Terug

2017_GR_01147 - Omgevingsvergunningsaanvraag voor een fiets- en voetgangersbrug Watersportbaan - met openbaar onderzoek - Noorderlaan 10, 10A, 8, 9 en Zuiderlaan 13 - OMV_2017004601_Zaak van de wegen - Goedkeuring

Commissie Openbare Werken, Mobiliteit en Stedenbouw
do 07/12/2017 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Sven Taeldeman
2017_GR_01147 - Omgevingsvergunningsaanvraag voor een fiets- en voetgangersbrug Watersportbaan - met openbaar onderzoek - Noorderlaan 10, 10A, 8, 9 en Zuiderlaan 13 - OMV_2017004601_Zaak van de wegen - Goedkeuring 2017_GR_01147 - Omgevingsvergunningsaanvraag voor een fiets- en voetgangersbrug Watersportbaan - met openbaar onderzoek - Noorderlaan 10, 10A, 8, 9 en Zuiderlaan 13 - OMV_2017004601_Zaak van de wegen - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

• Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 31

• Het Besluit van 27 november 2015 betreffende de omgevingsvergunning, artikel 47

• De Vlaamse codex ruimtelijke ordening (VCRO)

• Het decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM)

Niet digitale bijlagen

Volgende bijlagen maken deel uit van het gemeenteraadsdossier en zijn, van zodra de agenda voor de gemeenteraad wordt verstuurd, ter inzage bij de Dienst Bestuursondersteuning:

  • wegenisplannen
  • stukken van de vergunningsaanvraag

Deze stukken maken deel uit van een digitale vergunningsaanvraag en zijn tijdens de vergadering digitaal raadpleegbaar in de gemeenteraadszaal.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

• Het gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 57

• Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 31

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Stad Gent diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor het aanleggen van een fietsers- en voetgangersbrug over de Watersportbaan met omgevingsaanleg op gronden gelegen aan Noorderlaan 10, 10A, 8, 9 en Zuiderlaan 13 kadastraal gekend als afdeling 9 sectie B nrs. 516A, 538A, 640C, 658/2 X, 665G en 665F en op openbaar domein.
De aanvraag heeft betrekking op een provinciaal project, met name fietspad dat functioneert binnen een bovenlokaal fietsnetwerk, om die reden is de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen de vergunningverlenende overheid.

Deze aanvraag werd op 04 oktober 2017 volledig en ontvankelijk verklaard. Op 04 oktober 2017 werd gevraagd om de aanvraag aan een openbaar onderzoek te onderwerpen en aan de gemeenteraad voor te leggen ter goedkeuring van de zaak van de wegen.  

Aangezien de aanvraag uitgaat van de stad Gent zelf, brengt het college hierover geen advies uit (zie artikel 24 van het Omgevingsvergunningsdecreet).  

De bouw van de fiets- en voetgangersbrug Watersportbaan kadert in het globaal project van de aanleg van de Westerringspoor-fietsroute, dat het Noorden van Gent verbindt met het Sint-Pietersstation. Een deel van deze fietssnelweg werd recent tussen Drongensesteenweg en Noorderlaan aangelegd door de Vlaamse Landmaatschappij:  het Alice Béviairepad. Het vervolg van het traject, aan de Vissersdijk, werd ook reeds door de Stad Gent begroot, de plannen ervan zijn in opmaak. Ook voor de brug over de Snepkaai (thv Fabiolalaan) loopt een procedure voor de aanstelling van de ontwerper. De nieuwe fiets- en voetgangersbrug over de Watersportbaan vormt bijgevolg nog een belangrijke ontbrekende schakel.

Voor de opdracht “Fietsers- ‘en voetgangersbrug Watersportbaan” werd in 2015 een Open Oproep georganiseerd in samenwerking met de Vlaamse Bouwmeester.  

Als basisconcept voor de brug werd gekozen voor een asymmetrische tuikabelbrug met dubbele pijler ter hoogte van de Zuiderlaan. De brug heeft een overspanning van 91,5 m. De hoogte van de mast is 40 m.   

Het dubbelrichtingsfietspad heeft 3 m vrije breedte en 50 cm schrikstroken ten opzichte van een niveauverschil met het voetpad en een leuning (het niveauverschil wordt afgeschuind). Het voetpad heeft doorgaans 2m50 vrije breedte; op enkele plaatsen zijn er bevestigingspunten voor kabels aanwezig (vrije breedte 2 m). Een vrije ruimte van 3 m ten opzichte van het waterpeil wordt vrijgehouden voor onderhoud, boven het verlaagd maaiveld wordt een vrije hoogte van 2m40 gerespecteerd.

