Op 26/11 werd onze stad geconfronteerd met een onaangekondigde manifestatie. Het gedrag van de betogers was beneden alle peil. De politie heeft de inschatting gemaakt om zo te handelen, opdat er geen rellen zouden ontstaan. En ze is daar, ondanks de extreme leuzen en houding van de manifestanten, in geslaagd.
Ondertussen heeft de burgemeester namens het stadsbestuur gereageerd op de manifestatie en de nodige verdere stappen genomen.
Welke lessen trekt men uit de feiten van 26/11?
Kan men in de toekomst vermijden dat spontane manifestaties van die aard opnieuw gebeuren?
U vraagt mij naar de lessen die wij, de Politie en ik als burgemeester, trekken uit de feiten van 26 november 2017.
Vooreerst wil ik beklemtonen dat in België en in het bijzonder in Gent wij het recht op zich verenigen en uiten van meningen belangrijk vinden. Daarom zijn er naast toegelaten en niet toegestane manifestaties ook veel acties of manifestaties die getolereerd worden mits men zich houdt aan het vreedzaam karakter en aan afspraken.
Dat is en blijft het uitgangspunt.
Deze ordedienst was voor de Politie bijzonder moeilijk om voor te bereiden. Van bij de oproep op facebook tot de zondag van de actie was het onduidelijk wat de intenties waren van de actievoerders - logisch want zij wisten blijkbaar zelf niet wat zij nu juist gingen doen.
Er was geen op te sporen organisator. Bovendien zijn er binnen de bestuurlijke Politie geen bijzondere methodes mogelijk die toelaten om bepaalde opsporingen te doen of toegang te krijgen tot bepaalde sociale media.
Er was geen zekerheid met betrekking tot de deelname (wie en hoeveel). Wat betekent op facebook zeggen dat je zult deelnemen; wat betekent "liken" op facebook etc.
Gezien de onzekerheid over de intenties, werden er maatregelen genomen voor wat de Politie wist en een belangrijke reserve voor wat de Politie niet wist.
Een goede voorbereiding helpt veel maar er zijn niet te voorspellen situaties waar men op de best mogelijke wijze dient op te reageren. Dat heeft de Politie dan ook uitstekend gedaan.
Wat zijn te trekken lessen voor de Politie?
Voor de Politie is de grote bezorgdheid dat het altijd maar moeilijker wordt om het verloop van niet aangevraagde of spontane acties/manifestaties zonder organisator te voorspellen.
Ja, de Gentse Politie monitort sociale media (met een tool OBI4wan – de Gentse politie was hierin voorloper binnen de geïntegreerde Politie - maar enkel open groepen komen in aanmerking).
Ja, de Gentse Politie heeft een goede informatiepositie en goede relaties met de bevolking en sleutelfiguren, maar echt weten wat mensen met verkeerde bedoelingen gaan doen is zeer moeilijk te achterhalen.
De Politie evalueert dus vooral hoe de informatiepositie nog kan verbeterd worden en hoe het al sterke basisreactiemodel van de Gentse Politie en opschaling voor onverwachte incidenten eventueel nog kunnen versterkt worden.
Te trekken lessen voor mezelf als burgemeester?
Als burgemeester kan ik alleen maar vaststellen dat bepaalde actievoerders aansturen op polarisatie en hopen op geweld en conflict. Zij doen dit o.a. door plaatsen van actie te kiezen en door taalgebruik en symbolen te gebruiken waar zij redelijker wijze van uitgaan dat dit zal leiden tot tegenreactie en incidenten.
Eveneens kan ik als burgemeester ook alleen maar constateren dat de deelnemers aan de manifestatie van zondag 26 november 2017 overduidelijk uit waren op geweld.
