Hulpverleners die betrokken zijn bij de werking rond daklozen hebben recentelijk aan de alarmbel getrokken m.b.t. de problemen met kinderen die lijm snuiven aan het Dampoortstation en in het Baudelopark.
Blijkbaar snuiven kinderen van de leeftijd van slechts acht jaar lijm op deze plaatsen. De stad is op de hoogte, maar grijpt blijkbaar “voorlopig” niet in. Dit is eigenlijk niet te geloven, aangezien het hier om minderjarigen gaat.
In de krant konden we immers lezen dat het gaat om kinderen van acht tot tien jaar die alles snuiven wat ze maar kunnen vinden: lijm, primers, terpentijn, aanstekergas. Daarnaast zouden twaalfjarigen er rondlopen met flessen wodka. Dit zijn geen occasionele feiten die slechts af en toe plaatsvinden, maar het blijkt eerder dagelijkse kost te zijn.
Vaak zijn het kinderen van dakloze gezinnen die regelmatig in kraakpanden slapen. Volgens de drugscoördinator van de Stad gaat het om een groep Romajongeren, veelal met een Slovaakse achtergrond. Maar de stad wil niet ingrijpen.
Reden hiervoor is dat men vindt dat dit door sociale werkers moet gebeuren, maar net deze hulpverleners trekken aan de alarmbel omdat ze het niet meer op hun eentje kunnen bolwerken.
Het gedogen van kraken in Gent heeft duidelijk neveneffecten. Welke maatregelen heeft de stad ondertussen genomen om het kraken en de nevengevolgen ervan in te dijken?
Waarom weigert de stad in dit specifieke dossier in te grijpen, ondanks de melding van hulpverleners dat ze deze problematiek niet meer de baas kunnen?
Ik heb mijn diensten betreffende deze problematiek bevraagd. Het is uiteraard niet zo dat ‘de Stad niet zou willen ingrijpen’. Het tegendeel is waar: de eerste bezorgdheid van de Stad is steeds de gezondheid en de veiligheid van iedereen die in de stad aanwezig is.
Wat ik wel vaststel en nefast vind in dit soort van zeer moeilijke, precaire situaties die wij met hulpverlening en politionele acties samen proberen op te lossen, is dat er vanuit 1 casus naar de pers wordt gestapt, vermoedelijk in de hoop op die manier een reactie te dwingen.
Ik kan zo een reactie ergens wel begrijpen, maar het zet een gevaarlijke trend. Op dat ogenblik ontspint zich nl. een steekspel m.b.t. wie wat wist, wanneer, en dit doet teniet aan het fundament van de vraagstelling, nl. hoe kunnen wij dit samen oplossen?
Laat het volgende dan ook duidelijk zijn: de problematiek was gekend in het licht van het stedelijke IEM jongeren project, waar zowel hulpverleners, Politie als Parket samen rond de tafel zitten.
Als burgemeester ben ik hiervoor politiek verantwoordelijk, maar ik kan en mag niet van elke individuele casus op de hoogte zijn. Dat is ook niet de opdracht van de politiek. Wij moeten de problemen zien, erkennen, binnen hun kader schetsen en dan vervolgens voorzien in een oplossingskader.
Dit kader hebben wij ook geschapen met het IEM jongeren project, maar het vraagt blijvend maatwerk en blijvende afstemming, tussen alle betrokken partners.
Ik keer terug naar de situatie. De diensten geven te kennen dat het gaat om een klein groepje kinderen, maar het is wel een groepje met een complexe problematiek. Die is het gevolg van de armoede waarin deze kinderen/jongeren opgroeien. Het lijmsnuiven is vooral een symptoom van de armoede en dak-/thuisloosheid van deze kinderen: zij zoeken hun toevlucht in goedkope roesmiddelen om hun problemen te vergeten.
Dat die gezinnen geen woonst hebben waar zij lang genoeg kunnen in wonen is één van de oorzaken maar zeker niet de enige. Het zou wel een belangrijke eerste stap zijn in de richting van een oplossing.
Buurstewards en andere hulpverleners werken vandaag al met deze jongeren. Het is echter, zoals al gezegd, moeilijk om deze problematiek op te lossen omwille van zijn complexiteit. Deze ‘veldwerkers’ geven het signaal dat zij niet over de nodige kennis en middelen beschikken om problemen zoals druggebruik (zoals lijmsnuiven) en/of grensoverschrijdend gedrag bij deze jonge groep goed te helpen aanpakken.
Aan de andere kant is er de drughulpverlening die de Roma-jongeren niet optimaal bereikt, maar die wél de ervaring heeft om het thema ‘druggebruik’ met jongeren te bespreken. Het Dagcentrum De Sleutel bijvoorbeeld heeft ervaring met ‘lijmsnuivers’ en gebruikers van andere solvents.
Daarom heb ik meteen een overleg laten plannen om tot een gezamenlijk actieplan te komen. Eenvoudig gezegd: wij willen samen nagaan hoe de sector van de drughulpverlening en de sector van het jeugdwerk (en outreachend werken) elkaar kunnen helpen en versterken. Dat overleg is gepland op 22 november e.k.
Gezien het thema werden de volgende partners voorlopig betrokken: project IEM/buurtstewards, de drugcoördinator van de Stad Gent, vzw Jong, Dagcentrum De Sleutel, CGG Eclips en de Politiezone Gent.
Ik wil besluiten met het volgende: de samenwerking met de hulpverleningsdiensten op zich leidde nu al tot positieve resultaten. De openheid van de hulpverleningssector heeft een positieve impact op de contacten met de jongeren en hun directe omgeving. Het is net dankzij die openheid en de fijnmazigheid van ons hulpverleningsnetwerk dat wij in staat waren contact te maken met deze zeer precaire doelgroep.
Tot slot, wat de gerechtelijke mogelijkheden betreft: die zijn beperkt. Het vaststellen van dergelijke feiten is nl. niet evident en moet bovendien op heterdaad gebeuren. Het bezit van lijm en allerlei andere solventenmengsels is op zich niet strafbaar. Sommigen snuiven bijvoorbeeld aanstekervloeistof – het bijhebben van een aansteker is nu eenmaal niet abnormaal. Maar de Politie en het Parket zijn hierop alert gemaakt, en volgen dit verder op.
di 14/11/2017 - 10:59