De evaluatieprocedure voor de directeur van de Ombudsdienst is vastgelegd in artikel 50, § 2 van de rechtspositieregeling.
De gemeenteraad keurde op 27 juni 2016 het functieprofiel met competenties goed.
De evaluatie van de directeur van de Ombudsdienst gebeurt door een bijzondere gemeenteraadscommissie die hierin wordt bijgestaan door een extern bureau.
De werkwijze voor het vaststellen van de evaluatiecriteria en het opmaken van het voorbereidend rapport door externe deskundigen in het personeelsbeleid werd door de gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 20 maart 2017. Voor de opmaak van het voorbereidend rapport is het opportuun dat hieraan wordt toegevoegd dat ook een gesprek plaatsvindt met de algemeen directeur als functioneel leidinggevende van de directeur van de Ombudsdienst.
Hudson, het extern bureau dat als deskundige in het personeelsbeleid werd aangeduid, stelt aan de gemeenteraad voor om de directeur van de Ombudsdienst te evalueren op de verschillende resultaatsgebieden en op de competenties voorzien in de functiebeschrijving. De voorgestelde evaluatiecriteria werden overlegd met de directeur van de Ombudsdienst.
De gemeenteraad moet de evaluatiecriteria vastleggen na overleg tussen de directeur van de Ombudsdienst en het college van burgemeester en schepenen.
De directeur van de Ombudsdienst zal geëvalueerd worden op de resultaatsgebieden opgenomen in de functiebeschrijving zoals nader omschreven in de bijlage 'Verslag meeting evaluatietraject'.
Daarnaast zal de directeur van de Ombudsdienst geëvalueerd worden op de volgende competenties:
Keurt goed dat de directeur van de Ombudsdienst zal geëvalueerd worden op de resultaatsgebieden opgenomen in de functiebeschrijving en de competenties zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 juni 2016.
Keurt goed dat voor de opmaak van het extern rapport voor de evaluatie van de inloopperiode en de periodieke evaluatie van de directeur van de Ombudsdienst ook een gesprek zal plaatsvinden met de algemeen directeur.