9° en artikel 159.
De gemeenteraad heeft in zitting van 25 november 2013 het begrip dagelijks bestuur toen opnieuw gedefinieerd, dit naar aanleiding van de inwerkingtreding van de overheidsopdrachtenwet van 15 juni 2006.
Hieruit vloeit voort dat op vandaag het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van alle overheidsopdrachten, waarvan de waarde minder is dan 85.000 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde, die verrekend worden op kredieten ingeschreven in het exploitatie- en investeringsbudget. Dit bedrag is analoog aan het drempelbedrag voor het voeren van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.In dezelfde zitting heeft het college van burgemeester en schepenen tevens bevoegdheid gekregen om wijzigingen aan te brengen tot 15 % alsook om de uitvoeringstermijn/leveringstermijn aan te passen tijdens de uitvoering.
Naast overheidsopdrachten heeft de gemeenteraad in 2013 het dagelijks bestuur ingevuld voor een aantal andere verrichtingen.Meer bepaald heeft zij als verrichtingen van dagelijks bestuur vastgesteld alle uitgaven, met uitzondering van subsidies en daden van beschikking van onroerende goederen, met een waarde minder dan 8.500 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde, die verrekend worden op kredieten ingeschreven in het exploitatie-en investeringsbudget.
Na de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur en delegaties bij reglement heeft het college van burgemeester en schepenen in zitting van 13 december 2013, in zitting van 27 februari 2014 en zitting van 21 augustus 2014 bepaalde bevoegdheden verder gedelegeerd aan de stadssecretaris met mogelijkheid van subdelegatie. De stadssecretaris heeft in diverse besluiten van respectievelijk 16 december 2013, 6 maart 2014 en van 25 augustus 2014 bepaalde bevoegdheden gedelegeerd voor onbepaalde duur aan de departementshoofden en diensthoofden. Hieruit vloeit voort dat op vandaag de departementshoofden en diensthoofden bevoegd zijn voor alle overheidsopdrachten én verrichtingen van dagelijks bestuur waarvan de waarde minder is dan 8.500 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde. Deze verrichtingen komen tot stand via een ondertekende bestelbon. De gedelegeerde bevoegdheid geldt niet voor subsidies, daden van beschikking van onroerende goederen, daden van beheer van stadseigendommen.
In het Belgisch Staatsblad van 14 juli 2016 is de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten gepubliceerd. Deze overheidsopdrachtenwet 2016 vervangt de wet van 15 juni 2006. Op 9 mei 2017 is het Koninklijk Besluit plaatsing van 18 april 2017 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit KB heeft voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet overheidsopdrachten gezorgd op datum van 30 juni 2017. Op 27 juni 2017 hieropvolgend is ook het nieuwe KB uitvoering in het Belgisch Staatsblad verschenen.
De nieuwe regelgeving omvat onder meer volgende nieuwe bepalingen :
1)het drempelbedrag om beroep te doen op een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking wordt verhoogd van 85.000 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde naar 144.000 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde.Voorgaande maar ook het soepeler kunnen werken, maakt het wenselijk de grens voor de bevoegheid van het college om bestekken vast te stellen of om te beslissen over bepaalde verrichtingen van dagelijks bestuur eveneens op te trekken naar 144.000 euro (exclusief btw), zoals op heden bepaald in het ministerieel besluit van 21 december 2017 tot wijziging van de Europese bekendmakingsdrempels.Voormeld drempelbedrag geldt voor de jaren 2018 en 2019 en zal 2-jaarlijks worden herzien. Het is aangewezen om, gelet op deze 2-jaarlijkse herziening, om bij de hervaststelling van het dagelijks bestuur niet langer te verwijzen naar een concreet bedrag maar naar de bepaling in de regelgeving (art. 42, § 1, 1°,a) wet overheidsopdrachten) om gebruik te maken van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking wanneer de goed te keuren uitgave lager ligt dan het bedoelde drempelbedrag.
2)in het nieuwe KB uitvoering overheidsopdrachten is er in artikel 37 en 38 (waarvan een overzicht in de bijlage) een nieuw regelgevend kader met een lijst van toepassingsgevallen waarbinnen er sprake kan zijn van een aanvaardbare wijziging tijdens de uitvoering van de opdracht.
Enerzijds bespaart dit kader ons vroegere juridische discussies mbt. de hoedanigheid van wijzigingen, anderzijds biedt dit een duidelijk en uniformer rechtskader waarbinnen wijzigingen mogelijk zijn zonder een nieuwe plaatsingsprocedure.
Nieuw is onder meer dat een opdracht mag gewijzigd worden met aanvullende werken, leveringen en diensten die noodzakelijk zijn geworden met 50 procent, en dit zelfs meerdere malen. Ook de vroegere 15% regel zit in voormeld artikel 38 weliswaar voor leveringen en diensten nu beperkt tot 10%. Hoger kader maakt komaf met de visie dat wijzigingen in werkelijkheid altijd neerkomen op een nieuwe vaststelling van de voorwaarden van de opdracht waarbij de bevoegdheid om tot dergelijke wijzigingen te besluiten toekomt aan het orgaan welke de voorwaarden heeft vastgesteld.
Nieuw is dat in overeenstemming met voormelde artikelen het toegestaan is de opdracht te wijzigen in de gevallen voorzien in deze artikelen.