Deze twee vaststellingen zullen het advies van de Politie en mijn beslissing als burgemeester inzake aangevraagde of betreffende spontane manifestaties beïnvloeden. Immers voor elke betoging dien ik in de eerste plaats te zorgen voor de veiligheid. Informatie van vorige manifestaties maakt deel uit van strategische inlichtingen die gebruikt wordt in de informatiecyclus en de risicoanalyse van elke manifestatie.
Kunnen in de toekomst spontane manifestaties van dien aard vermeden worden?
Er zullen altijd spontane manifestaties zijn en de inschatting en aanpak hiervan wordt telkens per betoging gemaakt. Het is dus mogelijk dat er nog zo manifestaties zullen zijn. Afhankelijk van de situatie wordt er al dan niet onmiddellijk opgetreden. De Politie geeft doorgaans eerst de kans om afspraken te maken en er voor te zorgen dat men zich aan de overeenkomst houdt. Dit noemt men bij de Politie de-escalerend optreden. Tijdens de manifestatie van zondag heeft de Politie dus eerst de kans gegeven aan de manifestanten om vredig hun standpunt weer te geven, toen het duidelijk was dat de manifestanten uit waren op geweld heeft de Politie iedereen ingesloten en het protest beëindigd.
Met betrekking op de vraag of de Politie vroeger had kunnen optreden of niet, meen ik dat wij dienen te vertrouwen op de deskundigheid van de Politie en in het bijzonder van de commissaris die tijdens de optocht de Goldcommander was. De Politie heeft op het best mogelijke ogenblik en plaats een 50-tal heethoofden omsingeld en iedereen geïdentificeerd. Dit doen, in het begin van de manifestatie zou volgens de Politie geleid hebben tot grote problemen.
Er werden een aantal processen verbaal opgesteld tegen geïdentificeerde verdachten voor vandalisme tegen de ruit van het restaurant met verzwarende omstandigheden, weerspannigheid, openbare orde, en het uitbrengen van de Hitlergroet. Er werden 4 personen bestuurlijk weerhouden.
Ik heb ook klacht ingediend en zoals u ongetwijfeld bekend is, is het mogelijk voor eenieder dus ook voor mij als burgemeester om klacht neer te leggen wegens de vermeende misdrijven bestaande uit de schending van de artikelen 20 en 21 van de Antiracismewet van 30 juli 1981.
Meer bepaald stelt art. 20 van voornoemde wet dat het strafbaar is om aan te zetten tot discriminatie, segregatie, haat of geweld tegenover een groep, een gemeenschap of de leden ervan wegens nationaliteit, ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
Art. 21 verbiedt het verspreiden van denkbeelden die gebaseerd zijn op ras superioriteit of rassenhaat.
Om strafbaar te kunnen worden gesteld dienen voormelde gedragingen echter te gebeuren in het kader van art. 444 van het Strafwetboek. Dit artikel bepaalt onder meer dat de schuldige enkel kan worden gestraft indien de gedraging zich voordeed in openbare bijeenkomsten of plaatsen.
Ik heb dus klacht ingediend wegens de vermeende misdrijven bestaande uit de schending van de artikelen 20 en 21 van de Antiracismewet van 30 juli 1981 tijdens de niet-aangevraagde maar wel gedoogde manifestatie "je suis Belgique" op zondag 26 november 2017 tussen 19u en 22u in het Gentse stadscentrum.
Ik was niet ter plaatse en heb het scanderen van de leuzen dus niet op het moment zelf gehoord, evenmin het uitbrengen van de Hitlergroet persoonlijk gezien. Maar via diverse berichten in de sociale media zijn deze feiten mij ter kennis gekomen. Zo is te horen in het filmpje dat men een aantal haatdragende boodschappen scandeert zoals ‘Roma’s Buiten’. Dergelijke boodschappen zetten aan tot haat tegen een bepaalde bevolkingsgroep.
Bovendien blijkt uit de informatie van de sociale media dat er tijdens de openbare bijeenkomst sprake was van het brengen van een Hitlergroet. Ook daar zijn beelden van.
wo 13/12/2017 - 15:10