In het langsprofiel van het brugdek is een lichte knik aan de noordzijde. De maximale helling is er 5% over een lengte van 15 m.  

Het staalwerk van de brug wordt wit geschilderd. Het dek is een PU-slurry met Gentiaan blauwe instrooi. De hoogte van de balustrade is minstens 1m20 ten opzichte van het dek. Ze wordt opgetrokken in roestvrij staal en wordt met LED verlicht. De handgrepen zijn in FSChout.

Het fietspad wordt voorzien in geborsteld beton, het voetpad in grijze betontegels, aansluitend aan de bestaande situatie. Voor de trimpiste wordt de reeds aanwezige schorslaag verder gebruikt. 

De brug kan niet rechtstreeks in het verlengde van het Alice Béviairepad en de Strandlaan worden ingeplant omwille van technische en ruimtelijke redenen. Ze wordt daarom iets meer westwaarts opgeschoven. Op de watersportbaan is voor de roeiers tevens een doorvaarhoogte van 3 m vereist, wat ter hoogte van de landing van de brug een maaiveldverhoging impliceert van anderhalve meter.

De voetgangers- en fietsverbindingen sluiten daarop aan. De fietsverbinding wordt aanzien als een fietssnelweg en het terrein wordt heraangelegd, conform de vigerende verkeerskundige principes. De helling van de boog varieert tussen de 2% tot 3,6%. 

Aan de Noorderlaan wordt omwille van het fietscomfort gekozen voor een schuine aansluiting met het bestaande Alice Béviairepad in plaats van een aantakking te maken evenwijdig met de watersportbaan en met bochten van 90°. Dit impliceert een beperkte driehoekige grondverwerving van UGent en de uitbraak van een klein gedeelte van het bestaande fietspad. De Noorderlaan wordt plaatselijk verhoogd en heraangelegd binnen het bestaande gabarit. De rijstroken blijven in asfalt, maar worden versmald tot 3,20 m (tussen de boordstenen). Asverschuivingen en middeneilanden (voorafgegaan door rammelstroken in kasseien) zorgen vanuit beide richtingen voor een snelheidsremmend effect. Om de middeneilanden beter te visualiseren, worden er bomen op aangeplant. Ter hoogte van de brug dwingt een verkeersplateau met gemarkeerde fietsersoversteek en haaietanden, de auto’s tot het verlenen van voorrang. Via het middeneiland wordt ook nog een secundaire oversteek (niet in voorrang) gemaakt voor fietsers die vanaf het Alice Béviairepad stadinwaarts moeten. In de projectzone wordt langs de kant van de watersportbaan het gemengde fiets/voetpad in asfalt vervangen door een volwaardig éénrichtingsfietspad van 1,75m in beton en een voetpad van 1,5m in betonstraatstenen. 

De Zuiderlaan wordt omwille van de brugstructuur meer zuidwaarts omgebogen en wordt ontworpen met een S-bocht met bochtstralen van min 60m. In de as van de S-bocht wordt een rammelstrook voorzien om te vermijden dat men de bochten afsnijdt. De rijweg is in asfalt en heeft een minimum breedte van 6m60 (inclusief goten). Naast het middeneiland is de rijweg minstens 3m35. In de bochten worden verbredingen toegepast van max 70 cm om de goede doorstroming van het lijnbusverkeer te verzekeren. Het kruispunt Zuiderlaan- Strandlaan wordt tevens heringericht, rekening houdend dat dit op termijn een nieuwe ingang wordt voor de Blaarmeersen. Een afslagstrook, waarop 3 voertuigen zich kunnen opstellen, zorgt ervoor dat de doorstroming van de lijnbus verzekerd blijft. Bij de Bloso in- en uitgang werd tevens gecheckt of de wagens voldoende zichtlengte hebben op het aankomend verkeer. Net als aan de Noorderlaan, wordt een veilige voorrangsweg voor de gebruikers van de fietssnelweg gerealiseerd door middel van een verkeersplateau met gemarkeerde fietsoversteek en haaietanden. Om zoveel mogelijk bosbestand te bewaren, wordt het verdere tracé afgebogen vóór het pompstation, om vervolgens aan te takken op de Strandlaan. De aansluiting met de Vissersdijk zal in een latere fase nog gebeuren via het bestaande vrijliggende fietspad aan de achterzijde van het wielercentrum Eddy Merckx dat momenteel nog een dienstweg is. 

