Recentelijk deden zich rellen voor op de VIP-school naar aanleiding van een oudercontact.
Daarbij zouden leerkrachten hard aangepakt zijn door personen die zelf geen leerlingen zijn van de school.
Kan de schepen de juiste omstandigheden van dit jammerlijk voorval schetsen?
Er heerst onrust en misnoegdheid onder de leerkrachten. Hoe wordt hieraan tegemoet gekomen?
-Kan de schepen de feiten toelichten? Welke maatregelen worden er genomen?
-Wat is de stand van zaken op vlak van agressie-incidenten (door leerlingen, familieleden, enz. tegenover directie, leerkrachten, andere leerlingen en hun familieleden) in de VIP-school in het bijzondere en in het stedelijk onderwijs in het algemeen? Worden er systematisch cijfers bijgehouden? Is er een toename van incidenten? Is er een uitgewerkt agressie-beleid?
-Kan de schepen het personeelsverloop en ziekteverzuim op de VIP-school toelichten: blijven de cijfers binnen de gangbare marges of stelt
-Kan de schepen de juiste omstandigheden van dit jammerlijk voorval schetsen?
-Er heerst onrust en misnoegdheid onder de leerkrachten. Hoe wordt hieraan tegemoet gekomen?
Eerst en vooral over de terminologie.
Collega, u hebt het woord nu niet uitgesproken maar diende de vraag wel zo in. De titel van uw vraag luidt: ‘Rellen op de VIP-school’, en u herhaalt het in de toelichting.
Alstublieft collega, als er problemen zijn moeten we die uiteraard benoemen. Ik heb geen enkel probleem met de vragen die collega Van Renterghem indiende en zal uiteraard ook uw vragen beantwoorden. Maar de vraag die ik me stel: waar heeft u dat vandaan?
U verwees zelf naar de media. In de krant was er sprake van een vechtpartij, en ook daar heb ik contact opgenomen met de journalist en hen vriendelijk verzocht om voorzichtig met het woordgebruik om te gaan. Want als een leerling een leerkracht aanvalt, zie ik dit niet als een vechtpartij. Dat lijkt te insinueren alsof de leerkrachten hebben gevochten en iedereen met elkaar vocht. Maar dat is voor de rekening van de pers.
We moeten allemaal goed nadenken over de terminologie die we gebruiken. De afgelopen gebeurtenissen hebben een grote impact op de school, maar de woorden die wij allemaal hanteren kunnen een even grote impact hebben. Ik heb het opgezocht en bij een ‘rel’ spreekt men over een grootschalige verstoring van de openbare orde waar politie/soldaten bij betrokken worden. Ik weet dat ik op de vragen moet antwoorden en zal dat met plezier doen, maar ik heb ook een vraag voor u: van waar haalt u het om bij dezen over een rel te spreken?
En dan nu naar de inhoud van de zaak. U zult merken dat ik absoluut niet wil minimaliseren wat op de VIP-school gebeurd is. Ik neem dit zeer ernstig!
Feiten
Maatregelen
Ik kan stellig zeggen dat dit nooit eerder is gebeurd noch in de VIP-school noch in het stedelijk onderwijs. Dit was een uitzonderlijk incident. Fysieke agressie gebeurt normaal niet op de VIP-school. Er is dus geen sprake van toename van agressie en er is wel degelijk een uitgewerkt agressie-beleid. Ik licht even het bestaande beleid van de VIP-school toe:
Natuurlijk zorgt dergelijke gebeurtenis voor een schokgolf onder personeel en maar ook bij de leerlingen.
De directeur meldde me dat de eerste dag na de herfstvakantie verschillende leerlingen spontaan hun medeleven en hun spijt kwamen betuigen dat zoiets op hun school kon gebeuren. Collega’s, ook dat is de VIP-school en ook dat zijn de leerlingen van VIP-school, vooral dat.
Het personeelsverloop en het ziekteverzuim liggen op de VIP-school niet hoger of lager dan elders in Vlaanderen.
Ondanks dit jammerlijk incident is de samenhorigheid en de beroepsfierheid hoog op de VIP-school. Ze geloven in hun school, ze staan voor hun school en ze staan er voor elkaar. Het team en de teamspirit zijn positief en dat is belangrijk voor zowel leerkrachten als leerlingen.
Natuurlijk – en dat hebben wij vanuit het schoolbestuur ook gecommuniceerd naar alle betrokken leerkrachten- is het vaak lesgeven onder moeilijke omstandigheden.
De VIP telt 96% ses-leerlingen (sociaal-economische status van de gezinnen waaruit de leerlingen komen). Er zitten leerlingen bij die dakloos zijn, er zitten leerlingen bij die hun school niet kiezen op basis van hun interesse maar omdat ze weten dat ze kunnen leren koken en mee-eten. De grootstedelijke context met al zijn uitdagingen is daar dagelijkse realiteit. Leerkrachten hebben zeker geen pasklare antwoorden op alle problematieken die zich stellen. Niet in het minst op de problematieken die gelieerd zijn aan kans-armoede en de precaire sociaaleconomische situatie van heel wat gezinnen.
Ondanks de moeilijke omstandigheden slagen de leerkrachten erin om het beste uit elke leerling naar boven te halen. Als stadsbestuur moeten we er staan om de leerlingen en leerkrachten te ondersteunen. We moeten daarnaast ook het signaal geven dat we dergelijk gedrag niet aanvaarden. Net daarom sluiten we de leerling uit, en dat is zeker niet iets wat elke week gebeurd op de school. Integendeel, het stedelijk onderwijs draagt zorg voor haar leerlingen en werkt herstelgericht. We geven ze veel kansen. Dat is onze cultuur en daar staan we voor, maar er zijn ook grenzen. Die leerling moet nog wel ergens anders aan de slag en moet nieuwe kansen krijgen. Ook dat is mijn zorg: hoe moet het nu met die leerling verder?
do 16/11/2017 - 09:21