Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 16 juli 2010 kennis genomen van de ontwerpplannen met betrekking tot het herinrichten van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 tot Zwijnaarde door VVM De Lijn.
De gemeenteraad heeft in zitting van 26 maart 2012 zijn goedkeuring gehecht, met betrekking tot het herinrichten van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 tot Zwijnaarde door De Lijn, aan de samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Gent, de T.M.V.W., de VVM De Lijn en het Vlaamse Gewest, waarbij de werken in het algemeen belang worden samengevoegd en VVM De Lijn aangeduid om in hun gezamenlijke naam op te treden als leidinggevend bestuur bij de gunning en de uitvoering van de opdracht.
De gemeenteraad heeft in zitting van 14 mei 2012 zijn goedkeuring gehecht aan het stadsaandeel in het ontwerp van de werken (bestek van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn PG0624-20149) met betrekking tot het herinrichten van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 tot Zwijnaarde.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 4 juli 2013 het stadsaandeel in de gunning van de werken - herinrichting van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 tot Zwijnaarde (bestek van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn PG0624-20149) goedgekeurd.
Op 21 februari 2006 werd de overheidsopdracht van diensten voor de studie van deze werken door De Lijn gegund aan THV Grontmij-Belgroma – Grontmij Mansell ICS TransTec, EVA International BVBA. Artikel 3a van de samenwerkingsovereenkomst voorziet dat elke partij betaalt à rato van zijn aandeel in de kosten van de werken binnen het gemeenschappelijk uitvoeringsbestek.
Op 14 augustus 2013 werd de overheidsopdracht van werken – verlenging tramlijn 21/22 tot Zwijnaarde (De Lijn-PG0624-20149-F05) door De Lijn gegund aan de THV Aclagro – CEI - De Meyer.
Deze overheidsopdracht is intussen volledig uitgevoerd. De voorlopige oplevering van de werken vond plaats op 31 januari 2017.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan de overeenkomst betreffende de afrekening van schadevergoeding en bijkomende prestaties als gevolg van de verlenging van de uitvoeringstermijn bij de herinrichting van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 te Gent.
De uitvoeringstermijn van de werken werd als gevolg van o.a. onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de aannemer, aanzienlijk overschreden. De werken gingen van start op 16 september 2013, en met een contractuele uitvoeringstermijn van 300 werkdagen was het einde initieel voorzien (zonder schorsing en weerverlet) april 2015. De werken hebben echter geduurd tot 18 augustus 2016. Dit betekent een totaal van 651 werkdagen waarvan 558 effectieve werkdagen en 93 werkdagen voor schorsing en weerverlet.
De aannemer diende bij De Lijn een schadeclaim in voor een bedrag van 3.996.484,66 euro, ter vergoeding van geleden schade ten gevolge van de verlenging van de uitvoeringstermijn en alle hieraan verbonden bijkomende kosten. De Lijn heeft onderhandeld met de aannemer over het gevorderde bedrag, en dit resulteerde in de ondertekening van een dadingsovereenkomst op 10 februari 2017 met de aannemer tot slot van alle rekeningen aangaande de termijnverlenging en de hiermee verbonden kosten en boetes. De Lijn betaalde aan de aannemer een bedrag van 1.722.416,27 euro.
Ook het studiebureau vorderde bijkomende vergoedingen als gevolg van de verlenging van de uitvoeringstermijn, voor een bedrag van 877.262,13 euro. Na diverse overlegmomenten en onderhandelingen werd hiervan door De Lijn 293.920,65 euro aanvaard en betaald. Hierin zit een vergoeding vervat van 72.298,73 euro voor bijkomende prestaties van het studiebureau tijdens de termijnsoverschrijding door de aannemer.
Artikel 8 van de samenwerkingsovereenkomst voorziet dat kosten die voortvloeien uit geschillen met de aannemer of een derde, tijdens of ten gevolge van de werken, worden gedragen door de partij die de financiële verantwoordelijkheid ten laste neemt van het gedeelte der werken waarop het geschil betrekking heeft. Wanneer het geschil betrekking heeft op een gedeelte der werken waarvoor meer dan een partij de financiële verantwoordelijkheid neemt, of in geval de financiële verantwoordelijkheid niet duidelijk kan omschreven worden, zullen deze kosten verdeeld worden over de partijen bij het geschil, naar verhouding van hun respectieve tussenkomst in de kosten van de werken.
Deze overeenkomst bevat de afrekening van het aandeel van de Stad in de door De Lijn aan de aannemer en het studiebureau betaalde vergoedingen.
De aannemer had recht op betaling van verwijlinteresten. De Stad heeft aan de aannemer verwijlinteresten betaald voor een bedrag van 13.028,02 euro.
Artikel 6, b 4 van de samenwerkingsovereenkomst bepaalt dat, in geval van vertraging in de betalingen, de door de aannemer geëiste interesten voor de vertraging moeten gedragen worden door de partij waaraan de termijnoverschrijding te wijten is. Aangezien de laattijdige betaling deels niet te wijten is aan de Stad, vordert de Stad dit bedrag terug van De Lijn. De Lijn zal dit bedrag op haar beurt kunnen terugvorderen van het studiebureau.
Deze overeenkomst bevat tevens de afrekening van dit aandeel van de door de Stad aan de aannemer betaalde verwijlinteresten, waarvoor de termijnoverschrijding niet te wijten was aan de Stad.