Zowel aan Noorder- als Zuiderlaan wordt ter hoogte van de landhoofden de bestaande oever aan de Watersportbaan uitgegraven zodat een zone ontstaat aan de waterkant. De bestaande trimpiste rond de Watersportbaan wordt naar deze zone onder de brug afgeleid zodat de kruising met de fietssnelweg zonder hinder kan gebeuren. 

De omgevingsaanleg van de brug voorziet aan beide zijden een verblijfsplaats in de vorm van een driehoekig plein. Waar het aan de Noordzijde ietwat verhoogd ligt, wordt het aan de zuidzijde juist verdiept gelegd, net boven het waterniveau. Het plein aan de noorderzijde is meer voor kort verblijf, een ontmoetingsplaats om te gaan sporten of een bezoek te brengen aan het dierenasiel of de hondenschool. De zuidkant is groter en biedt een verblijfsplaats die kan gebruikt worden om te verpozen en de activiteiten op het water gade te slaan. Er is een trappenpartij en diverse zitelementen. Beide pleinen worden, in het kader van de klimaatadaptatie, aangelegd als intensief gazon. De aansluitende groenzones worden ingericht als extensief gazon.  

Verspreid over het project worden er een 30-tal nieuwe bomen van eerste grootte-orde aangeplant. Er werd bij de omgevingsaanleg ook rekening gehouden om de bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden.

Enkel voor het verwezenlijken van de nieuwe Zuiderlaan en de aansluiting met de Strandlaan, zullen 4 jonge bomen en 3 grotere bomen moeten gerooid worden. 

Door de aanleg van de brug zullen aan Noorder- en Zuiderlaan een 49-tal parkeerplaatsen verdwijnen: 36 aan Noorderlaan en 13 aan Zuiderlaan.

Er zal en verdubbeling van fietsstelplaatsen voorzien worden, 30 in plaat van 15.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestelijke RUP 'Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent'.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone'.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van het gemeentelijk RUP 163 Park Halfweg, met uitzondering van de landing van de brug en het plein aan de zijde van de Noorderlaan die in zone Z4B voor recreatie en deelzone voor autoparkeerplaatsen wordt ingericht.

Deze beperkte afwijking kan goedgekeurd worden op basis van de artikel 4.4.7§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening als handeling van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact. De voorziene afwijking heeft tot doel de aanleg, wijziging en uitbreiding van openbare fiets-, en wandelpaden en valt bijgevolg onder de handelingen van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact.


Het openbaar onderzoek werd gehouden van 16 oktober 2017 tot 15 november 2017. Er werd één digitaal bezwaar ingediend.  

Het is aan de vergunningverlenende overheid, in casu de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, om zich uit te spreken over de ingediende bezwaren. Het College van Burgemeester en Schepenen wordt bij haar eigen aanvragen niet om advies gevraagd en neemt dus ook géén standpunt in over de ingediende bezwaren. 

In het kader van de goedkeuring van de zaak van de wegen neemt de gemeenteraad wel kennis van de bezwaren die betrekking hebben op de zaak van de wegen en neemt daarover ook een standpunt in. 

De bezwaren die betrekking hebben op de zaak van de wegen kunnen als volgt worden samengevat:

  • Strijdig met RUP: De aanleg van het fietspad is strijdig met het RUP nr. 163 Park Halfweg dat in die zone de aanleg van een parking voorziet. Hierbij wordt de aanleg van een gemeenschappelijke parking conform RUP nr. 163 Park Halfweg verhinderd.

  • Te grote inname grond: De inname van grond is disproportioneel met het beoogde doel. Het traject houdt een grotere bezwaring in van het desbetreffend perceel grond dan nodig is om een reglementair en veilig fietspad aan te leggen. Het traject kan langsheen de buitenzijde van het perceel worden gelegd met een minimale grondinname tot gevolg.

  • Bouwrecht: Stad Gent heeft geen zakelijke noch persoonlijke rechten verkregen van de UGent en beschikt aldus niet over een wettig bouwrecht op het desbetreffende perceel.

