Sinds het schooljaar 2014-2015 zijn er nieuwe toelatingsvoorwaarden voor kinderen die op vijf of op zes jaar in het gewoon lager onderwijs wensen in te stappen. De klassenraad van de school voor lager onderwijs beslist onder meer over de toelating van de zesjarigen die het jaar ervoor onvoldoende (minder dan 220 halve dagen) aanwezig waren in het Nederlandstalig erkend kleuteronderwijs.
Op een eerdere schriftelijke vraag antwoordde de schepen dat in het stedelijk onderwijs de voorbije schooljaren achtendertig 6-jarigen werden besproken omwille van een aanwezigheid van minder dan 220 halve dagen. Vierentwintig kinderen zetten de stap naar het eerste leerjaar.
Er kunnen enerzijds goede redenen zijn om kinderen nog een jaartje te laten wachten met de overgang naar het eerste leerjaar. Anderzijds houdt deze maatregel de facto een vervroeging van de leerplicht in, aangezien kinderen verwacht worden minimaal 220 halve dagen aanwezig te zijn op een leeftijd waarop ze eigenlijk niet leerplichtig zijn. Daarom lijkt het mij nuttig de impact van de maatregel goed te monitoren.
Hoeveel kinderen in het stedelijk onderwijs in Gent werden op het eind van vorig schooljaar besproken omwille van onvoldoende aanwezigheid? Hoeveel van hen startten in september 2017 in het eerste leerjaar?
Zijn er klachten van ouders tegen deze beslissingen genoteerd? Zo ja, hoeveel? Zo ja, wat was de uitkomst?
Overweegt het stedelijk onderwijs om deze cijfers actief bij te houden?
Worden er stappen gezet om de criteria op basis waarvan de klassenraad de beslissing neemt op elkaar af te stemmen binnen het stedelijk onderwijs?
Op het einde van vorig schooljaar werden 32 kinderen besproken. 15 van deze kinderen zijn gestart in het eerste leerjaar. Dus na de bespreking van de klassenraad kwamen ze tot de vastlegging dat ze het wel verantwoord vonden om hen te laten doorstromen naar het eerste leerjaar. Er is geen enkele ouder die klacht neerlegde.
U vraagt of we de cijfers actief willen bijhouden? Ik denk dat het eerste dat moet gebeuren, is dat de cijfers over kleuterparticipatie, dat die op een goede manier worden bijgehouden. Want wat blijkt? Dat daar nog altijd het schoentje knelt. Niet zo zeer in Gent, maar op niveau van Vlaanderen. Het is ook zo dat alle scholen naar Vlaanderen hun aan- en afwezigheden moeten doorgeven. Twee jaar geleden heb ik aan de Minister gesignaleerd dat er daar een probleem zit. Dat is mij duidelijk geworden toen Gent plots zeer hoog scoorde in de monitor die kleuterparticipatie bijhoudt. Daar bleek dat we een stuk boven Antwerpen zaten, dus dat er minder kleuterparticipatie was dan in Antwerpen. Uiteraard wou ik ook meteen weten wat er aan de hand is. Want we vinden de kleuterparticipatie zeer belangrijk. Wat bleek toen? Dat het de verkeerde cijfers waren, dat ze op een verkeerde manier werden bijgehouden. Toen gaf ik het signaal aan de minister, dat we een beleid moeten opvoeren. Het is zeer belangrijk om met de juiste cijfers te werken.
Ik heb onlangs een gesprek gehad met de kleuterparticipatie coördinator van de Vlaamse Overheid (ondertussen heeft minister Crevits iemand aangeduid die dit opvolgt) en haar eerste prioriteit is nog steeds de juiste registratie van de cijfers. Het goede nieuws is dat er zeer binnenkort een nieuw instrument zou zijn, maar het slechte nieuws is dat ze er al een aantal jaar op aan het werken is.
Dat is het belangrijkste, dat de cijfers over aan- en afwezigheden kloppen, want dat is niet altijd het geval. En dat is het meest relevante materiaal want als het gaat over hoeveel kinderen worden besproken, zoals u zelf komt te zeggen, eigenlijk is het belangrijk om te kijken wat het verhaal is achter elke situatie. Want er zijn toch 15 van de 32 kunnen starten. Dit is omdat men oordeelde dat het kind wel in staat is om te starten in het eerste leerjaar. Dus op zich zeggen cijfers daar niet zo veel. En ze moeten ook kloppen. Mijn antwoord is vooral, laten we eerst daar goed werk van maken.
U vraagt ook om de criteria op elkaar af te stemmen. De omzendbrief is heel duidelijk. Het is de school die autonoom beslist. Ieder kind is immers uniek in zijn parcours. De klassenraad is het best geplaatst om hier uitspraken over te maken. We hebben hier het volste vertrouwen in onze scholen. Het is weinig zinvol om daar zeer strikte criteria op te zetten. We willen het vertrouwen geven aan onze scholen om daar op een goede manier mee om te springen. We laten het zeker niet los, we zetten heel sterk in op kleuterparticipatie.
En als we van Vlaanderen goede cijfers krijgen, als er problemen zijn, dan zijn we de eerste om aan te kloppen bij onze scholen en hen daarop te wijzen. We monitoren en spreken erover met de scholen, maar de beoordeling of een leerling klaar is of niet, dat laten we aan de klassenraad over. We hebben ook geen indicaties dat daar proberen over zijn.
vr 20/10/2017 - 09:22