Op de gemeenteraad van november 2016 legde de N-VA fractie een voorstel van raadsbesluit neer met als artikel:
“De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om in 2017 een 'Maand van de Hoffelijkheid' te organiseren.”
Wij hadden daarover een goede gedachtewisseling meerderheid en oppositie waren het erover eens dat hoffelijkheid bijzonder belangrijk is.
De heer burgemeester sloot het debat af met een verzoek om het raadsbesluit terug te trekken:
“Ik zou u durven voorstellen dat u uw voorstel terugtrekt, maar wij beloven u formeel dat we er iets rond gaan doen.”
Om de burgemeester aan zijn woord te herinneren leg ik opnieuw het voorstel van raadsbesluit voor.
Een hoffelijke omgang tussen mensen is een basisvereiste om tot een harmonieuze en verdraagzame stadsgemeenschap te komen. Maar die hoffelijkheid – tussen verkeersgebruikers, tussen wijkbewoners, tussen ouderen en jongeren, tussen mensen met verschillende achtergronden, op de werkvloer, tegenover publieke dienstverleners, tegenover burgers, enz. – is in onze complexe stedelijke samenleving niet altijd een evidentie.
Het stadsbestuur kan vanzelfsprekend geen hoffelijkheid opleggen, maar beschikt toch over een aantal instrumenten om hoffelijkheid bij de Gentenaars en de Gent-bezoekers te stimuleren. Met name via de stedelijke communicatiekanalen (website, sociale media, wijkbrochures, stadsmagazine, enz.) en in samenwerking met haar partners kan de stad bijvoorbeeld een maand lang een brede sensibiliseringscampagne op touw zetten. Daarbij werkt een speelse, ludieke en belonende aanpak ongetwijfeld beter dan een vermanende-opgeheven-vinger-benadering.
Na evaluatie kan besloten worden hiervan een periodiek terugkerende campagne te maken, telkens met een wat andere focus.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie, Beslist het volgende:
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om in 2018 een 'Maand van de Hoffelijkheid' te organiseren.