De bezwaren worden als volgt geëvalueerd:

  • Strijdig met RUP: De aanleg van het fietspad wijkt inderdaad af van het RUP nr. 163 Park Halfweg. Art. 4.4.7. § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening stelt dat in een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. De voorziene afwijking heeft tot doel de aanleg, wijziging en uitbreiding van openbare fiets-, en wandelpaden en valt bijgevolg onder de handelingen van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact. Er kan gebruik gemaakt worden van deze afwijkingsmogelijkheid.

    De inplanting van de openbare parking kan worden opgeschoven in afwijking op het RUP. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van  artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening als afwijking op de inplanting van een constructie. De aanleg van de openbare parking wordt bijgevolg niet gehinderd. 

  • Te grote inname grond: De fietsbrug staat in functie van de bovenlokale fietsroute ‘Westerringspoor’ waarop een groot aantal fietsbewegingen worden verwacht. Voor een dergelijke fietsroute worden een aantal technische eisen gesteld in functie van de verkeersveiligheid en een vlotte doorstroming. Een aanleg langsheen de buitenzijde van het terrein impliceert het maken van  twee haakse hoeken, wat onaanvaardbaar is. Een fietsroute van dit belang vereist luwere hoeken, met een grotere inname van het desbetreffend perceel en het ontstaan van een driehoekig plein tot gevolg.

    De locatiekeuze van de fietsbrug gebeurde weloverwogen naar aanleiding van de bestaande toestand aan de Zuiderlaan. Op de gekozen locatie is het openbaar domein van de Zuiderlaan breder door een bocht bij het begin van de ventweg, waardoor enkel hier voldoende ruimte beschikbaar is voor de zuidelijke bruglanding. Een schuine brug over de watersportbaan werd niet weerhouden omwille van de te hoge kostprijs.

    Daar de geplande openbare parking eveneens in functie zal staan van het bospark, de hondenschool en het dierenasiel, is een zekere buitenaanleg vereist om de looplijnen naar deze functies mogelijk te maken. Met de voorziene aanleg wordt hierin voorzien.

    Tenslotte draagt de aanleg van het driehoekig plein bij aan een degelijke landschappelijke integratie van de brug in de omgeving. 

  • Bouwrecht: De stedenbouwkundige vergunning kan niet worden uitgevoerd zonder het verkrijgen van bouwrecht. Stad Gent is in gesprek met de eigenaars van het desbetreffende perceel. Het verkrijgen van bouwrecht betreft echter een burgerrechtelijke materie en is niet van stedenbouwkundige aard.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

In uitvoering van art. 31 van Decreet betreffende de Omgevingsvergunning en van het Gemeentedecreet neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.


De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:

De brug wordt aangesloten op de bestaande infrastructuren met aandacht voor verkeersveiligheid en een vlotte doorstroming. Er werd gekozen voor een duidelijke scheiding tussen fietsers- en voetgangersverkeer op de brug.  

De locatiekeuze van de fietsbrug gebeurde weloverwogen naar aanleiding van de bestaande toestand aan de Zuiderlaan. Op de gekozen locatie is het openbaar domein van de Zuiderlaan breder door een bocht bij het begin van de ventweg, waardoor enkel hier voldoende ruimte beschikbaar is voor de zuidelijke bruglanding.  

De hoogte van de mast van de brug is 40 m en zal een landmark vormen in het landschap van de watersportbaan. Het concept laat een zeer slank brugdek toe waardoor de unieke zichten op het water optimaal blijven. 

De groene pleinen die ontstaan ter hoogte van de landing van de brug worden voldoende kwaliteitsvol ingericht en maken een degelijke landschappelijke integratie mogelijk. De groene ruimtes aan de noordelijke en zuidelijke kant worden aangelegd in extensief gras. Plaatselijk kunnen zoals aangeduid op plan ook zones met intensief gemaaid gras voorkomen. Aanplanting van heesters wordt beperkt tot de plaatsen waar de brug op de oever landt. De bomen zijn bomen van eerste grootte die op voldoende ruime afstand van elkaar worden aangeplant.

Activiteit

AC34300 Behandelen van omgevingsvergunningen

Besluit

De commissie openbare werken, mobiliteit en stedenbouw legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

keurt de zaak van de wegen, zoals ontworpen op de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Noorderlaan 10, 10A, 8, 9 en Zuiderlaan 13 en kadastraal gekend als afdeling 9 sectie B nrs. 516A, 538A, 640C, 658/2 X, 665G en 665F en op openbaar domein, goed.