Het Decreet betreffende het Grond- en Pandenbeleid van 27 maart 2009, artikel 4.1.4, § 3.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 tot bepaling van de nadere regelen voor [de monitoring van het sociaal woonaanbod, de sociale eigendomsverwerving en het aanbod van standplaatsen voor woonwagens, (verv. BVR 2 december 2016, art. 1, I: 3 februari 2017)] en tot bepaling van de methodologie en de criteria voor de uitvoering van een tweejaarlijkse voortgangstoets, artikel 29/1.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten en houdende wijziging van diverse bepalingen van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, artikel 9, § 2.
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 1.
een toets aan het gemeentelijk beleid (voor nieuwbouw en voor renovatie of vervangingsbouw waarvoor een verhuisbeweging, melding of vergunning vereist is);
de vaststelling dat het project past binnen het sociaal woonbeleidsconvenant (enkel voor nieuwbouw en voor renovatie of vervangingsbouw met meer dan 20 % aangroei);
de verbintenis om de wooninfrastructuur met grond over te nemen in het gemeentelijk openbaar domein (voor projecten met wooninfrastructuur).
De lokale woontoets moet gebeuren binnen een periode van 30 kalenderdagen na bespreking van een project op het lokaal woonoverleg. Als de gemeente geen tijdige beslissing neemt wordt het project geacht te passen in het gemeentelijk beleid.
In principe is het college van burgemeester en schepenen hiervoor bevoegd, maar hij kan de uitvoering van en de beslissing over deze lokale woontoets delegeren naar een lid van het college of naar één of meer personeelsleden van de gemeente. Een delegatie kan enkel als de gemeente beschikt over een goedgekeurde visie op lokaal sociaal woonbeleid.
Visie op lokaal sociaal woonbeleid.
Met de grote uitdaging om over voldoende aanbod aan betaalbare - in essentie sociale - huurwoningen te beschikken is de visie op lokaal sociaal woonbeleid sinds jaren de volgende: een beleid waarbij Groep Gent faciliteert in het mogelijk maken van
enerzijds een significante aanbodverruiming van de sociale huurmarkt waartoe in beginsel elke opportuniteit of bouwproject van of voor een sociale verhuurder bijdraagt, en
anderzijds de kwaliteitsverbetering van het bestaande patrimonium waartoe in beginsel elk initiatief of renovatie- of vervangingsbouwproject van een sociale verhuurder bijdraagt.
Een gestage langetermijngroei op basis van de huidige programmatie kan het reguliere sociale huuraanbod maximaal laten aangroeien van de huidige ca. 15.300 entiteiten tot ca. 17.000 entiteiten tegen pakweg 2030. Rekening houdend met demografische evoluties komt dit neer op een groei van 1 % ten opzichte van de huidige verhouding van 12,5 % sociale huurwoningen in vergelijking met het aantal huishoudens.
Het huidige bestuursakkoord beoogt 20 % sociale verhuringen op termijn. Elk initiatief dat dit op een haalbare wijze mogelijk maakt past dus in het gemeentelijk beleid en kan voor zover nodig en haalbaar rekenen op een faciliterende houding binnen Groep Gent. Deze houding kan diverse vormen aannemen, zoals het ter beschikking stellen van (eigen) gronden en ontwikkelingsformules, regelgeving op maat, ruimtelijke initiatieven en mogelijkheden voor optimalisatie van ontwerpen en sites, procesbegeleiding, stimuli, ondersteuning, e.a.
Keurt goed de gemeentelijke visie op lokaal sociaal woonbeleid zoals gemotiveerd in dit besluit.
Keurt goed het bij dit besluit gevoegde en er integraal deel van uitmakend sociaal woonbeleidsconvenant voor de periode 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2020, te sluiten met de Vlaamse Regering als garantie op financiering voor 694 bijkomende sociale huurwoningen.