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om deze wijzigingen goed te keuren in het kader van haar uitvoeringsbevoegdheid op grond van artikel 57, § 3, 4° van het Gemeentedecreet. Het college staat immers in voor de uitvoering van de overheidsopdracht en kan, als dat nodig is voor de uitvoering, de overeenkomst wijzigen. Bijgevolg dienen de 15% regel alsook de delegatie van uitvoeringstermijn niet langer via delegatie bij reglement aan het college toevertrouwd worden.
Het college is dus ondermeer bevoegd om alle wijzigingen in het kader van de 10 % of 15 % regel goed te keuren, ook als het drempelbedrag van 144.000 euro wordt overschreden en het bestek slechts door het college zou vastgesteld zijn.
Voormelde regeling geldt voor opdrachten waarvan het geraamde bedrag hoger is dan 30.000 euro (exclusief btw), en dus niet voor de zogenaamde opdrachten op basis van aanvaarde factuur.
3)het drempelbedrag om te werken met aanvaarde factuur wordt verhoogd naar 30.000 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde. Voorgaande maakt het wenselijk om de huidige grens van 8.500 euro, zonder belasting over de toegevoegde waarde, waarvoor tot op vandaag diensthoofden en departementshoofden bevoegd zijn zowel voor overheidsopdrachten als voor andere verrichtingen van dagelijks bestuur, eveneens te verhogen en verder te delegeren. De delegatiebesluiten voor verdere delegatie zullen in afzonderlijke besluiten ter goedkeuring worden voorgelegd respectievelijk aan het college van burgemeester en schepenen en stadssecretaris, na goedkeuring van onderhavig besluit.
Bijkomend wordt voorgesteld om het dagelijks bestuur uit te breiden met de bevoegdheid voor het college om, ongeacht de waarde van de opdracht, elke herhalingsopdracht voor werken of diensten goed te keuren. Op grond van artikel 42 § 1.,2° Wet Overheidsopdrachten is het mogelijk een herhaling van de opdracht te gunnen op voorwaarde dat deze mogelijkheid van herhaling in het oorspronkelijk bestek wordt opgenomen en de gunning van de herhalingsopdrachten gebeuren binnen drie jaar na de sluiting van de oorspronkelijke opdracht. Het college is bevoegd voor deze herhaling(en) vermits de basisopdracht in de meeste gevallen reeds is goedgekeurd door de gemeenteraad en de gemeenteraad ook de mogelijkheid van herhaling heeft goedgekeurd. Bijkomende argumentatie is dat op die manier gelijkaardig wordt gewerkt met de aanvullende werken, leveringen of diensten welke ook worden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen vermits deze nu opgenomen zijn in voormeld artikel 38 KB uitvoering.
Het begrip “dagelijks bestuur” wordt gedefinieerd als volgt :
- Alle uitgaven waarvan de waarde minder is dan de drempel voorzien in artikel 42, § 1, 1°, a) van de wet overheidsopdrachten, die verrekend worden op kredieten ingeschreven in het exploitatie-en investeringsbudget, met uitzondering van subsidies en daden van beschikking van onroerende goederen.
- Elke herhaling van een overheidsopdracht op grond van artikel 42, § 1, 2° ongeacht de waarde van de opdracht op voorwaarde dat de basisopdracht door de gemeenteraad is vastgesteld. De oorspronkelijke opdracht dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld als de raming van het opdrachtbedrag, dit is de waarde van de oorspronkelijke opdracht, inclusief alle herhalingen, het drempelbedrag van het dagelijks bestuur zou overschrijden.
Door deze hervaststelling wordt het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor volgende aangelegenheden van dagelijks bestuur meer bepaald :
Voor alle overheidsopdrachten de vaststelling van de plaatsingsprocedure en van de voorwaarden van de opdracht, en
Naast overheidsopdrachten (met uitzondering van subsidies en daden van beschikking van onroerende goederen) eveneens alle beslissingen te nemen omtrent een restcategorie van uitgaven.
Eveneens wordt het college van burgemeester en schepenen bevoegd om voor elke herhaling van een overheidsopdracht de vaststelling, de voorwaarden en de gunning goed te keuren. De oorspronkelijke of basis- opdracht dient uiteraard nog door de gemeenteraad vastgesteld te worden indien de waarde van de basis inclusief alle herhalingen het drempelbedrag van het dagelijks bestuur zou overschrijden.
Het college van burgemeester en schepenen zal 4 maal per jaar rapporteren over deze aangelegenheden van dagelijks bestuur op dezelfde wijze als op vandaag gebeurt voor de verrichtingen tot 85.000 euro via Q-besluitvorming.
Stelt het begrip “dagelijks bestuur” vast als volgt :
- Alle uitgaven waarvan de waarde minder is dan de drempel voorzien in artikel 42, § 1, 1°, a) van de wet overheidsopdrachten, die verrekend worden op kredieten ingeschreven in het exploitatie-en investeringsbudget, met uitzondering van subsidies en daden van beschikking van onroerende goederen. Deze verrichtingen worden aangelegenheden van dagelijks bestuur genoemd.
- Elke herhaling van een overheidsopdracht op grond van artikel 42, § 1, 2° Wet inzake overheidsopdrachten, ongeacht de waarde van de herhalingsopdracht op voorwaarde dat de basisopdracht door de gemeenteraad is vastgesteld. De oorspronkelijke opdracht dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld als de raming van het opdrachtbedrag, dit is de waarde van de oorspronkelijke opdracht, inclusief alle herhalingen, het drempelbedrag van het dagelijks bestuur zou overschrijden.
Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2018.
Dit besluit vervangt het gemeenteraadsbesluit van 25 november 2013, met ingang van 1 maart 2018.