In 2012 kondigde schepen Tine Heyse via een interview in de Gentenaar aan dat ze volop wilde gaan voor de lokale productie van energie en voor de oprichting van een eigen Gents energiebedrijf. Ook in het bestuursakkoord wordt aangehaald dat "Gent op termijn energie-onafhankelijk wordt door maximaal in te zetten op duurzame en hernieuwbare lokale energieproductie".
1) Wat is de stand van zaken omtrent het onderzoek naar het oprichten van een eigen Gents energiebedrijf?
2) Zal er in de nabije toekomst sprake zijn van een Gents energiebedrijf?
3) Hoeveel van de in Gent verbruikte energie is afkomstig uit lokale Gentse energiebronnen?
Ons doel is lokale hernieuwbare energieproductie zoveel mogelijk te laten toenemen. Er zijn diverse manieren. Een eigen Gents energiebedrijf is één optie. Dit kan bijvoorbeeld ook via een aantal burgercoöperatieven. We hebben dus van in het begin van de legislatuur de mogelijkheden open gehouden voor een eigen energiebedrijf, maar daarbij ook altijd andere opties voor ogen gehouden.
Als je in Vlaanderen kijkt naar het energielandschap, dan merk je dat de lokale productie van hernieuwbare energie gelukkig toeneemt. Je merkt ook dat burgers meer en meer daarin betrokken willen worden. Als ik gewoon even kijk naar het aantal, dat de afgelopen jaren zijn ontstaan, dan zie ik talrijke initiatieven in alle provincies. Ook in Gent worden die actiever. Daarom stellen we ons ook meer en meer de vraag of we veel energie en middelen moeten steken in een eigen stadsbedrijf en of het niet beter is om ons te focussen op onze regierol en bestaande initiatieven te ondersteunen.
Ook juridisch niet zo evident. We hebben in het kader van het project Buurzame stroom (dat collectief PV project in Sint-Amandsberg dat we binnenkort willen opstarten) de betrokkenheid van de stad ook bekeken. Dat bleek onder meer juridisch niet zo evident te zijn. Het is als stad vooral belangrijk om een regisseursrol op te nemen, eerder dan de productie per se op zich te willen nemen.
Xe willen onze hernieuwbare energieproductie samen met onze burgers, organisaties en bedrijven doen toenemen.
Dan wat de cijfers betreft. Zoals u weet hebben we in ons klimaatplan ook een doelstelling opgenomen rond hernieuwbare energie. Die doelstelling luidt: productie van lokale hernieuwbare energie (uit wind, zon) verhogen tot 15 % t.o.v. energieverbruik van de huishoudens, en dit tegen 2019. Dit betekent enerzijds dat niet alleen een stijging van de lokale hernieuwbare energieproductie deze doelstelling beïnvloedt, maar ook een daling van het energieverbruik van de huishoudens.
Ik wil hier nog wel even beklemtonen dat onze definitie van lokale hernieuwbare energieproductie strikter is dan de Europese doelstelling van 20 % hernieuwbare energieproductie tegen 2020. Wij rekenen alleen lokale energieproductie mee. Om een eenvoudig voorbeeld te geven: productie van groene stroom op basis van grootschalige biomassacentrales nemen wij niet mee.
In 2007, bij het begin van onze metingen, lag die verhouding op 3,88 %. In 2014 – laatste jaar waar we gegevens voor hebben, u weet dat we daar van het VITO afhankelijk zijn, lag dit op 10 %. We zien dus dat er wel degelijk een duidelijk stijgende trend is. Maar we zullen zeker nog inspanningen moeten leveren om aan die 15 % te geraken tegen 2019.
Het zou me te ver leiden om alle acties die de afgelopen jaren zijn opgezet hier op te sommen, maar in grote lijnen zetten we vooral in op volgende zaken: