Het Decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer, artikel 26, §1;
Het Decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg, artikel 26, §1;
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, §3.
Het stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder werd door de gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 24 juni 2013 en werd laatst gewijzigd op 23 mei 2016.
Bij gemeenteraadsbeslissing d.d. 26 juni 2017 werd de samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Gent en Bond Beter Leefmilieu met betrekking tot het Clean Power for Taxis-project goedgekeurd. Doelstelling van het project is de taxivloot te vergroenen, i.c. tegen 2020 minstens 10 % van de Vlaamse taxivloot op groene stroom laten rijden. Het project loopt van 1 januari 2017 tot 31 december 2018.
Om deze doelstelling te kunnen halen, besliste de gemeenteraad om 20 bijkomende taxivergunningen in de markt te zetten, dit door een verhoging van de norm van het aantal vergunde taxivoertuigen van 200 naar 220 (zijnde 10 % van de Gentse vloot naar de doelstelling van het Clean Power for Taxis-project). De 20 bijkomende vergunningen worden voorbehouden voor elektrische voertuigen.
Het uitreiken van taxivergunningen voorbehouden voor elektrische taxi's vereist volgende wijzigingen aan het stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder:
Algemene bepalingen: er wordt een definitie van een elektrisch en een conventioneel voertuig opgenomen.
Artikel 2 §1: er wordt toegevoegd dat een taxivergunning kan afgeleverd worden voor één of meerdere conventionele of elektrische voertuigen, rekening houdend met de beslissing van de gemeenteraad omtrent de norm van het aantal vergunde taxivoertuigen.
Artikel 2 §4: de tekst waarin de taxitarieven vervat zitten wordt voortaan omschreven als het 'Addendum Tarieven bij het stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder'. In het verleden werden aan dit document meerdere benamingen gegeven, wat verwarring veroorzaakte.
In artikel 12 §2 wordt als grond tot intrekking van de (taxi-)vergunning toegevoegd het geval dat de exploitant weigert te voldoen aan de bepalingen uit het stedelijk taxireglement die betrekking hebben op de in te zetten voertuigen. Binnen een vergunning voorbehouden voor elektrische voertuigen kunnen enkel elektrische voertuigen ingezet worden (behalve in geval van onmogelijkheid bij tijdelijke vervanging). Weigert een exploitant dit, zal diens taxivergunning ingetrokken worden. Door dit expliciet in te schrijven als grond tot intrekking van de vergunning wil de Stad het belang van dit principe benadrukken. Deze bepaling vindt een gelijkaardige toepassing voor conventionele voertuigen. Deze voertuigen dienen momenteel te voldoen aan de direct van kracht zijnde Europese norm (i.c. euro 6).
In artikel 14 §2, 14° c) wordt toegevoegd dat de aanvrager van een taxivergunning voorbehouden voor een elektrisch voertuig het bewijs moet voorleggen dat het voertuig dat hij wenst in te zetten een elektrisch voertuig, als bedoeld in dit reglement, is. Het moet gaan om een voertuig uitsluitend aangedreven door een elektrische motor met oplaadbare batterijen en zonder directe uitlaatemissies. Hetzelfde principe geldt in geval van hernieuwing van een vergunning, in toepassing van respectievelijk artikel 16 §3, b) en artikel 18 §4 van het reglement.
In een eerste fase wordt bij een tijdelijke onbeschikbaarheid van het elektrisch taxivoertuig een conventioneel vervangvoertuig tijdelijk toegelaten. In de huidige marktsituatie kunnen garagisten immers niet garanderen dat er altijd een elektrisch voertuig ter beschikking is. In artikel 18 wordt voorzien dat bij vergunningen voorbehouden voor elektrische taxi's ingeval van een tijdelijke vervanging in principe een elektrisch vervangvoertuig moet ingezet worden, tenzij de exploitant kan aantonen dat hij niet meteen over een elektrisch voertuig beschikt. Dit bewijs dient geleverd te worden door middel van een attest van de garage.
Artikel 30 omvat de regels omtrent de in te zetten taxivoertuigen. Daarin wordt o.m. bepaald dat elk voertuig dat als taxi ingezet wordt, dient te voldoen aan de direct van kracht zijnde Europese norm. Hierop wordt een afwijking voorzien, namelijk voor voertuigen ingezet in het kader van een vergunning voorbehouden voor elektrische voertuigen. Binnen deze vergunningen kunnen enkel elektrische voertuigen ingezet worden (behalve in geval van tijdelijke onbeschikbaarheid - zie hierboven).
Artikel 38 is een overgangsbepaling die niet langer relevant is, en wordt opgeheven.
Artikel 39 is een slotbepaling die niet langer relevant is, en wordt opgeheven.
Daarnaast werden doorheen gans de tekst een aantal terminologische wijzigingen aangebracht. Zo wordt voortaan consequent verwezen naar het Mobiliteitsbedrijf waar het gaat om operationele zaken (het Mobiliteitsbedrijf wordt gedefinieerd onder de algemene bepalingen) en naar Stad Gent als de rechtspersoon Stad Gent bedoeld wordt.
De wijzigingen aan het reglement treden in werking op 1 november 2017.
Keurt goed de toevoeging aan Hoofdstuk 1 van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder' van volgende tekst:
7° elektrisch voertuig: een voertuig uitsluitend aangedreven door een elektrische motor met oplaadbare batterijen en zonder directe uitlaatemissies;
8° conventioneel voertuig: elk voertuig met uitzondering van de elektrische voertuigen.
Keurt goed de toevoeging aan artikel 2 §1 van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder' van volgende tekst:
Een taxivergunning kan afgeleverd worden voor één of meerdere conventionele of elektrische voertuigen, rekening houdend met de beslissing van de gemeenteraad betreffende de norm voor het aantal vergunde taxivoertuigen.
Keurt goed de vervanging van artikel 2 §4, 1° van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder' door volgende tekst:
Tarieven: zie het 'Addendum Tarieven bij het stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder'.
Keurt goed de toevoeging aan artikel 12 §2 van het Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder:
- In geval de exploitant weigert te voldoen aan de bepalingen in onderhavig reglement die betrekking hebben op de in te zetten voertuigen.
Keurt goed de vervanging van artikel 14 §2, 14°, c) van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder' door volgende tekst:
c) het bewijs dat het voertuig uitgerust is met een motor waarvan de uitstoot aan de direct van kracht zijnde Europese normen beantwoordt of ingeval van een vergunning afgeleverd voor een elektrisch voertuig het bewijs dat het gaat om een voertuig zoals gedefinieerd in hoofdstuk I, 7° van onderhavig reglement.
Keurt goed de toevoeging aan artikel 18 §3, d) van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder' van volgende tekst:
6) ingeval van een vergunning afgeleverd voor een elektrisch voertuig, het bewijs dat het gaat om voertuig zoals gedefinieerd in hoofdstuk I, 7°, tenzij de exploitant aan de hand van een attest van de garage kan aantonen dat hij niet meteen over een elektrisch vervangvoertuig kan beschikken.
Keurt goed de vervanging van artikel 30 §2, eerste lid van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder' door volgende tekst:
§2. Behoudens het in artikel 30 §3 bedoelde geval, moet elk voertuig dat door een exploitant binnen zijn vergunning voor de eerste keer aan een taxidienst wordt toegewezen, uitgerust zijn met een motor waarvan de uitstoot aan de direct van kracht zijnde Europese normen voor nieuwe voertuigen beantwoordt.
Keurt goed de toevoeging aan artikel 30 van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder' van volgende tekst:
§3. Binnen een vergunning voorbehouden voor elektrische voertuigen kan enkel een elektrisch voertuig aan een taxidienst worden toegewezen, behoudens wanneer de exploitant in geval van een tijdelijke vervanging in toepassing van artikel 18 kan aantonen dat hij niet meteen over een elektrisch vervangvoertuig kan beschikken.
Keurt goed de opheffing van artikel 38 van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder'.
Keurt goed de opheffing van artikel 39 van het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder'.
Keurt goed volgende aanpassingen aan het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor verhuur van voertuigen met bestuurder':
Bovenstaande wijzigingen treden in werking op 1 november 2017.