Afrekening van aandeel Stad Gent in de dadingovereenkomst met de aannemer en in de meerpestaties van het studiebureau:
De Lijn betaalde aan de aannemer een bedrag van 1.722.416,25 euro en aan het studiebureau een bedrag van 72.298,73 euro als gevolg van de termijnoverschrijding bij de uitvoering van de werken.In overeenstemming met artikel 8 van de samenwerkingsovereenkomst, wordt dit bedrag als volgt opgesplitst tussen de verschillende partijen bij de samenwerkingsovereenkomst:
|
|
Bedrag eindafrekening (incl. herziening) |
Verhouding tussen de partners |
Aandeel in dading met de aannemer |
Aandeel in de bijkomende vergoeding aan Sweco |
TOTAAL |
|
De Lijn |
€ 18.696.021,81 |
74,77% |
€ 1.287.850,63 |
€ 65.409,89 |
€ 1.353.260,52 |
|
Stad Gent |
€ 3.216.772,99 |
12,87% |
€ 221.674,97 |
€ 11.258,86 |
€ 232.933,83 |
|
TMVW |
€ 2.923.921,12 |
11,69% |
€ 201.350,46 |
€10.226,58 |
€ 211.577,04 |
|
AWV |
€ 166.563,60 |
0,67% |
€ 11.540,19 |
€ 586,13 |
€ 12.126,32 |
|
TOTAAL |
€ 25.003.279,52 |
100,00% |
€ 1.722.416,25 |
€ 87.481,46 |
€ 1.809.897,71 |
De Stad erkent en aanvaardt aan De Lijn haar aandeel hierin te betalen, meer bepaald het bedrag van 232.933,83 euro (BTW neutraal voor het aandeel in de dading met de aannemer, en BTW incl. voor het aandeel in de bijkomende vergoeding aan Sweco).
Afrekening van de verwijlinteresten op de reguliere vorderingsstaten:
Op de reguliere vorderingsstaten heeft de Stad aan de aannemer verwijlinteresten betaald voor een totaal bedrag van 13.028,02 euro, berekend als volgt:
|
Verwijlintresten voor VS 1 - VS 35B |
Verwijlintresten voor VS 1 - VS 35B |
||||
|
|
|||||
|
Verwijlintresten VS01-10 |
€ 872,36 |
€ 750,08 |
reeds betaald door De Lijn aan Stad Gent |
||
|
Verwijlintresten VS11-21 |
€ 4.894,99 |
€ 3.776,57 |
|||
|
Verwijlintresten VS22-35B |
€ 7.260,67 |
€ 5.916,71 |
|||
|
Totaal |
€ 13.028,02 |
€ 10.443,36 |
waarvan nog € 9.693,28 te betalen door De Lijn |
||
Een deel hiervan, voor een bedrag van 10.443,36 euro, is niet te wijten aan vertraging in hoofde van Stad Gent. De Lijn erkent en aanvaardt aan de Stad dit bedrag te betalen (BTW neutraal), en indien mogelijk te recupereren bij het studiebureau.
Afrekening van de verwijlinteresten op de BIS-staten:
De aannemer vordert verwijlinteresten op de BIS-staten, voor een totaal bedrag van 252.962,67 euro (aandeel van de Stad bedraagt 15.433,52 euro). Over het effectief verschuldigde bedrag van de verwijlinteresten op de BIS-staten zijn nog gesprekken lopende. Eens er duidelijkheid is tussen de partijen over het verschuldigde bedrag van de verwijlinteresten op de BIS-staten, zal de Stad haar aandeel rechtstreeks vergoeden aan de aannemer. Indien een deel van de verwijlinteresten niet te wijten is aan vertraging in hoofde van Stad Gent, zal de Stad voor dit deel een factuur opmaken en aan De Lijn bezorgen. De Lijn aanvaardt dit bedrag aan de Stad te zullen betalen, en zal deze verwijlinteresten desgevallend terugvorderen van het studiebureau.
Afrekening van de kosten veiligheidscoördinatie:
Volgens art 3c van de samenwerkingsovereenkomst dd 23 juli 2012 dienen de kosten veiligheidscoördinatie ontwerp en uitvoering uitgesplitst te worden. Dit kan slechts gebeuren wanneer de eindfactuur van Ecosafe ontvangen wordt. Als De Lijn de eindfactuur ontvangt aangaande de veiligheidscoördinatie, dan zal De Lijn aan de Stad voor haar deel een factuur opmaken en aan de Stad bezorgen. De Lijn zal hiertoe in de rechten van de stad treden.
Eindafrekening:
De partijen erkennen en aanvaarden de eindafrekening van de opdracht, voor wat betreft de uitgevoerde werken, vervat in het bijzonder bestek nr. PG0624-20149-186517, gedetailleerd als volgt:
|
|
Bedrag eindafrekening (excl. herziening) |
Herziening |
Bedrag eindafrekening (incl. herziening) |
|
De Lijn |
€ 18.991.722,38 |
-€ 295.700,57 |
€ 18.696.021,81 |
|
Stad Gent |
€ 3.266.439,33 |
-€ 49.666,34 |
€ 3.216.772,99 |
|
TMVW |
€ 2.947.782,44 |
-€ 23.861,32 |
€ 2.923.921,12 |
|
AWV |
€ 168.606,43 |
-€ 2.042,83 |
€ 166.563,60 |
|
TOTAAL |
€ 25.374.550,58 |
-€ 371.271,06 |
€ 25.003.279,52 |
De eindafrekening van de werken betreffende de herinrichting van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 tot Zwijnaarde wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen, zodat het saldo van de subsidie opgevraagd kan worden.
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde en er integraal deel van uitmakende overeenkomst met de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, Motstraat 20, 2800 Mechelen, betreffende de afrekening van schadevergoeding en bijkomende prestaties als gevolg van de verlenging van de uitvoeringstermijn bij de herinrichting van de Zwijnaardsesteenweg, Heerweg Noord en Heerweg Zuid en de verlenging van tramlijn 21/22 te Gent.